Vijf redenen om juist nu naar Milaan te gaan

Vijf redenen om juist nu naar Milaan te gaan, aldus Ivo Weyel.

1. Jampotje met drank

De Salone Internazionale del Mobile (de belangrijkste meubeldesignbeurs ter wereld) is net voorbij, en het gonst nog na in Milaan. Geen beter moment dus om nu de stad te bezoeken. Zo is de bar van het Principe di Savoia hotel tijdelijk het domein van het Nederlandse designduo Studio Job dat voor drankmerk Disaronno een jampot ontwierp waarin je een cocktail kunt shaken (jampotten werden tijdens de drooglegging gebruikt om drankgebruik te camoufleren). ’t Is weer een typisch Studio Job ding, met schedels erop waaruit slangen kruipen, rozen en rode harten, en in het chique Principe serveren ze daarin de Disaronno Saur (met limoen) met een rietje. Een potje kopen kan ook via luisaviaroma.com. Kost 20 euro.

2. Chic Roomwit

De kamers van het gloednieuwe TownHouse Duomo hotel zijn ingericht door toonaangevende designers. Elke kamer door een andere. Met verrassende resultaten: wandschilderingen, gordijnen midden in de kamer, lichtinstallaties in de vorm van een boom. De beste kamer (vind ik) is nummer 309, ingericht door de ontwerpers van de Italiaanse meubelfirma MDF, want die is niet zo hysterisch als de rest, maar juist zeer chic en rustig roomwit, met een eigentijdse, roestvrij stalen variant van het hemelbed, blankhouten lambriseringen en een serene, halo-achtige plafondverlichting. Dat slaapt lekker in.

3. Bladgouden Rem Koolhaas

Prada maakt tasjes en kleren. Daar zijn eigenaresse Miuccia en haar man schathemeltjerijk mee geworden. En wat doe je in zo’n geval als beroemd modepaar? Dan ga je als man aan zeezeilraces meedoen (immers de duurste sport die er bestaat) en ga je als vrouw kunst verzamelen. Dat doet ze op zulke grote schaal dat ze er een eigen museum omheen liet bouwen, de vorig jaar geopende Fondazione Prada, gevestigd in een voormalige distilleerderij. Rem Koolhaas verbouwde het en liet een van de gebouwen, vijf verdiepingen hoog, geheel met bladgoud bekleden. Show me the money! De kunst is highbrow, maar in combinatie met het schitterende complex en het modieus geklede publiek (je kijkt je ogen uit, let vooral op het modieuze schoeisel waarop men voortstrompelt), is het een bezoek meer dan waard.

4. Zwetende obers

Het hipste restaurant van de stad is Carlo e Camilla in Segheria, in een voormalige houtzagerij (ziet eruit als een gekraakte fabriek, maar dan met kroonluchters). Kok Cracco is in Italië wereldberoemd van de televisie. Mij kon het eten niet behagen (in tegenstelling tot de hemelse cocktails); wie echt Italiaans wil, snelle naar trattoria Bagutta, sinds 1924 een instituut, met heen en weer rennende, volop zweet gutsende obers op leeftijd en gillende mama’s die de boel regelen. Zit altijd vol, dus wel reserveren. Voor de combi kunst en eten, is restaurant cum kunstgalerie Pisacco de beste optie.

5. Poepkunst

Wie bij de volgende items de wenkbrauwen niet fronst, is een echte designkenner: toiletpaper, grafzerk The End, Merda d’artista. Het eerste is een tijdschrift, het tweede een piepschuimen kunstwerk en het derde een conservenblikje met dertig gram poep van kunstenaar Piero Manzoni. Zijn vader noemde hem ooit een schijtkunstenaar, vandaar. De originele verkochten ooit voor ruim een ton. Nu zijn er slappe aftreksels (de man is immers al lang dood) te koop bij 10 Corso Como, het designmekka van Milaan. Steel daar vooral de kartonnen onderzetters uit het café, want op verkoopsites brengen ze aardig wat geld op.