Zelfs McDonald’s komt hier nu lenen

De Europese Centrale Bank gaat bedrijfsobligaties opkopen. Bedrijven lenen spotgoedkoop, maar er zijn ook risico’s.

Illustratie Studio NRC

Fastfoodketen McDonald’s uit de Verenigde Staten, telecom- en retailconglomeraat CK Hutchison uit Hongkong en drankenfabrikant Fomento Economico uit Mexico. Deze bedrijven komen nu allemaal naar het eurogebied om geld op te halen. Ze schrijven bedrijfsleningen uit in euro’s, vaak voor het eerst.

Logisch – want wie wil nu niet lenen zoals de bedrijven in de eurozone dat doen? Unilever schreef eind april 1,5 miljard euro aan bedrijfsobligaties uit, tegen wel héél gunstige voorwaarden. Op 300 miljoen aan obligaties die in 2020 aflopen, hoeft het Brits-Nederlandse bedrijf welgeteld nul procent rente te betalen. Gratis lenen dus, voor „algemene bedrijfsdoeleinden”, legt Unilever uit in een persbericht.

De honger van beleggers naar het schuldpapier van bedrijven is groot. Op euro-obligaties van McDonald’s ter waarde van 2,5 miljard euro hadden beleggers onlangs voor 14 miljard euro ingetekend. De meesten vingen dus bot.

De bedrijven moeten eigenlijk allemaal een bedankbriefje sturen naar Frankfurt. Want daar heeft de Europese Centrale Bank (ECB) besloten bedrijfsobligaties te gaan opkopen. Dat doet de ECB pas vanaf juni, maar al sinds de aankondiging, in maart, dalen de rentes op bedrijfsleningen. „Beleggers weten dat er een grote koper de markt op komt en anticiperen daarop”, zegt Dick van Mastrigt, partner bij Optimix Vermogensbeheer.

Bedrijfsobligaties blijven voor de belegger meer opleveren dan staatsobligaties. Op meer dan 40 procent van de staatsobligaties in de eurozone is de rente negatief. „Beleggers kopen alles wat maar boven de nul zit”, zegt Van Mastrigt. Bij het leeuwendeel van de bedrijfsobligaties is dit (nog) het geval.

De rente op veilige bedrijfsobligaties met een looptijd van vier jaar (kredietbeoordeling A+, zoals bij Unilever), daalde sinds begin maart van gemiddeld 0,4 naar 0,3 procent. „Dat is puur door de aankondiging van de ECB”, aldus Van Mastrigt.

Bij enkele meerjarige obligaties van robuuste bedrijven, die binnenkort aflopen, is de rente inmiddels al negatief. Een tienjarige Shell-obligatie die in 2018 afloopt, noteert een rente van minus 0,01 procent. Op kortlopend papier zijn rentes nog vaker negatief. In totaal kent 2 procent van de bedrijfsleningen een negatieve rente.

Van welke bedrijven zal de ECB precies leningen kopen? Dit zegt de centrale bank niet en ze zal dit ook niet verklappen, want dan loopt ze het risico dat het lijkt alsof het ene bedrijf wél, en het andere bedrijf geen hulp krijgt uit Frankfurt. Overigens profiteren niet alleen de bedrijven waarvan de ECB leningen koopt. De vraag van de ECB drukt nu al de rentes in de hele markt.

Onbekend is ook hoeveel bedrijfsleningen de ECB zal inslaan. Dat zal ze vanaf juni elke week achteraf bekendmaken. Het bedrag, waarschijnlijk een paar miljard euro per maand, zal in elk geval vallen binnen de 80 miljard euro aan obligaties die de ECB nu maandelijks koopt. Dit zijn hoofdzakelijk staatsobligaties.

De bedrijfsobligatiemarkt is veel kleiner dan die voor staatsobligaties. Om te kunnen kopen aan bedrijfsleningen wat ze wil, heeft de ECB zichzelf redelijk soepele regels gesteld. De ECB zal papier kopen met kredietbeoordeling BBB- of hoger, dus ook van bedrijven die wat minder solide zijn dan Unilever. Het echte risicosegment (junk bonds) mijdt de ECB.

Strenge criteria die gelden bij de koop van staatsobligaties – die moeten voorkomen dat de ECB overheden financiert – gelden bij bedrijfsleningen niet. Een formele verdeelsleutel tussen eurolanden is er niet. De ECB kan bedrijfsobligaties kopen in het land waar ze wil. Ook leningen van bedrijven van buiten de eurozone, maar met een nevenvestiging in het eurogebied, komen in aanmerking.

De opkoop van bedrijfsschuld, bovenop staatsschuld, moet de ECB helpen haar grote doel te bereiken: het aanjagen van de inflatie, nu rond de nul procent, richting de 2 procent. Hoe meer geld er in de markten komt, hoe groter de kans op hogere prijzen. Ook wil de ECB de economie stimuleren: bedrijven kunnen goedkoper lenen en vervolgens gaan investeren.

Maar er zijn ook risico’s. Bedrijven kunnen zich nu spotgoedkoop financieren, maar als de rente weer oploopt, moeten ze zich ook weer herfinancieren. „Als dan de cijfers tegenvallen, kunnen bedrijven in de problemen komen”, zegt Walter Leering, obligatiespecialist bij Theodoor Gilissen.

Alexander Dryden, belegger bij JP Morgan in Londen, merkt op dat de ECB onrendabele bedrijven op de been houdt door de rentes te drukken. „Bedrijven die anders failliet zouden gaan, kunnen nu overleven door goedkoop te lenen.” Dit schaadt de productiviteit, zegt Dryden.

Daarnaast is het de vraag of bedrijven het geleende geld wel gebruiken voor investeringen. Twee grote recente emissies, van de Belgische bierbrouwer AB InBev en van de Amerikaanse pakketbezorger FedEx, waren ter financiering van overnames.

Casper de Vries, econoom aan de Erasmus Universiteit, voorziet ook dat er geld „weglekt” uit de eurozone als nog meer niet-Europese bedrijven in euro’s gaan lenen. „Bedrijven komen hierheen om goedkoop in euro’s te lenen, en wisselen het geld vervolgens om in dollars.”

Dit kan wel een effect hebben dat de ECB zal toejuichen, zegt De Vries. De koers van de euro komt onder druk, omdat buitenlandse bedrijven de geleende euro’s meteen weer op de markt dumpen. Een lagere eurokoers is goed voor de export en dus voor de groei en de inflatie. Maar hoe groot dit effect zal zijn, valt nog te bezien.