Collectieve ‘beleving’ houdt religie levend

Wie weet nog waarom Hemelvaartsdag en Tweede Pinksterdag nationale feestdagen zijn? Het is de nagalm van het kerkorgel op de kalender.

Sinds 1848 zijn alle godsdiensten in Nederland voor de wet gelijk, maar de een is wat gelijker dan de andere. Grote Verzoendag, het hindoefeest van het licht en het islamitische offerfeest zijn geen vrije dagen. Wel hebben de Oranjes nog steeds een speciale band met de Hervormde, nu Protestantse Kerk. Hardnekkige overblijfselen van voorbije tijden, zou je zeggen. En toch.

Nederlanders mogen dan losraken van ooit gevestigde kerkgenootschappen, ze worden niet minder godsdienstig. Dat religie gedoemd is te verdwijnen, of te vervallen tot privébesogne van een kleine groep, dat leerstuk is onder sociologen al een tijdje uit de gratie.

Nieuwkomers brengen hun eigen religies en rituelen mee, en een deel van de mensen die de kerkdeur achter zich dicht hebben getrokken, omhelst nieuwe vormen van spiritualiteit. Daarin draait het niet om geboden en verboden maar om een collectief ‘wow-gevoel’, om vrijblijvende, vluchtige vervoering. De eigentijdse nadruk op ‘beleving’, niet een keurslijf van regels, houdt religie hier levend.

Volgens antropoloog Birgit Meyer, die verderop in deze bijlage uitvoerig aan het woord komt, is die gezamenlijke beleving nu juist het wezen van religie, meer nog dan leefregels en dogma’s.

Dat wij geneigd zijn religie vooral te zien als teksten en voorschriften, ziet Meyer als een ‘protestants vooroordeel’. Teksten kunnen heel verschillend worden uitgelegd, en dat gebeurt ook. Religie, zegt Meyer, manifesteert zich niet louter in doctrines – al of niet vastgelegd in heilige boeken – maar vooral in handelingen – rituelen, vieringen – en in dingen, beelden en plekken.

Ooit werd over Nederland gezegd dat elk dorp zijn eigen kerkgenootschap had. Tegenwoordig is grootstedelijk Nederland een religieuze lappendeken. Al die gemeenschappen hebben hun eigen rituele kalender – en wederzijdse gevoeligheden. Alleen al daarom zijn al die ‘praktijken’ de moeite van het bestuderen waard.