Meer muziek, minder ego

Songfestival Met een protestsong tegen de snelheid van het leven vertegenwoordigt zanger Douwe Bob (23) Nederland bij het Eurovisie Songfestival. Dinsdag is de eerste halve finale. „Ik ken te veel twintigers met een burn-out.”

Douwe Bob post geen selfies met andere songfestival-kandidaten om stemmen te winnen in het buitenland. „Ik wil voor de muziek gaan. Het politieke spel wil ik laten.” Foto: Andreas Terlaak

Midden op zijn keel prijkt-ie. Een roos met takken links- en rechtsom. „Een mooie prominente plek”, vindt zanger Douwe Bob. Hij heeft er veel op zijn lijf. Tatoeages van betekenis en versierselen waar in een zekere staat net wat minder over is nagedacht. De roos op deze plek, eigenlijk midden op zijn keelchakra, is een soort statement, zegt hij. Een uiting van vrijheid die zijn behoefte om op een bepaalde manier buitenmaatschappelijk te zijn onderstreept.

„Tatoeages blijven iets wat niet alle kringen geaccepteerd wordt”, zegt de zanger in zijn Amsterdamse huis. Ik houd van chique, op maat gesneden pakken. Een beetje dandystijl. En als het knoopje opengaat dan zie je dít ineens. Ik merk dat deze tattoo een gamechanger is. Iedereen heeft er wel een mening over. Mensen kijken. Gisteren in de sauna. Of in de rij bij de kassa. ‘Penoze’, zie je wat oudere mensen denken. En ja, omroep AVROTROS zag misschien liever ook dat ik ermee had gewacht tot na het Songfestival. Maar ik stop niets weg, ik vind het mooi.”

Dinsdag vertegenwoordigt Douwe Bob Posthuma (23) Nederland in de eerste halve finale van het 61ste Eurovisie Songfestival in Stockholm. Als zesde is hij aan de beurt met zijn liedje Slow Down. Bij de repetities was al te zien hoe de uitvoering wordt. In de regie van de Belgische filmer Hans Pannecoucke, die ook de succesvolle deelnames van Anouk en The Common Linnets – en de laatste mislukte van Trijntje Oosterhuis – inventief in beeld bracht, is een sfeer van onthaasting neergezet. Een visual op de led-vloer toont een grote tikkende klok. Douwe Bob, in een elegant donkerpaars driedelig kostuum, zit in eerste instantie nonchalant op de pianokruk. Dan komt de rest van de band in beeld en zoekt de zanger met gitaar actief contact met het publiek. Gescoord moet er worden met een noviteit: een break van tien seconden volledige stilte na de gitaarsolo. De ultieme ‘slow down’.

Kickbokstraining

Douwe Bob woont in een Amsterdamse bovenwoning met hoge plafonds die verleden ademt in een bohémien sfeer. Het is het huis van zijn vader Simon Posthuma die kunstschilder en muzikant was, en in de jaren zestig ontwierp bij het The Fool-designcollectief, bekend om zijn psychedelische lp-covers. Douwe Bob groeide er na de scheiding van zijn ouders op zijn derde deels op. Om te ontspannen draait hij de muziek van Nick Drake. Of klassieke muziek van Italiaanse componist Carlo Gesualdo, uit de zestiende eeuw. „Dat is allemaal zo verzwelgend. Dat zet ik hard en dan slokt het me helemaal op.”

Nog niet heel lang geleden heeft hij het lastige besluit moeten nemen zijn vader, die aan de ziekte van Korsakov lijdt, te laten opnemen in een verzorgingshuis. Zijn moeder woont vlakbij, maar hij woont nu alleen in het huis. Alles is er nog min of meer hetzelfde. Een prettige chaos van banken met grand foulards in alle kleuren. Beeldjes. Oude Perzische tapijten. Veel gitaren. Een zwarte piano met erboven de filmposter van de documentaire Whatever Forever (2014), waarin pa en zoon Douwe openhartig en emotioneel praten over hun intense leven, op de huid gefilmd in dezelfde huiskamer.

Op zijn vijftiende liet hij zijn vader zijn eerste liedje liet horen. „Een moment van maken of breken. Een beetje lachend zei hij dat het heel erg goed was. Maar misschien net iets te zwaar op de hand.” Van zijn vader leerde hij teksten met een korreltje zout te schrijven. „Humor in de zwaarste teksten maakt het sterker. Samen hebben we mooie dingen gemaakt. Ook veel slechte trouwens. Die lieve schat.”

Hij vertelt in de erker. Onderwijl wrijft hij over zijn pijnlijke nek. Die had net flink te lijden onder een pittige kickbokstraining. Het hoort bij Douwes nieuwe regime. Het roer is om, zegt de twintiger niet zonder trots. Hij is gestopt met roken. Eet geen fastfood. Sport. Verruilt tien pils achter elkaar steeds vaker voor een paar glazen goede wijn. En raakte al twaalf kilo kwijt. De zanger serveert nu kruidenthee „die goed is voor je lichaam”.

Joh, lacht hij bij de vragende blik, rock-’n-roll bestaat toch niet meer. „Die jongens uit de sixties zijn dood of kunnen hun naam niet meer uitspreken. Backstage zijn de orgies met groupies vervangen door een masseuse en een yogamat. En een lijn cocaïne is nu kokoswater. Haha.” Maar serieus, vervolgt hij, op festivals at hij alles wat voor handen was: burgers, patat, pizza, wat dan ook. „Als bezoeker is dat prima een keertje. Als artiest was dat dag in, dag uit. In vrij korte tijd kwam ik ongelofelijk aan. Ik zat letterlijk niet lekker in mijn vel. Slecht eten heeft effect op je geest.”

