Libris Literatuurprijs: een vrouw wint de prijs zelden

De Librisprijs Maandag wordt bekend wie de Libris Literatuurprijs krijgt. Op de shortlist staan auteurs die het graag herkenbaar houden.

Dat boeken die gebaseerd zijn op werkelijke gebeurtenissen beter verkopen dan romans die vooral een beroep doen op de verbeelding of het taalexperiment is algemeen bekend, al betekent het nog niet dat elke auteur zich daar ook mee heeft verzoend.

De kanshebbers voor de Libris Literatuur Prijs 2016

Een troost voor literaire puristen was dat recensenten meestal wél de voorkeur gaven aan de verbeelding, en ook dat hun tijd nog wel kwam wanneer het prijzencircus aan zijn evaluatie begon. AKO- en Librisjury’s kozen meestal literaire romans (al was de AKO-prijs er ook voor non-fictie). Sterker nog: boeken met al te veel ‘haakjes’ naar de werkelijkheid, werden veelal beschouwd als een minder volwaardige categorie. Een auteur met te weinig verbeelding schrijft geen literatuur.

Die tijden zijn voorbij. Dat wordt bevestigd door boeken op de shortlist van de jongste Libris Literatuurprijs. Hierin lijkt de verbeelding links en rechts te worden ingehaald door sporen van de werkelijkheid. En hoewel Gerard Reve ooit schreef dat waar gebeurd geen excuus mag zijn, ga je je afvragen wat dán de reden is dat er vrijwel geen literair werk meer verschijnt zonder ‘haakje’ met de werkelijkheid. Menselijkheid in een roman moet aanwijsbaar zijn terug te vinden.

P. F. Thomése heeft het minst duidelijk een ‘werkelijkheidshaakje’ in De onderwaterzwemmer, een boek waarin hoofdpersoon Tin drie levens leidt, die niet eens alle drie noodlottig aflopen en er een knipoog is naar Tin (tin) in Afrika. Maar dat dit boek werd opgedragen aan zijn lang geleden overleden vader, bleef niet onopgemerkt.

Joke van Leeuwen duikt de geschiedenis in, De onervarenen is het verhaal van agrarische emigratie halverwege de Nederlandse negentiende eeuw. En natuurlijk denken we aan de ‘gelukszoekers’ in hun brakke bootjes.

Ook Connie Palmen verdiepte zich in boeken voordat ze haar eigen versie van een bestaand verhaal aan de wereld toevoegde. In Jij zegt het vertelt ze vanuit het perspectief van Ted Hughes over de relatie met, en de weg naar de zelfmoord toe, van Sylvia Plath. Het is een geschiedenis die ook zonder literair ingrijpen al grote zeggingskracht heeft, omdat de protagonisten in dagboeken, romans, brieven en gedichten ook al over elkaar schreven.

Inge Schilperoord heeft zich in Muidhond verplaatst in de geest van een pedofiel die is vrijgesproken – een personage in wie ze zich dankzij haar achtergrond als forensisch psycholoog met kennis van zaken kon verdiepen, wat nog niet meteen betekent dat we een geheel nieuwe visie op de pedofiel krijgen.

Dichter bij huis blijven, in die zin dat ze gaan voor de autofictie, Thomas Verbogt en Alex Boogers. Verbogt noemt zijn hoofdpersoon Thomas in Als de winter voorbij is en geeft hem een verleden mee dat lijkt op dat van de auteur, al gaat het daar natuurlijk niet om, want ‘het gaat niet om werkelijkheid, het gaat om waarheid’, aldus de Librisjury.

Alex Boogers doet bijna hetzelfde. Hij heeft met Alleen met de goden zijn ‘eigen wordingsgeschiedenis’ beschreven, constateert de jury. Zijn hoofdpersoon deelt zijn initialen, zijn sport (boksen) en vast ook zijn gecompliceerde persoonlijkheid, al zal het verhaal op gebeurtenisniveau niet geheel zo zijn gegaan. Daar is de romanschrijver aan het werk.

Het zijn boeken die oog hebben voor de ander en denken om de lezer: ze vliegen niet uit de bocht, maken geen misplaatste grote gebaren, roepen niet op tot engagement – het klopt allemaal. De jury signaleert de hang naar de (controleerbare) werkelijkheid zelf ook, en blijkt haar positief te waarderen: „Het is vaak niet duidelijk waar fictie begint en non-fictie ophoudt, en het blijkt dat mannen, maar ook vrouwen, steeds vaker boeken willen lezen die een verhaal vertellen op basis van ware gebeurtenissen.” Een literaire prijs als leesbevordering, en ‘ware gebeurtenissen’ als verkoopargument: als het niet zo’n cliché was zou je zeggen dat de roman weer eens dood is verklaard. ‘Het graf gaapt, de tijd zoemt, en nergens is redding’, om Gerard Reve nog maar eens aan te halen.

Dat Connie Palmen als grootste kanshebber wordt gezien, heeft iets ironisch, want in dat boek krijgt Ted Hughes het laatste woord, uitgerekend met deze gedachte: „Door mijn afkeer van confessionele, autobiografische literatuur, de diabolische angst voor het puur persoonlijke, en mijn rigide opvattingen over wat ware poëzie is, heb ik tot het einde van mijn leven mijn eigen louteringen geblokkeerd.”

Palmen is juist liefhebber van dat soort literatuur en laat in Jij zegt het zien wat de inzet van (auto)biografische elementen vermag. Aan alles is voelbaar dat Palmen studie heeft gemaakt van wat haar personages meemaken: de overgave, de gevaarlijke liefde. Op basis van haar ervaringen en haar verbeelding, schept ze iets nieuws en zet ze zo de werkelijkheid naar haar hand. Het begon met het ‘haakje’, maar uiteindelijk overwint wellicht de fictie.