Drakenparade: van hellehond en veelkoppig monster tot geluksbrenger

De grootste robot op vier poten is een dier dat niet bestaat, namelijk een draak. Het monster is ruim 15 meter lang, met een spanwijdte van 12 meter en een gewicht van 11 ton. Het brult, bloedt en spuwt vuur en rook, met dank aan specialeffectexperts uit Hollywood. Elk jaar wordt deze draak met een lans ‘gedood’ door Sint Joris tijdens de zogeheten Drachenstich in het Duitse Furth im Wald.

Dergelijke drakenspelen worden op wel meer plekken in Europa gehouden – bijvoorbeeld elke zeven jaar in het Limburgse Beesel. Dat laatste is voor het Limburgs Museum de aanleiding geweest voor een tentoonstelling over de draak, die samenvalt met de verschijning van het het boek Draken, beesten van verbeelding.

Deze voorbeeldige essaybundel behandelt de draak van ‘drakenstad’ Gent tot de keizerlijke drakenmantels in China. En van de slangendraken in Babylonië en de bijbelse Leviathan tot de ‘drakengewaden’ van modeontwerper Tom Ford en gruwelmonster Smaug in de film The Hobbit.

Deze laatste – zeg maar moderne – draak is geboren in de vroege Middeleeuwen. Vóór die tijd figureerden ook draken in nog veel oudere mythen in Mesopotamië en Griekenland, maar die monsters hebben veelal andere gedaanten en rollen.

De Babylonische draken waren slangen, die de chaos belichaamden en door (orde)schepper Marduk werden gedood. De Griekse ‘drakoon’ was bijvoorbeeld de hellehond Cerberus die als bewaker optrad.

Maar pas toen het christendom zijn opmars in Europa begon, kreeg de draak de gestalte die wij nu kennen: een veelkoppig en vuurspuwend monster, met een geschubde pantserhuid en vlerken. De draak werd daarbij het symbool van het kwaad en belichaamde in zijn eentje de zeven hoofdzonden tezamen. Dit kwaad werd overwonnen door het goede, in de gedaante van Sint Joris; een van vele verzonnen heiligenverhalen in die dagen.

De draak speelde zo een hoofdrol in de kerkelijke indoctrinatie, die werd gevoed door de vondsten van reusachtige fossielen (van dino’s), reizen naar exotische landen en verhalen van de clerus. Een zo’n verhaal vertelt dat ook aartsengel Michael draken doodde en werd eind 19de eeuw door de paus verplicht als gebed, dat na de afschaffing in 1960 door conservatieve katholieken wordt opgezegd – nog altijd.

Dit soort details kleurt dit rijke boek, dat ook prima literatuurlijsten heeft. De illustraties zijn niet alleen schitterend, ze geven ook diepgang. Zo is een rood-witte Etruskische vaas niet alleen beeldschoon, maar snap je nu ook dat de afgebeelde vrouw drie draken bedwingt en geniet je des te meer.

Dat geldt nog meer voor de hoofdstukken over Azië, waar de draak niet alleen gevaarlijk is maar ook geluk brengt. Zo beroemt de koning van Cambodja zich erop af te stammen van een draak en houdt de draak in China samen met de feniks het heelal in evenwicht. Die dubbelzinnigheid doet een beetje denken aan in het draaksteken in Catalonië, waar het drakenbloed verandert in rode rozen. Zo symboliseert de draak ook de liefde.