Dex ergert zich kapot

Dex Elmont heeft een moeilijk half jaar achter de rug. Hij heeft zich helemaal kapot geërgerd aan zijn nieuwe judoband, die hij liet maken omdat hij er zo graag een gouden borduursel met zijn naam op wilde laten zetten. Deden zijn collega’s al jaren, en hij vond het nu ook tijd worden. Statusdingetje. Hij heeft het geweten.

Ben je net lekker aan het sparren met je trainingsmaatje, moet je stoppen omdat die knoop niet houdt. Het materiaal is nog te glad. In wedstrijden idem. Tegenstanders boos, scheidsrechters geïrriteerd als ze bij elk pakkingsgevecht na een paar seconden ‘matte’ moeten roepen. En maar weer knopen, om moedeloos van te worden. Gelukkig begint het ding eindelijk in te slijten. Dat mag ook wel. Dit weekend zit Dex in Bakoe, waar belangrijke punten voor Rio te verdienen zijn.

Je zou denken: pak dan een oudje. Maar Dex is koppig. Met deze band gaat hij doen tot het einde van zijn carrière, ergens na Rio. De kans dat hij over vier jaar in Tokio komt judoën schat hij op 5 procent. En dat heeft heus niets met de gemiddelde levensduur van zo’n judoband te maken. Die hangt tegen die tijd gezellig ingelijst boven zijn bed in Haarlem, als hij zijn witte judopak heeft ingeruild voor een gelijkkleurige doktersjas. Eentje met knoopjes.