‘Het draait niet om mij’

(42) is televisiemaker en sportschooleigenaar, spierbundel en dichter. Hij schreef een lifestyleboek met smoothierecepten en op elke bladzijde een foto van Arie.

Altijd fijn als iemand zelf de rode draad herkent in zijn leven. Die van Arie Boomsma (42) is: er is een individu en er is een obstakel dat moet worden overwonnen. Kijk maar naar de televisieprogramma’s die hij presenteert. Wat Uit de kast, Over de streep en OverWinnaars [vanaf morgen op tv] gemeen hebben is dat alle deelnemers een probleem hebben dat ze moeten oplossen: een fobie, een verzwegen seksuele geaardheid, een spraakgebrek. Hetzelfde thema zit ook in zijn nieuwe lifestyle-boek Beweeg! waarin hij de vaakst gebruikte smoezen pareert om niet te sporten – te moe, te oud, geen tijd, geen zin. Beteugel die tegenzin, schrijft hij, en ga sporten.

We zitten in De Plantage, een restaurant in Amsterdam. Zijn elf jaar jongere zusje Marije, zijn manager, werkt een paar tafeltjes verderop op haar laptop. Arie Boomsma kiest twee voorgerechten. En, zegt hij, ik wil best een glas wijn. Witte wijn. Ja hoor, zegt hij, dat kan best. „Alcohol, een toetje, ik schuw het niet. Soms heb ik zin om van de daken te schreeuwen dat je aardappels, pasta, brood allemaal gewoon kunt eten.” Mensen willen nog wel eens doorslaan in gezonde eetgewoontes, bedoelt hij. Hij was vroeger basketballer, in Amerika. „Zes uur per dag trainen. Daar viel bijna niet tegenop te eten.” Zeker niet als je 1,98 lang bent. „Vijf keer per dag enorme borden eten voor m’n neus. Heel veel vlees, want dat was goed voor de spieropbouw. Dat vinden we nu ouderwets.”

Ruim een jaar geleden opende hij met vier vrienden een eigen sportschool in Amsterdam. Een jongensdroom. „Ik had zo’n Rocky-achtige sfeer voor ogen. Schimmig zaaltje en dan ploeteren, afzien, je fysieke grenzen verkennen, jezelf verbeteren.” Zijn Vondelgym wordt bezocht door half bekend Nederland. „Ongelooflijk. We hebben daar nooit op gemikt. Maar soms trainen er vier Gouden Kalfwinnaars tegelijk.” Een tweede Vondelgym gaat eind dit jaar open in het oude Trouw-gebouw. Zelf traint hij dagelijks. Yoga, boksen, fitness, crossfit, worstelen. Nee, zegt hij, een gespierd lichaam is niet het doel. Nee? „Nee. Hooguit is het een gevolg ervan.” Een keer per week, op casual Friday mag hij van zichzelf dat ‘gevolg’ aan zijn volgers tonen. Dan zet hij een foto van zijn ontblote bovenlijf op Instagram. Sporno, noemt hij het zelf. Een samentrekking van sport en porno.

Sporten doe je niet voor de buitenkant, maar voor ‘een gezonder, gelukkiger leven’. Zo staat het op de voorkant van zijn boek. „Ik vond het nogal een claim”, zegt hij en legt zijn servet op schoot. „Met mijn broer heb ik daar een pittige discussie over gehad.” Klaas is elf maanden jonger dan hij, samen schreven ze het sportboek. „Maar hij heeft me overtuigd. Bewegen maakt echt gelukkiger, zegt hij, gelukkiger dan je zou zijn als je het niet deed. Zelf is Klaas het levende bewijs.” Vier jaar geleden kickte hij in een verslavingskliniek af van drank en cocaïne. Hun jongere broer Sytze ging hem, een paar maanden eerder, voor. Klaas is, sinds hij clean is, fanatiek hardloper, en een van de trainers van Vondelgym.

Zwaarmoedig, noemt Arie Boomsma zijn twee jongere broers – er is nog één oudere broer. Herkent hij dat gevoel? Hij lacht. „Ik ben eerder overmoedig.” Misschien dat hij zich één keer in zijn leven zo voelde als zijn broers. Toen hij nog basketbalde, geblesseerd raakte en maanden niks kon doen. Zijn verslaving is sporten? „Verslaving is zo’n beladen woord geworden. Verslaving betekent pijn en verdriet en het eind ervan is de dood. Een verslaafde kan geen impuls weerstaan, doet alles voor de volgende high. Als ik een dag niet sport, word ik niet gek of boos.” Wat hij wel gemeen heeft met zijn broers is het monomane, het één ding per se willen doen. „Alleen bij mij noem je het discipline.”

Arie staat op elke bladzijde

Hij komt uit een warm gezin, zegt hij. Vader dominee en voorzitter van de protestantse synode, zijn moeder studeerde Nederlands en gaf haar vijf kinderen veel liefde voor kunst en cultuur mee. „Lieve mensen. Ze haalden iedereen die het moeilijk had in huis. Er zaten altijd wel een paar vreemden bij ons aan tafel.” Lastig? „Soms. ‘Ik ben er ook nog’. Dat gevoel. Ik denk dat ik mijn gehechtheid aan het podium daaraan heb te danken.” Als ik door andere ouders was opgevoed, schrijft hij in zijn vaste column voor vrouwenblad Flair, was ik mijn geloof in God misschien wel verloren. Hij gaat nog naar de kerk, alleen, zijn vrouw is niet gelovig, en ook niet elke week. De Jeruzalemkerk in de Baarsjes, waar hij woont. De Noorderkerk, in het centrum. Geen vaste plek. „Ik ben bang om ergens bij te horen.”