Dat de missie straks in Stockholm glashelder is, laadt hem op als een bokser in de ring. Bloedfanatiek – tot op zekere hoogte. Want in het winnen van zieltjes door selfies met andere kandidaten te posten, zodat die landen op hem stemmen, gelooft Douwe Bob niet. „Ik wil voor de muziek gaan. Het politieke spel wil ik laten.” Maar vies van slimme marketing is de zanger dan ook weer niet. Vandaag opent hij in Stockholm zijn eigen bar met livemuziek. Alle Eurovisiekandidaten zijn al uitgenodigd voor een uitwisseling van lokale drankjes en optredens. En de Europese pers vanzelfsprekend.

„Ik hoorde al hoe het ging bij deze wedstrijd. Dat gelobby. Hoe je langs al die hotellobby’s gaat voor interviews. Nu ben ik gewoon op een eigen plek te vinden in downtown Stockholm. Iedereen is welkom, we draaien een plaatje en drinken wat. Dit is onze slow down, een beetje van thuis. En… zo houdt deze kroegtijger een beetje de regie.”

Dit zijn alle Nederlandse inzendingen sedert 1957:
songfestival400

Nog meer een niche dan Anouk

De deelname van zangeres Anouk aan het Eurovisie Songfestival zette een deur open voor serieuze muziek. The Common Linnets gingen daar met hun tweede plaats overheen. Douwe Bob zal ook weer een deur intrappen, denkt hij. Hij is als kandidaat geen voor de hand liggende keuze. Hij noemt het stoer, dat ze hem sturen. „Laten we eerlijk zijn, ik ben muzikaal gezien nog meer een niche dan Anouk. Een singer-songwriter met een liefde voor sixties en seventies muziek, country en Americana. Muziekvrienden vragen me vaak waarom ik meedoe. Sommigen vinden dat ik er mezelf mee verloochen. Dat ik overstap naar ‘de andere kant’. Dan leg ik uit dat je me eigenlijk, op een bepaalde manier, zou moeten bedanken. Dat ik de muziek die wij zo gaaf vinden naar het grote publiek breng. Misschien lukt het om die muziek te laten aanslaan.”

De prijs die de muzikant daarvoor betaald is hoog: playbackgitaar. „Dat gaat zeer tegen mijn natuur in”, zegt hij hoofdschuddend. „Met mijn gitaar op mijn rug ging ik de kroegjes in Amsterdam langs. Daar is mijn carrière op gebouwd…” Maar, herpakt hij zich, „ik lever in voor een hoger doel. Europa verkeert in zware tijden. De vluchtelingenproblematiek. De aanslagen. Je kunt het belachelijk vinden, maar ik zie in de deelname van 42 landen een positief antwoord. Een verbroederend element.” En natuurlijk hoopt hij op een internationale doorbraak, net als The Common Linnets.

Vrienden vragen me vaak waarom ik meedoe. Sommigen vinden dat ik mezelf ermee verloochen

Met Slow Down, een naturelle countryrocksong in de jaren zeventig feelgood-sfeer, heeft hij iets te melden. Het is een protestnummer tegen de snelheid van het leven. Trap op de rem, dan leef je pas echt. „Ik hou van hard werken. Ook ik ren mee in een marathon. Maar in al die hectiek verlies je het grotere plaatje uit het oog. Heel hippie gezegd is dat de liefde, het beleven van mooie dingen. Als je zo hard gaat kom je in een tunnel van werken, slapen, vreten. Ik ken te veel twintigers met een burn-out. Dat is toch bizar?” „You’ve got to slow down, brother”…., zingt hij. Het woordje brother is een hart onder de riem. „Rustig aan, gappie. Ik ben bij je. In dat ene woordje ligt respect besloten.”

Tegelijk met het Songfestival verschijnt alweer zijn derde album – Fool Bar - sinds het winnen van tv-programma De Beste Singer-Songwriter in 2011. Het maken van dit album, met vaste muziekkompanen Matthijs van Duijvenbode (‘Duif’) en JP Hoekstra, was een rustiger proces dan voorheen. „Meer muziek, minder ego.” Ook in de teksten is een zekere berusting te vinden, behalve in Slow Down ook in een liedje als How Lucky We Are. „Zoiets schrijf ik puur vanuit emotie”, zegt hij. ,,Met een goede buzz van champagne kun je het ineens sterk voelen: kijk nou eens wat voor kaarten we hebben gekregen van het universum! Ik maak mensen er graag van bewust dat het ook heel anders kan zijn. Dat ik niet geloof in landengrenzen, dat het maar lijnen zijn die getrokken zijn. En ik houd niet van de houding die mensen hebben als ze denken ergens recht op te hebben, simpelweg omdat ze er geboren zijn.”

Het album Fool Bar is vernoemd naar Douwe Bobs eigen Fool Bar op de zolder waar zijn vader schilderde. Een bar, een biljarttafel, volle asbakken en bierflesjes. De zanger hangt er met zijn vrienden en maakt muziek. Zeker twintig akoestische sessies moeten er al op die stampvolle zolder met fans en muziekvrienden zijn geweest. Het is zijn droom binnenkort een echte Fool Bar te openen, onthult hij. Een eigen stamkroeg voor livemuziek. „Ik heb een aantal plekken in mijn buurtje op het oog, maar ik kan er nu nog niets over zeggen. We werken er hard aan. Mijn tijdelijke bar in Stockholm is een voorproefje. Het lijkt me zo tof, een soort fifties clubhuis met klasse. En weet je waar ik dan echt zin in heb? Om een mooie oude Wurlitzer jukebox neer te zetten.”