Column

Roze

Het deed denken aan een zielsverhuizing, de Giro d’ Italia in Apeldoorn. La vie en rose is niet wat je verwacht in Gelderland. De lichtheid van het bestaan kom je niet tegen in Nijmegen en Arnhem. Basissocialisten!

Toch was de openingsproloog van de Giro een succes. Veel volk langs het parcours, zuiderse ambiance, vlaggetjes en vrolijkheid. Rimini aan de Maas. Maar het onbehaaglijke gevoel dat een grote Ronde geweld wordt aangedaan met die export van etappes ging niet weg. De Giro is zo Italiaans als de scala van Milaan, daar ga je niet mee op de loop. Andermaal heeft de commercialisering van een sportevenement het overgenomen van traditie. Hetzelfde zie je met de Vuelta en de Tour de France. Het eufemisme heet internationalisering, maar is platte commercie. Ooit start de Tour in Sidney, de Vuelta in Kinshasa en de Giro in Seoul.

Nederland is geen bastaardland in het wielrennen. Er zit smeerolie in het DNA van de polder. Nederlandse renners hebben geschiedenis geschreven in de Giro d’Italia. Ook daarom was de start in Apeldoorn nog enigszins te bevatten, zij het als curiosum.

Het parcours was geen monster, maar had genoeg zwaarte voor een echte proloog. Er zat tijdwinst in voor de specialisten. Vooraf waren Tom Dumoulin en Fabian Cancellara huizenhoog genoteerd. De Zwitser ontgoochelde met het excuus dat hij een dag eerder overvallen was door buikgriep. Dumoulin won met duizendsten van een seconde.

De eerste roze trui zal een pronkstuk blijven in zijn prijzenkast. Het kleinood heeft een historische dimensie. Weinig renners kunnen zeggen dat ze in de roze trui hebben gefietst. Dumoulin besefte dat hij een uitzonderlijke prestatie had geleverd. Voor het eerst in maanden was hij weer uitgelaten – een jongen. De immer boze grijns verdween uit zijn gezicht en deze keer gingen de armen met overtuiging de lucht in.

In de wintermaanden liet de geboren tijdrijder zich betrappen op humeurigheid. Kort van stof, vierkante antwoorden. Hij zat niet bepaald goed in zijn vel. Over ambities sprak hij zich niet uit. Hij wist niet eens of hij de Giro wel zou rijden. Of de Tour. Of Rio. Even dacht ik dat hij het wielrennen zelf kotsbeu was. Het was alsof hij de Einzelganger in hem cultiveerde. De roze trui brengt hem weer onder de mensen. Wielerliefhebbers zullen achter hem aanlopen, vrouwen wenken hem beloftevol tegemoet. Dumoulin heeft de smaak van het exploot te pakken. Misschien zien we dat straks terug in de Tour.

Het Nederlandse cyclisme lijkt uit een diep dal te klimmen. Er was de superieure overwinning van Wout Poels in Luik-Bastenaken-Luik, gevolgd door de prikkelende roze trui van Dumoulin. De renners van Lotto-Jumbo presteerden in de proloog voortreffelijk in de breedte. Ze floten de toekomst voor.

Koning Willem-Alexander bracht een bezoek aan Apeldoorn. Hij staat niet bekend om zijn grote liefde voor de fiets, maar vond het toch opportuun even in de Girokaravaan neer te strijken. Daarmee tilde hij het Nederlandse wielrennen even op het niveau van schaatsen en hockey. Of was het zijn liefde voor Italië die de doorslag gaf in zijn acte de présence? Voor het Oranje-gekke Apeldoorn maakt het niet uit. Het was sowieso koningsdag dubbelop.

Ik zag Cees Priel gloriëren in de menigte. De oud-ploegleider die zwarte dagen heeft gekend in het wielrennen heeft de Giro naar Apeldoorn gebracht. Cees is een soort makelaar van grote koersen geworden. Nog steeds volbloed Zeeuw, maar nu afgeborsteld in het zondagse pak. Feestelijke stropdas toe. Alleen het knopen was hem niet echt gelukt.