Het einde van de redelijkheid

Van politici tot maatschappelijke organisaties, iedereen brult en toetert erop los. TTIP is door en door slecht. Met Turkije praat je niet. Compromissen sluiten is saai geworden, en verkeerd.

Illustratie Hayo

Arme middle of the road-politicus, niet te ver links of rechts van het midden, pragmatisch, ambachtelijk, saai. De tijd dat politiek de kunst van het haalbare was, lijkt voorbij. Het idee dat je er verschillende politieke ideeën op na kunt houden, maar uiteindelijk samen verder moet, dus moet geven en nemen? Passé.

Aan twee kanten van de Atlantische Oceaan grijpt de anti-politiek om zich heen. Het gesprek lijkt stilgevallen. „Je hebt gelijk, dus ik pas mijn mening aan” - wie zegt dat nog? De megafoon klinkt des te harder. Hysterie is het nieuwe normaal. De thema’s: wantrouwen tegen de politieke kaste, machteloosheid over werk en geld, angst voor globalisering en soevereiniteitsverlies.

In Europa gaat het dan al snel over TTIP, Brexit, vluchtelingen, Turkije, het idee van Brussel als despotische macht of de honger naar meer democratische controle. In Amerika: over Wall Street, mislukte buitenlandavonturen zoals Irak, vrijhandel als vermeende oorzaak van banenverlies. Aan weerskanten van het politieke spectrum bespelen Donald Trump en Bernie Sanders de onderbuik. Trump: „We kunnen niet meer toestaan dat China ons land verkracht.”

Volgens de Amerikaanse historicus Richard Hofstadter (1916-1970) kan een samenleving alleen succesvol zijn als er een zekere mate van consensus doorheen stroomt. Te veel is niet goed, er moet genoeg ruimte blijven voor ‘conflict’. Maar te weinig tast de sociale en politieke samenhang aan. Ronduit zorgelijk is de totale ineenstorting van consensus. Hofstadter: „Het is allemaal een kwestie van proportie en accenten, hetgeen in de geschiedenis verschrikkelijk belangrijk is.”

Het gesprek als tegengif voor conflicten – het was de gedachte die oud-verzetsstrijder en staatsman Robert Schuman, aanstaande maandag precies 66 jaar geleden, inspireerde tot zijn voorstel om de historische Frans-Duitse rivaliteit, die Europa in een slagveld had veranderd, te begraven onder een gemeenschap van kolen en staal. Het startschot voor wat nu de Europese Unie is, met inmiddels 28 piloten in de cockpit de compromismachine bij uitstek.

Maar na decennia van vrede, veiligheid en ongekende welvaartsgroei zit consensus in het verdomhoekje. Het wordt gevoeld als zwaktebod. Als „een vrouwelijke waarde” die „onze mannelijkheid” bedreigt, zoals Thierry Baudet, opiniemaker en anti-EU-activist, het in een recent interview met het Reformatorisch Dagblad noemde. „We verliezen onze mannelijkheid.”

Het zijn al lang niet meer alleen populisten die het hardst roepen, of eurosceptici die de EU hoe dan ook een snel einde toewensen. Regeringen, klassieke politieke partijen, maatschappelijke organisaties – de overtreffende trap lijkt zo langzamerhand op iedereen een onweerstaanbare aantrekkingskracht te hebben.

Deze week ging Greenpeace voor de bijl. Het zette onderhandelingsstukken online waaruit zou blijken dat de Europese Commissie milieunormen en democratische waarden „gigantisch” te grabbel gooit, in de onderhandelingen met de VS over handelsakkoord TTIP. Een stevige conclusie, die niet wordt gestaafd met de gepubliceerde teksten en eigenlijk ook onrecht doet aan de haast pijnlijke inspanningen van ‘Brussel’ om, zonder de eigen onderhandelingspositie compleet te ondergraven, transparant te zijn. Elke volksvertegenwoordiger in Europa kan de vertrouwelijke stukken inzien, in elke lidstaat en in Brussel zijn daar speciale leeskamers voor ingericht. Maar doet dat er nog toe? TTIP is door en door slecht, zo is al lang en breed besloten. De loopgraven zijn gegraven, de megafoons schallen.

Ook Turkije doet de emoties hoog oplopen. De vluchtelingendeal met dat land, van 18 maart, ligt zwaar onder vuur van het Europees Parlement en organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch. Met een land dat journalisten opsluit, moet je niet praten. Guy Verhofstadt, leider van de Europese liberalen, roept al weken: „We hebben onze ziel verkocht.” Dat de EU alle vluchtelingen die nog op de Griekse eilanden aankomen na een korte procedure terugstuurt naar Turkije wordt Europa onwaardig gevonden. De associaties met nazideportaties en -kampen zijn nooit ver weg.

Je zou er haast door vergeten dat er sinds 18 maart bijna niemand meer is verdronken in de Egeïsche Zee. Het terugstuurbeleid heeft de smokkelaarseconomie in Turkije vernield. Het alternatief was het oude recept: doormodderen. Het is een jaar lang geprobeerd en bracht de EU bijna aan de rand van de afgrond. De solidariteit tussen lidstaten bleek flinterdun. Door de Turkije-deal is de afbrokkeling van vrijreizenzone Schengen gestopt, in ieder geval tijdelijk.

Misschien is de grootste zorg niet eens zozeer dat Turkije niet aan Europese normen en waarden voldoet, maar dat het er op een dag wél aan voldoet. Onderdeel van de vluchtelingendeal is de afschaffing van de visumplicht voor Turken. Afgelopen week bleek dat Turkije na een inhaalslag aan bijna alle eisen voldoet. Nu moeten EU-landen woord houden.

Maar Pieter Omtzigt van het CDA, ooit de middenpartij bij uitstek, vond het allemaal „volstrekt onbegrijpelijk”. D66 sprak van „gemarchandeer” en „chantage” door de Turken. Inmiddels dreigt Erdogan zelf de stekker uit de deal te trekken.

Thierry Baudet hoeft zich geen zorgen te maken. Met die viriliteit zit het wel snor. Er wordt volop gepolariseerd en dat mag natuurlijk ook: vrijheid van meningsuiting. Nou ja, niet voor iedereen. Als de Duitse bondskanselier Merkel zegt dat ze een grap over Erdogan „kwetsend” vindt, volgt er een stortvloed aan kritiek. Als Commissievoorzitter Juncker in de aanloop van het Oekraïne-referendum de Nederlandse kiezer oproept om goed na te denken en te handelen als „een Europees strateeg” dan wordt dat weggehoond als „dreigement”.

Wanneer de Amerikaanse president Obama zegt dat de Britse kiezer bij het Brexit-referendum in juni ook goed moet nadenken, dan wordt er wel geluisterd en zijn zelfs de voorstanders van een Brits vertrek uit de EU even totaal van slag. „Misschien hebben jullie een buitenstaander nodig, iemand die niet Europees is, om jullie eraan te herinneren wat er voor grootse dingen zijn bereikt”, zei Obama vorige week tijdens een bezoek aan Europa.

Obama sprak warmere woorden over de EU dan menig Europees regeringsleider in jaren. De Europese samenwerking, zei hij, was misschien niet perfect, en soms ronduit frustrerend, maar wel het beste wat op dit moment voorhanden is.

Het klonk niet onredelijk, en zelfs een tikkeltje saai.