Noem aanslag geen laffe daad

Een goede speech kan een ramp veranderen in nationale verbroedering, stelt Huib Hudig.

Na de aanslagen in Brussel hielden verschillende staatshoofden en politici een toespraak. Onder hen waren de Belgische koning Filip en premier Rutte. Hun speeches toonden medeleven. Het beeld dat naar voren kwam, was er een van verdriet, verslagenheid en onmacht. Maar al snel kreeg koning Filip kritiek te verduren vanwege zijn abstracte en onpersoonlijke optreden. De verklaring van premier Rutte werd door sommigen als te oppervlakkig gezien. Daarnaast riep zijn oneliner ‘Wij zijn met meer’ vragen op. Wat bedoelde hij precies? Met hoeveel meer zijn wij?

In de geschiedenis wist een aantal leiders juist op dramatische momenten de bevolking voor zich te winnen met een inspirerende toespraak. Op die manier werd een ramp getransformeerd naar een moment van nationale verbroedering, én wist de leider zijn positie te versterken. Wat kunnen we van deze speeches leren?

1. Toon medeleven en benoem je gevoelens.

Om verbinding aan te gaan met het publiek dien je duidelijk te benoemen welk gevoel er leeft onder de mensen en wat het met jou doet. De Noorse koning Harald wist op treffende wijze zijn gevoelens onder woorden te brengen na de aanslag door Anders Breivik op het eiland Utoya, waar hij tegen de getroffenen zei: „Als vader, grootvader en echtgenoot kan ik me uw pijn alleen maar voorstellen.”

2. Geef duiding.

Na een ramp hebben mensen behoefte aan een kader om de schokkende gebeurtenissen te kunnen plaatsen. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Het is bij uitstek de taak van een leider om hier antwoord op te geven.

De Amerikaanse president Ronald Reagan gaf in zijn beroemde speech na het ontploffen van de Challenger space shuttle in 1986 precies aan hoe het zat: deze ramp is een onderdeel van een proces van ontdekking en vooruitgang.

3. Wees je bewust van het doel van je toespraak.

Een essentiële vraag bij iedere speech is: wat is het doel? Na een ramp is dat in ieder geval om de bevolking een hart onder de riem te steken, maar na een terroristische aanslag komt er nog bij dat je een duidelijk signaal aan de terroristen af wilt geven. Neem koningin Elizabeth, die strijdvaardig bleef in haar verklaring na de aanslagen in Londen in 2005. „Atrocities such as these reinforce our sense of community.” Kortom: ons krijg je niet klein.

4. Gebruik de juiste woorden.

Bij een speech na een aanslag luistert de woordkeuze nauw. Vaak horen we het cliché dat een aanslag een ‘laffe’ daad is. Daarmee doe je geen recht aan de aard en de impact. Een voorbeeld van een pakkende oneliner was burgemeester Livingstone die na de aanslagen op Londen tegen de terroristen zei: „You will fail”.

De speeches van koning Filip en premier Rutte getuigen van medeleven, maar laten ook veel mensen met vragen zitten. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Hoe gaan we om met mensen in eigen land die de aanslagen steunen? Op die vragen krijgen we geen antwoord. Elizabeth plaatst de aanslagen in een duidelijk kader. Ze refereert aan de nazi’s die in de Tweede Wereldoorlog Londen bombardeerden. Zo ziet ze de terroristen: een externe vijand tegenover de gemeenschap. Daarmee toont ze ook kracht. We hebben deze strijd eerder gevoerd, kom maar op.

De kans is groot dat er meer aanslagen zullen volgen. Laten we hopen dat onze leiders het communicatiemiddel van de speech optimaal inzetten, om troost te bieden aan de bevolking en om de terroristen een duidelijk signaal af te geven. De allerbeste manier om terrorisme te stoppen is door te laten zien dat het ons niet deert. Dat geweld niet het gewenste, maar zelfs een averechts resultaat heeft. Het maakt ons alleen maar sterker.