Mooie auto voor kleine voortuin

De Hyundaiman is een echt mens die de rekening zelf betaalt. Hij heeft geluk met de i20, vindt Bas van Putten, want die is niet middelmatig.

De Hyundai I20 bij Autobedrijf Noteboom Rotterdam b.v.. Op de foto, rechts: directeur van Noteboom Arie Hartog. Foto Peter de Krom

Een anekdote over uitstraling. Mijn reisgenote stapt in de parkeergarage blindelings op de verkeerde auto af. Wat ze dacht te herkennen als de onze bleek een VW Golf Estate, ook grijs, ook met wreed vette velgen. De testcombi van dienst, twee vakken verder, was een Audi. „Goh”, zegt mevrouw, „ik dacht echt dat hij van jou was.”

Daar heb je het in vol ornaat, het drama dat design heet. Beide merken – uit hetzelfde huis, dat wel – gaan prat op hun unieke stamina. Maar voor de leek is ontwerptaal A slechts een dialect van stijl B. Ze zenden namelijk exact hetzelfde signalen uit: niet voor de poes. En stoer is altijd hetzelfde lied, Bokitowielen en een blinkend smoelwerk.

„Wees blij dat ik je niet in een Hyundai heb ontvoerd”, zeg ik, „die had je zonder mij nooit teruggevonden.”

Maar die valt wél op, zo blijkt – door zijn schokkende discretie. Wat krijgen we nou? Een gewone auto! Met plastic wieldopjes en een klef burgerstofje op de stoelen. De brave kost die echte mensen kopen, mensen die in showrooms hun verstand laten beslissen.

Dat maken we in de branche maar zelden mee. Ik heb een abonnement op testauto’s met led-lijntjes en chroompiercings en glimmend sadoleer, tierelantijnen die de Hyundaimens streng afwijst. Terwijl de leasepakken die wij aldus met sensuele prikkels dienen op te geilen nog met één been in de schitterende schijnwereld van voor de crisis staan, betaalt hij de rekening immers zelf.

Eindelijk hebben we hem, de modale burgerauto uit de andere wereld van de vaderlanders die in Radar komen klagen dat ze zijn genaaid, maar niet met deze. De Hyundai i20 kan zo in een Flevolandse nieuwbouwwijk, op het parkeervak van een rijtjeshuis met pompoenen op het steigerhouten bankje voor het keukenraam, dat beeld van Hollandse gezelligheid. Ik stap in de keiharde realiteit van de hardwerkende burger.

De slotsom van mijn antropologische verkenningen is verheugend nieuws voor aanhangers van eerlijk delen: de gewone man heeft het voor 18.000 zuurverdiende euro’s zo beroerd nog niet. Hyundai is het Koreaanse Opel, dat de onhippe maar oerdegelijke waar op smaak brengt met een toefje leuke dingen voor de mensen.

Bucket list

De i20 is een auto in het zogenaamde B-segment. Bij Opel had hij Corsa moeten heten. Hij ziet er ongeveer net zo uit. Met zijn nondescript moderne lijnen is hij zo uitwisselbaar als praktisch alle kleine middenklassers uit Europa. Plak er een Corsa-grille op en de Opel-marketeers kunnen de „volwassen uitstraling” en de „sterke persoonlijkheid”, die de trotse Koreanen roerend in hun schepping loven, zonder mankeren naar hun eigen kleine middenkader toevertalen. Anderzijds is hij goed afgewerkt en heeft hij de perfecte maten voor dit land. Niet te groot, niet te klein, het one-size-fits-all voor particulieren die het niet breed kunnen laten hangen maar wel net genoeg bestedingsruimte hebben voor de kleine, menselijke dromen op hun bucket list.

Om dit paradijs te beërven, hoeven ze niet meer uit te geven dan 15.000 voor een driedeursje met airconditioning. Omdat het zelfs in Lelystad een onsje meer mag zijn, komen we uit bij de drie mille duurdere i-Motion met Comfort-pakket. Het feestvarken gaat all the way met automatische klimaatregeling, stuurwielbediening van audio en telefoon, elektrisch inklapbare buitenspiegels en het navigatiesysteem met achteruitrijcamera waar de BMW-rijder vroeger de kleine man mee opnaaide. Naar wens draait Hyundai helemaal door met een Premium-pakket dat je autootje over de 20 mille-grens tilt met privacy glass, schuif/kanteldak, led-achterlichten en twintig pk meer uit de driecilinder turbomotor die er in mijn testauto al honderd produceert. Maar waarom zou je? Het basisblikje haalt al bijna 190.

Het leuke is; hij is niet middelmatig. Het is een handzaam hatchbackje dat achterpassagiers opvallend veel bewegingsvrijheid biedt en beschikt over een heel aardige kofferruimte van 325 liter. Hoewel het nuchtere, door plastic overheerste dashboard de designhipsters van Audi zou doen walgen, zijn de bedieningsvriendelijkheid en het navigatiesysteem voortreffelijk. En al liepen de Koreanen niet voorop in het downsizingproces, hun nieuwe, redelijk zuinige eenliter is als vervanger van de doodse viercilinders in de roos. De alleen in de duurste versie leverbare zesbak zou de snelwegtoerentallen weliswaar nog iets drukken, rumoerig wordt het met één versnelling minder niet en het motortje klinkt aangenaam.

Wat een aandoenlijke gedachte tenslotte, dat de i20 wordt gebouwd in Turkije, waar de monteurs hun arbeidsplaatsen danken aan wat Rutte onze stijl van leven noemt, een kofferbak vol bier en knakworst. Economie, de grote gelijkmaker.