‘We hebben het helemaal niet slecht, hoor’

Mirjam Nuver (53) is hoedenontwerper, haar man Rolf Bekker (55) architect. Met hun zoon wonen ze in een zelf ontworpen huis aan de rand van Amsterdam. Ze zijn samen al zo’n tien keer verhuisd.

Rolf: ‘Een nieuwe plek geeft lucht en inspiratie. En je ontmoet weer nieuwe mensen.’

Mirjam: „Mijn moeder had een hoedenwinkel in Groningen. Op zaterdag hielp ik haar. Toch had ik nooit de ambitie om hoedenontwerper te worden. Ik vond het een vrij antiek vak, al droeg ik zelf graag iets op mijn hoofd. Wel had ik een enorme behoefte om dingen te ontwerpen en te maken. Daarom ging ik de modeopleiding doen aan de kunstacademie in Groningen. Na een jaar ben ik overgestapt naar grafische vormgeving. Mijn afstudeerproject ging over de terugkeer van de hoed in het straatbeeld.”

Rolf: „We kennen elkaar van de middelbare school. We hebben al 35 jaar een relatie.”

Mirjam: „Na mijn afstuderen ben ik gaan werken als etaleur.”

Rolf: „Ik werkte toen als loodgieter en studeerde ’s avonds interieurarchitectuur aan de kunstacademie. We hadden inmiddels een huis in Groningen. Dat hebben we na vijf jaar verkocht en van de winst hebben we een jaar door Azië gereisd.”

Mirjam: „Ik ben daarna een opleiding mode, vormgeving en strategie gaan doen. Ik kon gaan werken bij een modeketen, maar al snel voelde ik dat ik helemaal geen zin had om al die winkels dezelfde ‘identiteit’ te geven. Toen heb ik het plan opgevat om een hoedenatelier te beginnen. Ik wilde de hoed een nieuwe impuls geven in de hoop ook jongeren ervoor te enthousiasmeren.”

Rolf: „Al snel werd je genomineerd voor de Rotterdam Design Prijs.”

Mirjam: „Daardoor kwam ik in een circuit terecht van sieradenontwerpers, modemensen en vormgevers. Dan krijg je exposities en vaste klanten. Het was geen vetpot, maar ik kreeg wel bekendheid. ”

Rolf: „Het werk van een architect is heel anders. Elke opdracht vraagt een andere benadering. Behalve woningen ontwerp ik kantoren en verbouw ik een kerk tot woonruimte. Of een bassin tot sportcentrum.”

Mirjam: „Mijn product is veel lastiger. Ik maak hoeden voor zelfbewuste vrouwen die bijzondere dingen durven dragen, geen flaphoeden van 20 euro die nu in de mode zijn. Ik heb zelf nog steeds een haat-liefdeverhouding met de hoed. Enerzijds word ik blij als ik iemand zie met een mooie hoed, anderzijds hou ik niet van de lacherige sfeer die er vaak omheen hangt.”

Georganiseerde mensen

Mirjam: „De winter is mijn productieperiode voor de zomercollectie, en van mei tot juli maak ik de winterhoeden. Dat zijn wel drukke tijden, maar we zijn georganiseerde mensen, dat scheelt.”

Rolf: „Ja, we houden ons wel aan bepaalde werktijden.”

Mirjam: „Mijn winkel is vier middagen per week open, maar ik ben wel de hele week aanwezig omdat mijn atelier achter de winkel is. Dus al met al werk ik zes dagen in de week.”

Rolf: „Ik ben meestal in het weekend vrij, al zit ik thuis ook wel eens te schetsen als me een idee invalt. Ik volg niet een heel strak werkschema.”

Mirjam: „Ik hou in grote lijnen het huishouden bij.”

Rolf: „Ik ga met onze zoon naar voetbal en doe de technische klussen. En ik dweil en veeg weleens. En ik doe de boodschappen.”

Mirjam: „Nou... Meestal, ja.”

Rolf: „Vorig jaar hebben we zelf een huis ontworpen en laten bouwen op Zeeburg.”

Mirjam: „Daar gaat ons geld momenteel in zitten.”

Rolf: „We hebben geen regelmatig inkomen.”

Mirjam: „Rolf doet langdurige projecten. En op mijn klandizie in de winkel is geen peil te trekken. We moeten dus even wachten op inkomsten voordat we de keuken kunnen afmaken.”

Rolf: „Ik denk dat we in totaal al zo’n tien keer verhuisd zijn. We hebben nooit langer dan zeven jaar in hetzelfde huis gewoond.”

Mirjam: „Dat verhuizen kost aardig wat geld.”

Rolf: „Ik wil nog wel een paar keer verhuizen. Ik zag laatst bijvoorbeeld een boerderij in Groningen...”

Mirjam: „Nou, ik hoef niet zo nodig meer te verhuizen, hoor. Het kost heel veel energie.”

Rolf: „Ik ben een nomade. Zo hadden we bijna op een van de Waddeneilanden gewoond, in een loods van 300 vierkante meter. Maar dat is helaas niet doorgegaan. Een nieuwe plek geeft lucht en inspiratie. En je ontmoet weer nieuwe mensen.”

Doodongelukkig worden

Mirjam: „Ik steek mijn tijd liever in iets anders, reizen bijvoorbeeld. Helaas zit het er nu even niet in om vier weken op reis te gaan.”

Rolf: „Dat is een geldkwestie. Maar dat reizen komt wel weer, als ik wat meer kleinschalige projecten ga doen.”

Mirjam: „Maar we hebben het helemaal niet slecht, hoor.”

Rolf: „Nee, kijk maar hoe we wonen. Ik voel me rijk. Heb leuk werk. Ik zou doodongelukkig worden als ik elke dag van 9 tot 5 naar kantoor zou moeten.”