Ik druk me uit in wol

Claudy Jongstra toont haar wandkleden en andere textiele werken in het Fries Museum en MoMA in San Francisco. Gesprek met een ontwerper.

Was u als kind al met stoffen in de weer?

„Als zesjarige al. Ik kom uit een groot Limburgs gezin, met vijf kinderen. Bij ons kwam vroeger een handelsreiziger over de vloer met een stalenboek vol stoffen. Daar bestelde mijn moeder dan stof uit, waar een tante dan kleren voor ons van maakte. De gesprekken van mijn moeder met die stoffenman, die fascineerden me mateloos. En ook dat je van die stoffen iets kon maken.”

Al jong wist u dat u daar iets mee wilde?

„Ja. Maar ik zat op het bisschoppelijk college in Echt. De docenten vonden me ongeschikt voor de kunstacademie: ik was niet creatief, zeiden ze. Zo demotiverend om mensen klein te houden. Ik heb de katholieke kerk altijd als enorm onderdrukkend ervaren. Naar een kunstacademie willen, dat was iets extreems. En op school vonden ze dat het beter was om niet op te vallen. Doe nou maar gewoon, zeiden ze. Gewoon gewoon.”

Maar u heeft toch aan de kunstacademie gestudeerd?

„Mijn ouders moedigden me aan. Je kunt worden wat je wil, zeiden ze. Maar mijn wereld was klein; ik kende niemand die iets creatiefs deed. Voor het toelatingsexamen van de academie moest je werk overleggen. Ik had geen portfolio. Wisten mijn ouders veel. Ik heb, hoe heet dat tegenwoordig, een gap year genomen. Een jaar lang zat ik thuis gedisciplineerd te schetsen. Ik wilde zo graag.”

Namen uw ouders u ooit mee naar musea?

„Nee, nooit. Mijn vader was ingenieur. En mijn broers waren ook geïnteresseerd in techniek. Het ging thuis vaak over hoe apparaten werken, over wis-, natuur- en scheikunde. Maar mijn moeder heeft met haar gevoel voor esthetiek een zaadje bij me geplant. Als op televisie een kunstzinnig programma was, trok me dat enorm. Ik herinner me een uitzending over Bauhaus. Daar zat ik als kind gefascineerd naar te kijken, dat zoog ik allemaal op.”

Waarom gebruikt u alleen wol van uw eigen schapen?

„Vroeger kocht ik wol en textielverf bij de groothandel. Sinds ik me bewust ben van het verschil, doe ik mijn best om de puurste materialen te gebruiken. Een natuurorganisatie beheert 250 Drentse heideschapen voor me. Die schapen grazen niet op overbemeste weiden, maar op schrale heidegrond. Ze gaan ook niet op transport, wat de dieren stress bezorgt, en ze worden slechts één keer per jaar geschoren. Dat verstandige beheer zie je af aan de kwaliteit van de wol. Die is vitaal, heeft lange vezels en een gouden glans. Nee, dat is niet zo gek; mensen met stress krijgen toch een vale huid?

„En kijk eens naar de pracht en praal van natuurlijke kleuren gemaakt van planten, wortels, basten en schorsen. Een wereld van verschil met synthetische verven. Die brullen om gezien te worden. Maar voor natuurlijke verfgewassen worden ook pesticiden en kunstmest gebruikt. Dat zie je terug in de kwaliteit. Met twee biodynamische boeren heb ik daarom een teeltplan voor zeventig verfgewassen opgezet.

„Natuurlijke kleuren harmoniëren altijd. Hun pracht, ik zeg het met enige schroom, heeft bijna religieuze kracht. Sommige mensen vinden dat letterlijk om te huilen zo mooi.”

Waaraan herken je een goed idee?

„Een goed idee neemt je mee naar een onbekende wereld. Het leidt tot een werk dat inspireert, dat aanzet om het leven net een tikje anders in te richten. Die opdracht voel ik als mijn verantwoordelijkheid.”

Noemt u zichzelf nog ontwerper?

„Nee, sinds een jaar of twee noem ik me niet meer zo. Ik druk me uit in wol, ik schep. En dat kan op verschillende manieren. In de vorm van kunst, maar ook in de vorm van een sociaal project voor kansarme jongeren. „Nog niet zo lang geleden had ik mezelf geen schepper durven noemen. Als kind leerde ik immers dat je zulke dingen niet mocht zeggen. Maar sinds kort voel ik me vrij en heb ik het vertrouwen om dat wel te doen. Ik ben ook op zoek naar een grote buitenlandse galerie voor beeldende kunst. Nu ik klaar ben voor de wereld is dat een logische stap.”

Is er een ontwerp waar u spijt van heeft?

„Nee, ik heb altijd alles gemaakt met de intentie die op dat moment waarheid was. De afgelopen twee jaar is mijn werk wel enorm veranderd. Ik laat de wol nu soms los. Recent ben ik ook gaan werken met andere materialen, als klei en gedroogde zaden. De verandering is eigenlijk gekomen sinds Farm of the World. Dat zijn leertrajecten voor kansarme jongeren. Op het platteland leren we ze duurzame producten ontwikkelen, waarmee ze een eigen business kunnen beginnen.”

Recent heeft u dus een grote stap gezet?

„Ik ben een hele langzame, en best verlegen. De laatste jaren heb ik een internationaal team van talentvolle medewerkers om me heen, dat heeft de nieuwe richting mede bepaald. Sinds kort heb ik het gevoel dat ik uitgebroken ben. Ik durf me meer uit te drukken en conventies los te laten. Een voorbeeld? Als opdrachtgevers vroeger om een bloemetje hier en een bloemetje daar vroegen, dan kwam ik niet in verzet. Nu zeg ik: je moet me loslaten. Geen regie, dan krijg je het beste van me.”

Wat is een gedroomde opdracht voor u?

„Voor een groot politiek gebouw zou ik iets willen maken. Als bewoner van het Friese platteland maak ik me zorgen over het landschap, over de monocultuur, over de opschaling van de landbouw. In zo’n politiek gebouw zou ik een andere wereld willen laten zien, inspiratie geven. Wat ik doe, is allemaal maar op kleine schaal. Maar inmiddels weet ik dat je met een impuls iets in beweging kunt zetten. Het helpt daarbij als je mensen kent. In december kwam premier Rutte hier op bezoek. Hij had via mijn vrienden van NL2025 [een denktank met tachtig kopstukken die nadenken over ‘een betere toekomst van Nederland’] over mijn bedrijfje gehoord. Heeft hij hier een hele ochtend zonder agenda rondgekeken. In zijn vakantie – dan ben je toch een goede premier.”