Menselijk hanengevecht of topsport?

Zondag is in Rotterdam een mixed martial arts-evenement, de organisatie wil sport salonfähig maken.

UFC-gevecht in Las Vegas in 2009, met Georges St-Pierrre dieThiago Alves aanvalt. Foto John Locher/AP

Twee mannen in een kooi, rijkelijk voorzien van tatoeages. Alleen met een boxershort aan en handschoentjes met open vingers voor de ‘grip’. Ze kunnen er hun tegenstander mee slaan, heel hard zelfs, maar ook mee vastpakken voor een worp of een verwurging.

Bam! Daar gaat een cirkeltrap naar het hoofd van de een en plat ligt ’ie, hulpeloos tegen het net van de kooi. Zijn tegenstander geeft er met zijn vuist nog twee beuken achteraan. Ook tegen het hoofd, het bloed sijpelt al uit een van de wenkbrauwen. De scheidsrechter grijpt in. Einde gevecht, en dat na nog geen minuut. „Waauw” , schreeuwt de commentator verrukt, de tribunes kolken van opwinding.

Ze zijn met duizenden op het ‘vechtevent’ afgekomen, maken selfies met de achthoekige kooi, of chiquer octagon, op de achtergrond. Voor de vechters is de show voorbij. Voor de een is er de glorie en het geld, voor de ander de pijn van de nederlaag. Maar wederzijds respect is er vrijwel altijd. Volgende partij.

De een gruwt van deze ‘menselijk hanengevechten’, zoals de Amerikaanse senator John McCain ze ooit noemde, de ander heeft het over topsport vol verfijnde techniek. Eén ding is zeker: mixed martial arts zijn aan een gestage opmars bezig. En de Ultimate Fighting Championship (UFC), de grootste organisatie van mixed martial arts-wedstrijden in de wereld, is uitgegroeid tot een industrie met 500 vechters onder contract, 600 miljoen dollar aan inkomsten en gerenommeerde sponsors als Reebok. Vechtspektakels in Londen en Dublin waren respectievelijk in 27 minuten en zestig seconden uitverkocht, meldde The Guardian.

Nederland is een vechtsportland

Zondag is het zover; dan beleeft Nederland zijn eerste UFC Fight Night in de Rotterdamse Ahoy. De Amerikaanse organisatoren zijn enthousiast over Ahoy. Ze wisten het van te voren: Nederland is een vechtsportland bij uitstek, met een grote reputatie op het gebied van kickboxen en K-1. Ahoy is uitverkocht.

Op het gala treden drie Nederlanders op: Alistair Overeem (‘The Reem’) , Stefan Struve (‘Skyscraper’) en Germaine de Randamie (‘The Iron Lady’).

„Een groots moment voor Rotterdam. We bereiken met onze tv-contracten een miljard huishoudens in de hele wereld”, zegt de Brit James Elliott, vicepresident van de UFC en verantwoordelijk voor de operaties in Europa, het Midden-Oosten en Afrika.

UFC claimt de grootste pay-per-view evenementenaanbieder ter wereld te zijn. Met het hoofdkantoor gevestigd in Las Vegas en daarnaast kantoren in Londen, Toronto, Sao Paulo en Singapore, produceert UFC meer dan veertig live-evenementen per jaar.

Elliott: „Het is absoluut sport, gebaseerd op vechtkunsten met een geschiedenis van soms duizenden jaren. Het gaat om een combinatie van sporten die een olympische status hebben: boksen, worstelen, judo, taekwondo. In mixed martial arts hebben de sporters de mogelijkheid om de technieken te combineren.”

En zo is er een complete vechtsport ontstaan waarin het staande gevecht van het kickboksen, lijf-aan-lijf clinches uit judo, sambo en worstelen en grondgevechten worden gecombineerd. Wat de identiteit van de sport vooral bepaalt is het grondgevecht (‘ground and pound’), waarin er verwurgd, geklemd en geslagen mag worden, totdat er afgeklopt wordt of de scheidsrechter ingrijpt. Is er na drie of vijf ronden geen knock out, technisch KO of opgave, dan beslist de jury.

Strenge regels

De grondtechnieken zijn vooral ontleend aan het Braziliaanse jiu jitsu, grappling is een discipline die ook op Nederlandse sportscholen in opmars is.

De eerste UFC-gevechten hadden plaats in het begin van de jaren negentig. Het motto was toen: ‘er zijn geen regels’ of op z’n Braziliaans vale tudo, ‘alles mag’. Volgens Elliott zijn er nu strenge regels om de gezondheid van de sporters te waarborgen. „Maar elke sport heeft risico’s.” Dus lang niet alles is toegestaan. Kopstoten, bijten, in ogen prikken, vingers in mond of neusgaten (fish hooking) en trappen in het kruis – het mag allemaal niet.

De UFC doet zijn best om de sport salonfähig te maken. En dat lukt heel behoorlijk: New York heeft als laatste staat de sport gelegaliseerd. Om doping te bestrijden is in de staf dopingjager Jeff Novitzky opgenomen, befaamd door zijn onderzoek naar wielrenner Lance Armstrong.

De organisatie werkt mee aan onderzoek naar het effect voor de hersenen, maar de vechters zouden niet meer risico lopen dan rugbyers of voetballers. Toch overleed vorige maand de Portugees Joao Carvalho na aan een gevecht in Dublin. De UFC onthoudt zich van commentaar zolang het onderzoek nog gaande is.

De mixed martial arts steken ook in de VS het boksen naar de kroon. Daar waar het profboksen een hybride organisatie kent, heeft de UFC alles in eigen hand: de marketing, de gevechten, de sporters. De organisatie bepaalt wie tegen wie vecht. Elliott: „Bij ons vechten de besten tegen de besten. De fans hoeven niet vijf jaar te wachten op een gevecht als tussen Manny Pacquiao en Floyd Mayweather”. Boksen heeft zeventien gewichtsklassen, ondergebracht bij meerdere internationale bonden. De UFC heeft er maar acht.

De groei gaat door, verzekert Elliott: „De sport zit nog lang niet op zijn limiet.