Als je niet presteert klop ik op je deur

De coach van Ajax staat voor zijn vijfde landstitel in zes seizoenen. Een jaar van uitersten in vijf citaten. „Ik verloor de grip op het geheel.”

„Als iemand alles mag en niet presteert, heb ik zeventien man tegen me.” Foto Robin Utrecht

Het is druk bij de poort na de vrijdagtraining van Ajax, met supporters die spelers in hun auto staande houden om een handtekening. Hoort bij de rituelen van een aanstaand kampioen. „Ik probeer spelers er zoveel mogelijk van te distantiëren, dat ze alleen maar bezig zijn met die wedstrijd zondag tegen De Graafschap”, zegt Frank de Boer. „Maar ja, die jongens zijn wel vandaag met bandjes in de weer voor vijf mensen die ze mogen uitnodigen voor de huldiging. Moet toch gebeuren, dat soort dingetjes.”

De titel is bijna binnen, De Boer (45) is bijna weer koning van de eredivisie. Tegen De Graafschap volstaat een overwinning als PSV het verschil in doelsaldo van zes niet goedmaakt. Na zes seizoenen geen titel voor Ajax bracht De Boer vanaf 2011 in zijn vijfeneenhalf jaar al vier titels en de vijfde is bijna feit. Opgeteld bracht hij zo’n zestig miljoen euro Champions League-opbrengsten binnen. In aantal landstitels is hij als Ajax-trainer vanaf maandag zonder gelijke – een sensatie daargelaten.

Het zijn de Europese campagnes, variërend van net-niet tot bar slecht, die hem een onvoltooid gevoel geven. Er is een honger die niet gestild werd en dat kan „zomaar eens” reden voor hem zijn om zijn in 2017 aflopende contract te verlengen bij Ajax. Zelf is hij er al uit, eind volgende week praat hij met de clubleiding. Overwinteren in de Champions League, zoals PSV, is hem nog niet gegeven. „Maar dat kan ook met een andere club”, zegt De Boer tijdens de wekelijkse persconferentie. Knipoog erbij, de lachers op zijn hand.

Zijn onlangs afgescheurde achillespees belemmert hem steeds minder in zijn mobiliteit. Met loopgips, zonder krukken, manoeuvreert hij over sportcomplex De Toekomst. Een jochie mag gerust tijdens het interview in de kantine een selfie met de Ajax-coach nemen. De stemming is opperbest: het seizoen dat begon met de pijnlijke uitschakeling tegen Rapid Wien in de voorronde van de Champions League, gevolgd door een droevige aftocht in de groepsfase van de Europa League, krijgt zo nog een slot dat De Boer „heel trots” maakt.

Hij kan nu veilig stellen dat het seizoen „compleet mislukt” is als de titel alsnog naar Eindhoven gaat. „Ook al heb ik het hoogste aantal punten in mijn zes seizoenen. Qua prestaties zou het dan compleet mislukt zijn. Als je kijkt naar hoeveel internationals we hebben geleverd, de ontwikkeling van spelers, kan je positief zijn richting toekomst. Maar voor de rest: zonder titel is het compleet mislukt.”

Het seizoen van Frank de Boer in vijf citaten.

„Ik had het idee dat hij me liep te zoeken.”

Ex-Ajacied Ricardo Kishna (nu Lazio Roma). Voetbal International, 29 juli 2015.

De Boer: „Ja, kan. Ik heb het gevoel dat ik er misschien wel te veel energie in heb gestoken. Van sommige spelers weet je dat ze veel meer in hun mars hebben. Maar die hebben een bepaald plaatje van zichzelf dat niet strookt met het beeld dat ik van hen heb. Tegen Christian Eriksen heb ik nooit wat hoeven zeggen, Davy Klaassen corrigeer ik ook nooit. Omdat ik weet: dat klopt, dat plaatje.

„Na vier keer zo’n gesprek houdt het een keer op. En als je het vier keer over iets anders hebt, blijf je on speaking terms. Maar als het drie keer over hetzelfde gaat, zeg ik die vierde keer: ‘Vriend, dit is geen geslaagd huwelijk. Wij denken op een ander niveau over hoe jij de top kan bereiken, hoe Ajax de top kan bereiken.’ Dan scheiden onze wegen, dat is ook niet erg. Geven we elkaar de hand, niets aan de hand.”

„Ik stop ermee.”

Johan Cruijff vertrekt als adviseur bij Ajax. De Telegraaf, 16 november 2015.

„In mijn ogen hebben we continu gedaan wat Johan wilde. Wim Jonk, Dennis Bergkamp, ik, de directie met Edwin van der Sar en Marc Overmars. Het is niet dat hij hier dagelijks was, maar heeft hij het proces aan de gang gezet. Er wordt hier zeker anders gewerkt dan toen ik begon: invoering van het technisch hart, andere training, veel individuele trainers, roulatiesysteem met jeugdtrainers. Juist heel veel van zijn ideeën zijn in uitvoering gebracht. Wat dat oplevert gaan we nu pas zien, denk ik: Vaclav Cerny, Donny van de Beek, Matthijs de Ligt, Abdelhak Nouri – dat is een lichting die vol profiteert van het plan-Cruijff.

