Column

Populisme

Nu Donald Trump zeker lijkt van de Republikeinse nominatie voor de verkiezingen van de president van de Verenigde Staten, lijkt er aanleiding te zijn voor de tussentijdse conclusie dat populisme loont. Want als we een populist definiëren als een politicus die gevoelens van ongenoegen die leven bij het volk mobiliseert en uitvergroot, een dichotomie construeert tussen het volk en de heersende elite die de wensen van het volk zou negeren en een uitgesproken retorische stijl hanteert die effectbejag en emotionele impact boven de feiten en de waarheid stelt en doelbewust beleidsmaatregelen belooft die appelleren aan de onderbuikgevoelens van het volk maar in de praktijk onuitvoerbaar zouden zijn, dan kan er weinig twijfel over zijn dat Trump aan deze definitie voldoet.

In een interessant opiniestuk in The Guardian van afgelopen woensdag stelt Simon Jenkins dat de opmars van Trump een ‘blessing in disguise‘ kan zijn voor ons Europeanen omdat we er de les uit kunnen trekken dat we de onvrede van het volk niet ongestraft kunnen negeren. Wanneer de elite een oligarchie vormt die te veel op zichzelf is betrokken, wordt er ruimte gecreëerd voor populisten. Zijn advies is dat we de onvrede serieus moeten nemen en dat we moeten luisteren naar het volk.

Maar dat is precies wat we in Nederland sinds de stormachtige opkomst van Pim Fortuyn en oog in oog met de aanhoudende aantrekkingskracht van Geert Wilders krampachtig aan het proberen zijn en de resultaten zijn niet bepaald overtuigend. Andere partijen nemen standpunten van de PVV over uit angst om anders de onvrede van het volk te negeren. In verwoede pogingen om naar het volk te luisteren regeren onze politici het land met een oog op de opiniepeilingen. Het heeft geleid tot een mediocratie die door incidentpolitiek wordt gekenmerkt en het heeft niet gewerkt.

De aantrekkingskracht van populisten is er niet door afgenomen. Dat is logisch, want je kunt niet van populisten winnen door hen te imiteren, terwijl zij de agenda blijven bepalen en terwijl jij door je regeringsverantwoordelijkheid met handen en voeten gebonden blijft aan de weerbarstige realiteit.

Het is de keerzijde van de democratie. Antieke denkers over staatsinrichting als Aristoteles en Polybius hebben al onderkend dat democratie en de zeggenschap van burgers kunnen ontaarden in ochlocratie en de willekeur van de onderbuikgevoelens van het gemene volk. Het is een ingebakken systeemfout van het algemeen kiesrecht. Als de meerderheid van het volk wil dat het land naar de klote gaat, dan zij dat zo, dan is daar niets tegen te doen, dan is dat democratisch besloten. De rampzaligste dictator van de twintigste eeuw is dankzij democratische procedures aan de macht gekomen. De democratie kan misbruikt worden en dat is op zichzelf een democratisch gegeven.

Alternatieven voor de democratie zijn er wel, maar die zijn hopeloos uit de mode geraakt. Plato pleitte ervoor om het land te laten besturen door diegenen die daar het meeste verstand van hebben. Het is een aanlokkelijk idee, maar het probleem is dat de vraag onmiddellijk rijst wie dat dan mag bepalen, wie het meeste verstand heeft. De Belgische schrijver David van Reybrouck heeft ervoor gepleit om het kiesrecht te vervangen door een systeem van loting. Het is een interessante gedachte, maar lijkt geen garantie te bieden voor de continuïteit van doordacht beleid.

Volgens de antieke denkers gaat de ochlocratie aan zichzelf ten onder, waarna de roep klinkt om een sterke man en de democratie wordt vervangen door een dictatuur. Dit lijkt, hoe onaanlokkelijk ook, het waarschijnlijkste scenario.