Waarom doen media zo weinig aan honger in Afrika?

De media Terwijl miljoenen mensen met hongersnood worden bedreigd, lees je daarover weinig. Hoe kán dat? Journalisten zijn schaars – althans: in een deel van het door droogte geteisterde gebied.

Somaliland Foto: Feisal Omar/Reuters

Droogte? Afrika? Terwijl miljoenen mensen met hongersnood worden bedreigd, lees je daarover weinig. LJS Nieuwsmonitor berekende hoe weinig: de afgelopen vier maanden ging het in de vijf grootste kranten (AD, Trouw, De Telegraaf, de Volkskrant en NRC Handelsblad) in 64 artikelen over de droogte in Afrika.

Vergelijk dat maar eens met de Amerikaanse verkiezingskandidaat Donald Trump: 812 artikelen noemden hem in vier maanden tijd. Hillary Clinton: 539 artikelen. Zelfs John Kasich ‘wint’ het van de droogte: 90 artikelen.

Hoe kán dat? Journalisten zijn schaars – althans: in een deel van het door droogte geteisterde gebied. De Amerikaanse organisatie Freedom House inventariseert jaarlijks hoe het in landen met de persvrijheid is gesteld. Al jaren belanden Somalië, Soedan en Zuid-Soedan onder aan de ranglijst. Journalisten worden er opgepakt, aangevallen of vermoord – vorige week nog in Mogadishu, de hoofdstad van Somalië. Onafhankelijke mediabedrijven zijn er niet.

Toch verklaart dat de mediastilte maar deels. In omringende landen, Kenia en Ethiopië, zitten wel degelijk verslaggevers. De Nederlandse ambassade in Kenia telt drie vaste Nederlandse correspondenten in de hoofdstad Nairobi, onder wie Koert Lindijer voor NRC, en zeker vier freelancers. Daarnaast bezoeken verslaggevers geregeld het land.

‘Ongrijpbaar probleem‘

Droogte en honger in Afrika zijn niets nieuws. En, zegt freelance journalist Arne Doornebal, die jaren in Oeganda en Zuid-Soedan woonde, „het is een ongrijpbaar probleem”. „‘Honger’ speelt niet op één plek, en begint niet op één moment. Zoiets gaat sluipenderwijs.”

In Oeganda kent hij plekken waar al dertig jaar voedselhulp is. „Dat verhaal verkoop je niet zo makkelijk aan een krant. Die zeggen: heb je niet een leuk stuk over een nieuwe Afrikaanse start-up?”

Sinds vorige week is er voor kranten een aanleiding: het Rode Kruis sloeg alarm en opende een rekeningnummer. Doornebal: „De noodkreet dat Oost-Afrika kampt met de ergste droogte in dertig jaar, die hoorde je vijf jaar geleden ook.”

Honger gaat sluipend

Arne Doornebal, journalist

Marcel Rutten, onderzoeker bij het Afrika-Studiecentrum in Leiden, ziet nog een verklaring voor gebrek aan media-aandacht: „De Ethiopische regering wil niet de indruk wekken dat ze hun eigen broek niet kunnen ophouden.” Hij legt uit dat een land dat het moet hebben van toerisme, de landbouw, en buitenlandse investeringen, niet zit te wachten op een slecht imago.

Een Nederlandse fotograaf in Ethiopië ervaart dat mechanisme zelf, en wil om precies die reden anoniem blijven. Kritiek wordt door de overheid niet gewaardeerd. Journalisten en fotografen worden tegengewerkt als ze verhalen over de droogte willen maken. „Hongerplaatjes of beelden van voedselhulp tolereert de regering niet.”

Journalisten reizen noodgedwongen mee met een hulporganisatie. Dat is, zegt hij, soms „funest voor de neutrale berichtgeving”. Freelancer Arne Doornebal: „Je kunt zo de bus pakken naar Nairobi. Maar diep de probleemgebieden van Ethiopië in, dat lukt je zonder hulptroepen niet.”