„Zijn dood was een enorme schok. Misschien was ik extra emotioneel omdat ik toen net met mijn poot zat, ik weet niet, maar er is gehuild in Monnickendam, ja. Ik kon er ook niet over praten. Als ik iemand aan de telefoon had die me ernaar vroeg kon ik geen woord uitbrengen. Steeds weer tranen. Het was ongeloof, dat hij er niet meer is.

„Hij was god, natuurlijk. In Nederland, in buitenland. Staat gelijk met Rembrandt en Van Gogh. En dan heb ik het niet alleen over wat hij voor het voetbal heeft betekend, ook zijn persoonlijkheid en wat hij deed met gehandicapten. Verreweg de grootste Nederlander van de afgelopen eeuw.”

„Marc wil ook kopen, maar moet zich ook aan de rvc verantwoorden.”

Frank de Boer en Overmars willen een spits. De Telegraaf, 9 januari 2016.

„Kijk, als Ajax kan je het niet veroorloven om met één spits om het kampioenschap te strijden. Goddank is het niet gebeurd, maar je zult maar hebben dat Arek Milik geblesseerd raakt. Wie hadden we dan moeten opstellen? Had ik met Kasper Dolberg moeten beginnen, of Anwar El Ghazi die altijd op de flank speelt? Tuurlijk kan hij dat invullen, maar dat is geen ideale situatie.

„Ik vind het een verkeerde keuze geweest om geen spits te halen in de winterstop. Yaya Sanogo [gehuurd van Arsenal tot de winterstop] voldeed niet, dat was duidelijk en daar was iedereen het over eens. Je moet een alternatief hebben, er moet concurrentie voor Milik zijn. Ik ben heel blij, voor mij, maar ook zeer zeker voor hem, dat Arek zich zo heeft gemanifesteerd [clubtopscorer met nu 21 doelpunten]. Maar het blijft een situatie die niet ideaal is. We moeten echt afkloppen dat Milik heel is gebleven.”

“Ik heb weleens gedacht: ik kap ermee. Of, eigenlijk: ik maak het seizoen af en dan ben ik weg.”

De Boer over de eerste seizoenshelft. De Volkskrant, 19 maart 2016.

„Dat zal best eens de revue gepasseerd zijn, ’s nachts in bed. De uitschakeling in de Europa League was ik echt ziek van. Er waren allerlei randzaken. De breuk met Jonk [hoofd jeugdopleiding] en Cruijff, je verliest de grip op het geheel en denkt: die ellende, waar doe ik dit allemaal voor? Dat je midden in de nacht nog aan het malen bent. Er was in prestaties in Europa geen vooruitgang, ik was daar echt beroerd van.

„Er was een negatieve sfeer rond de club. Supporters baalden nog van het missen van de Champions League, terwijl het echt niet gezegd was dat we na Rapid even de groepsfase zouden zijn binnengewandeld. Tuurlijk, laat duidelijk zijn: je moet winnen van Rapid Wien, maar daarna krijg je nog een beuk van een tegenstander in de volgende voorronde.

„Ik geloof nog steeds dat je ver kan komen in Europa. Je moet die uitschieter willen zijn, daar moeten we keihard voor vechten. Om die uitzondering op de regel te zijn. PSV was dichtbij, nu moeten wij daarvoor zorgen.

„Die titel van Leicester in Engeland laat zien dat het kan. Zo’n sprookje, één keer in de dertig jaar. Twee maanden geleden nog dacht iedereen: die kunnen de druk niet aan. Hoe ze spelen, ik moet steeds denken aan Valencia in de tijd dat ik bij Barcelona zat. Met Mendieta, Baraja, Claudio Lopez. Die Vardy van Leicester is net als Lopez toen: voor je het weet is-ie weg, haal je nooit meer in.

„Ik denk niet dat wij zo kunnen spelen bij Ajax. Wij horen te domineren. Dat had Leicester niet. In Europa moet je realist zijn, maar ik weet zeker dat we in deze fase tegen Rapid Wien een veel beter resultaat zouden hebben gehaald. We stonden er gewoon nog niet.”

“De Boer vindt het goede voetballers, 'maar dat karakter hè'.”

Columnist Hugo Borst over ‘moeilijke’ spelers. Algemeen Dagblad, 11 april 2016.

„Dat ging over Marokkaanse voetballers? Ik heb mijn spelers weleens gezegd: ik hou van iedereen evenveel. Heeft niets met huidskleur, afkomst te maken: ik heb met niemand last. Niet met Marokkanen, niet met Nederlanders, niet met Denen. Maar bij profvoetbal hoort een bepaalde gedragscode. Die is best breed, het is geen keurslijf. Maar er zijn wel dingen waar je je aan moet houden. Als je buiten de pot piest, moet je verantwoordelijkheid nemen.

„Je mag hartstikke moeilijk zijn. Als je maar presteert. Want wie z’n kop gaat eraf? Die van mij. Als anderen zien dat hij alles mag en niet presteert, heb ik zeventien man tegen me. En de buitenwereld. Als je denkt dat je het met dertig procent minder kan bereiken, moet je het doen. Maar als je niet presteert, klopt er iemand op je deur. Dat ben ik. Maar ik hoop, dat heb ik liever zelfs, dat mensen om hem heen op zijn deur kloppen.”