Ongrijpbare Arie Boomsma. EO-presentator én programmamaker voor NET5. Sportschooleigenaar én congresleider voor een politieke partij. En die partij kan ChristenUnie heten, CDA of PvdA, hij werkte voor alle drie. Hij is spierbundel en schrijver van een gedichtenbundel (Ik weet niet welke weg je neemt, 2015). Hij schreef, samen met zijn vader en broer, een boek over geloofskwesties en komt nu met een lifestyleboek met smoothierecepten en op elke bladzijde een foto van Arie (met kleren aan). Hij komt ermee weg. Sterker nog, mensen uit alle geledingen van de samenleving, lópen met hem weg. „Ik omarm mijn tegenstellingen nu”, zegt hij. Het uiterlijke heeft hem altijd aangekleefd. Hij begon als fotomodel en omroeper van jongerenzender Yorin. „Een pratend plaatje. Er zat niks van mezelf in. Dus ging het in elk interview om het beeld van mijn buitenkant.” Vandaar de „krampachtige behoefte” te laten zien dat hij ook „een binnenkant” had. Dat hij ook nog wat kón.

De ommekeer kwam toen hij in 2009 – tijdelijk –werd geschorst door de EO omdat er in het blad l’Uomo een homo-erotische fotoreportage met hem als model stond. „Mijn moeder schaamde zich rot om hoe het ging. Het NOS-journaal opende met mijn schorsing. Gekkigheid, vond ze het, die enorme aandacht ervoor.” Het kwam goed tussen de EO en hem, maar hij besloot een paar maanden later toch te verkassen naar de KRO waar hij, in 2011, een programma ging maken waarin jonge mensen hun (homoseksuele) geaardheid voor het eerst openbaren. „En toen was ik ineens homo in ieders ogen.” Hij heeft het nooit ontkend, ook nooit bevestigd trouwens. „Ik vond het niet netjes om ineens heel hard te gaan roepen ‘ik ben geen homo’. Dan neem je er toch afstand van, alsof het iets is waarvoor je je moet verantwoorden.” Achteraf pakte die hele EO-affaire niet verkeerd voor hem uit. „Wat begon als kritiek op mij van de EO, boog om in lof. Wat ervan bij het publiek bleef hangen, is dat ik taboes niet schuw. En dat klopte precies.” Hij lacht. „Homoseksualiteit is nu gewoon één van mijn portefeuilles.”

Hij heeft zichzelf na die tijd „geherdefinieerd”. „Ik ben me bewust hoe een imago ontstaat, nu speel ik juist met de contrasten.” Uiterlijk en innerlijk. Entertainment en inhoud. Viva en de Volkskrant. Filosofie en fitness. Of, zoals hij zegt: „IJdelheid versus de wens relevant te zijn”. En de Instagramplaatjes van zijn huwelijk met Romy, van zijn drie maanden oude dochtertje Bobby Jo, de jeugdfoto’s met zijn broers...? Hij pakt zijn telefoon om te laten zien wie hij zoal volgt. Weinig sporno, de blog van bodybuilder Tavi Castro bekijkt hij maar heel af en toe. Interessanter vindt hij de posts van workoutprofessionals. „Kijken hoe mensen leven, trainen, bewegen.” En toen zijn vrouw in verwachting was, volgden ze samen jonge ouders. „Grote buiken, kleine, puntbuiken. Wat is normaal, hoe doen anderen het? Alles rondom de bevalling en ouderschap is dan ineens interessant. Het is research.” Maar geven al die mensen niet een heel gepolijst beeld van zichzelf? „Er zijn er ook bij die schrijnend eerlijk zijn.”

Echte problemen

„Ik schuw het niet zichtbaar te zijn,” zegt hij. „En natuurlijk kies je wat je laat zien en wat niet. Je kiest wie je wil zijn, wat het best bij je past, en je plaatst de foto’s die je zelf het mooist vindt. Maar dat is niet het enige dat ik deel. In mijn column en boeken schrijf ik ook over mijn onzekerheden. Over onze miskraam, over of ik mijn geloof moet doorgeven aan onze dochter en zo ja, hoe dan.” Helaas, zegt hij, bereik je met plaatjes meer mensen dan met een column of een boek. In zijn televisieprogramma’s houdt hij zich, welbewust, op de achtergrond. „Het draait nooit om mij, maar om de mensen die iets te overwinnen hebben.” En als dat lukt, wat dan? Zijn ze gelukkiger? „Ik geloof niet in televisieprogramma’s die heil komen brengen.” In OverWinnaars volgt hij Chantal, een meisje dat haar leven lang gebukt gaat onder haar vergroeide gezicht. Haar ‘overwinning’ is dat ze midden op de de Dam in Amsterdam gaat staan om hugs uit te delen aan voorbijgangers. Helpt dat haar? „Ik denk wel dat zij een juk van zich heeft afgegooid en dat dat voelt als een bevrijding.” En zo volgt hij nog een paar jongeren. Een meisje met anorexia, een stotterende jongen. Het lijkt het zoveelste programma over echte mensen met echte problemen. Zoals hij niet sport voor de spieren, maakt hij geen tv voor de tranen, zegt Arie Boomsma. „Mooi als het gebeurt, maar het is een gevolg, geen doel. Het doel is een maatschappelijk relevant portret te maken.”