’s Avonds de deur niet meer uitdurven

Veel meldingen van studenten die zich op hun campus onveilig voelen; inbraak, beroving, geweld en aanranding.

„Kijk, dit hebben ze ook al gesaboteerd”, zegt Bart Bakker (22, student luchtvaartlogistiek) en hij wijst naar het ijzeren mechanisme op de portiekdeur van de Spinoza-studentencampus in Amsterdam Zuidoost. Die biedt toegang tot een tiental gekleurde deuren van studentenwoningen. Deuren die doorgaans makkelijk te openen waren. Bakker: „Ze wipten ze zo open.”

Dergelijke inbraken beperken zich niet tot de Spinozacampus, zo bleek onlangs uit cijfers verzameld door studentenunie ASVA. Ook rond campussen op de Wenckebachweg naast de Bijlmerbajes, de Bergwijkdreef (Zuidoost) en de Rode Kruislaan in Diemen zijn regelmatig incidenten. Ruim twee maanden geleden richtte de Amsterdamse studentenunie een meldpunt op voor studenten die zich onveilig wanen op de campus. In twee maanden tijd kwamen 52 meldingen binnen. De koploper: inbraak (20 keer), gevolgd door beroving (8) en geweldsdelicten (5). In twee gevallen werd melding gedaan van een aanranding.

„We wisten dat rond die campussen van alles speelde”, zegt Xandra Hoek, voorzitter van ASVA: „maar dat we zoveel meldingen zouden binnenkrijgen... Nee, dat hadden we niet verwacht.” Wel kreeg Hoek al langer „signalen” door van studenten dat het rond sommige campussen onveilig zou zijn.

Dieptepunt: Spinoza

Het dieptepunt was op de Spinozacampus. Daar werd een student eind januari op klaarlichte dag in zijn woning overvallen. Hij werd op de stoel vastgebonden. Dergelijke verhalen creëren „een gevoel van algehele onveiligheid”, zegt Xandra Hoek. Studenten voelden zich niet langer veilig op de campus. „Sommigen durfden ’s avonds alleen de deur niet meer uit. En fietsen in groepjes naar huis.”

Maakt dit de studentencampus nou structureel onveiliger dan andere woonplekken? Sako Musterd, UvA-hoogleraar stadsgeografie, weet het niet – daar heeft hij geen onderzoek naar gedaan. Maar wat hij wel weet is dat op rustige plekken, gelegen aan de rand van de stad, „eerder een onveilig gevoel” heerst.

Dit is het concept van eyes on the street, zegt Musterd: „Het gevoel van veiligheid wordt groter op drukke plaatsen zoals het centrum, omdat men denkt dat er meer mensen zijn om een beroep op te doen als iets voorvalt. Maar in het centrum zijn meer potentiële slachtoffers.”

Volgens Kimberley Linger (22, student communicatie), sinds vier jaar woonachtig op de Spinozacampus, is er weinig sociale controle op en rond het campusterrein. Mensen glippen met je mee naar binnen, zegt Linger, niemand zegt er iets van.

Ja, zegt Matt Linsen (22, student aan de universitaire lerarenopleiding economie) van de Spinozacampus-bewonerscommissie, er is hier inderdaad weinig sociale controle. Volgens Linsen komt dat vooral doordat de woonomgeving er onaantrekkelijk uitziet en mensen elkaar buiten daardoor weinig treffen. Linsen: „De campus zelf is prima, hoor. Maar het gras groeit hier voor geen meter en er zijn buiten nauwelijks bankjes om te zitten. Na tien uur ’s avonds zie je hier niemand meer op straat.” Volgens Linsen heeft de gemeente Amsterdam niet goed nagedacht over de plek van de campus.

Het is overigens ook weer niet alleen maar negatief, zegt Linsen. De echte inbraakgolf lijkt voorbij te zijn. Vorig jaar waren er veel meer ongeregeldheden. En de woningen zijn meer inbraakproof gemaakt. Studentenhuisvester DUWO plaatste onlangs anti-inbraakstrips op de deuren. De toegangsdeuren zijn niet meer van buitenaf te openen. De politie doet af en toe een rondje over de campus. En door de Foodhall om de hoek is er iets meer reuring in de buurt, zegt Linsen.

Luchtvaartstudent Bart Bakker voelt zich eigenlijk nooit onveilig op de campus. Maar hij kan zich voorstellen dat het voor vrouwen misschien wel anders is.

Anders? Communicatiestudent Kimberley Linger kijkt er spottend bij. Tuurlijk; zij ziet ook wel dat er af en toe schimmige figuren rond haar campus hangen. Voelt zij zich nooit geïntimideerd? Nee, zij niet. Ongemakkelijk dan misschien? Linger schudt haar hoofd: „Ik ben opgegroeid in de Bijlmer. Don’t fuck around with me.”