Romeo & Julia met seks, drugs, kalasjnikovs en vernielde huizen

Wie is Serviër, wie Kroaat? In High Sun (‘Zvizdan’) is dat vaak een vraagteken, zoals veel onuitgesproken blijft. Het zijn drie Romeo-en-Juliavariaties rond de oorlog van 1991-1995. In deel één, 1991, scheiden kalasjnikovs Jelena van muzikant Ivan. In 2001 keren Natasa en haar moeder terug naar hun verwoeste familiehuis, waar het verleden een romance met klusjesman Ante hindert. Anno 2011 keert Luka voor een rave terug naar zijn dorp, oude vlam en afkeurende ouders.

Het werk van de 40-jarige regisseur Dali-bor Matanic was hier zelden te zien; zelf zag ik Kino Lika, een zwartkomisch portret van dorpsleed, met een boerenmeisje dat desperaat warmte zoekt bij haar varken. In High Sun, dat in Cannes een prijs won, geselt een verzengende zon de kale heuvels. Vrouwen zoeken telkens verkoeling in het water, wat in filmtaal staat voor vergeten, reinigen, vernieuwen. Dat is nodig maar moeilijk, want in 1991 verloor de trompet het van het machinegeweer en werden diepe wonden geslagen die traag helen.

Dat wisten we al, maar na een clichématige opening met zwaar emotioneel Balkangeschut bouwt High Sun een broeierige intensiteit op die zich in de finale anno 2011 mooi ontlaadt. Als Luka na een sinistere orgie van techno, dope en seks ’s ochtends uit een meer wankelt, het harde zonlicht in, is die reis naar het eind van de nacht een symbolische heropvoering van de oorlog. Hoopvol, goed gedaan, maar net niet genoeg om van dit drieluik een echt altaarstuk te maken.