Column

Verwoesting en heilsverwachting

Na 8 mei 1945 zwegen de kanonnen, maar het geweld was niet voorbij. Een tijd van wraak, zuivering, executies, van roof en massaverkrachtingen volgde – maar ook van de blijdschap nog te leven, van energie voor wederopbouw. Ian Buruma schreef er indringend over in 1945: biografie van een jaar (2013). Twee Franse documentairemakers vangen nu de naoorlogse wanhoop en hoop in beelden. Hun film Après Hitler biedt anderhalf uur archiefbeelden; uniek materiaal. Op beeld is de ervaring direct en onontkoombaar: het verwoeste Warschau, gefilmd vanuit een helikopter; een lynchende menigte in een Frans dorpje… Vorig week op het Belgisch-Franstalige eerste net; graag spoedig op de Nederlandse publieke omroep.

Confronterend zijn de beelden van eindeloze vluchtelingenstromen, kriskras door Europa. Fransen, Belgen, Nederlanders die uit krijgsgevangenschap of werkkampen terugkeerden. Joodse overlevenden van de vernietigingskampen – thuis kil ontvangen. Een voorbeeld, Primo Levi: in januari 1945 in Auschwitz bevrijd en na een treintocht via onder meer Polen, Wit-Rusland, Oekraïne, Roemenië en Hongarije pas in oktober 1945 thuis in Turijn. Duitse krijgsgevangenen door het Rode Leger oostwaarts gesleept. De makers noemen een cijfer van 40 miljoen ontheemden. Alleen al in Duitsland waren in 1945 acht miljoen displaced persons. Tussen 1944 en 1948 werden bijna twaalf miljoen Duitstalige minderheden uit Sudetenland, Oost-Pruisen, Silezië of Joegoslavië verjaagd naar een hun volstrekt onbekend moederland: de Heimatvertriebenen. Angela Merkels welkomstcultuur jegens Syrische vluchtelingen heeft niet alleen te maken met Duits schuldgevoel over het nazisme. De ervaring na een oorlog gevlucht te zijn, zit in het geheugen van miljoenen Duitse families.

De naoorlogse hoop op een nieuw begin nam soms utopische vormen aan. Verwoesting en heilsverwachting liggen dicht bij elkaar. Een van de Duitse krijgsgevangenen die met het Russische leger in Kazachstan belandde was Reinhart Koselleck (1923-2006), later gerenommeerd historicus. In augustus 1945, na de bom op Hiroshima, verscheen tijdens het dagelijkse propaganda-uurtje een politiek commissaris voor de gevangenen, een Duitse marxist die vanwege de Japanse capitulatie stelde: „Dit was de laatste oorlog der mensheid.” Koselleck, die me de anekdote ooit in een interview vertelde, was zo onverstandig te zeggen: „Hoe kunt u beweren, na vierduizend jaar beschaafde cultuurgeschiedenis met altijd oorlogen, dat dit de laatste was?” Daarop beende de man rechtsomkeert de zaal uit. Zijn kameraden bezwoeren Koselleck dat hij zeker zou verdwijnen, wegens belediging van de Communistische Partij; tot zijn geluk verlinkte de commissaris hem niet niet bij de Russen. Najaar 1946 was hij thuis; na Hitler en Stalin levenslang ingeënt tegen utopische verwachting, waarover hij prachtige boeken schreef. Toen ik hem in 2001 opzocht in Bielefeld gaf zijn vrouw Felicitia Duitse les aan Iraanse vluchtelingen.

De vluchtelingenstroom vandaag is een verre echo van de ontheemdenvloed in 1945. Na die grote oorlog is niet de eeuwige vrede uitgebroken. De geschiedenis gaat door. Uit de ervaring van 1945 moeten we, naast een utopische verwachting, zeker ook de blijdschap te leven en de kracht te handelen meenemen. Zoals architect Rem Koolhaas recent zei in een debat op de vraag hoe moeilijk het was in 1944 geboren te zijn in Rotterdam: „Ik heb er mijn optimisme aan overgehouden; in vijf jaar stond er weer een stad.”