‘Niet elke vluchteling heeft een trauma’

Asielzoekers Het is best goed gesteld met de gezondheid van statushouders in Nederland. Maar laat ze wel participeren, waarschuwt onderzoeker Monica van Berkum.

Foto Robin Utrecht / ANP

Hoe gezond zijn de vluchtelingen eigenlijk die hier naartoe komen? Daar was nog maar weinig over bekend. Expertisecentrum Pharos deed er onderzoek naar in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Monica van Berkum, directeur van Pharos, wil één ding voorop stellen: „Met heel veel vluchtelingen gaat het goed.”

Doel van het rapport, dat deze week verscheen: het in kaart brengen van de gezondheid van statushouders en de risico’s die daarmee samenhangen. De onderzoekers spraken met huisartsen, hulpverleners, schoolpersoneel en tachtig vluchtelingen.

De groep is relatief jong, zegt Van Berkum. 75 procent is onder de vijfendertig jaar, bij de Eritreëers zelfs 93 procent. Ze zijn meestal gezond. Veerkrachtig. Van Berkum: „Vol goede wil om een actieve bijdrage te leveren aan de Nederlandse samenleving.”

Bombardementen, verloren familieleden, de vlucht naar Nederland: deze mensen hebben toch vaak psychische problemen?

„Nee. In de media ontstaat het beeld dat iedere vluchteling getraumatiseerd is en lijdt aan PTSS, post traumatische stress stoornis.”

En dat is niet zo?

„Dit is een belangrijke conclusie: tussen 70 en 90 procent van de vluchtelingen ontwikkelt géén PTSS, blijkt uit onderzoek van de Gezondheidsraad. Natuurlijk hebben ze nare en traumatiserende dingen meegemaakt, maar of dit een gezondheidsprobleem wordt, is ook afhankelijk van wat er gebeurt in Nederland.”

Wat bedoelt u daarmee?

„Je moet zorgen dat mensen die in het azc zitten meteen mee kunnen doen. Er is niks slechter voor je gezondheid dan maanden of jaren niks doen. Als je leven op de rails staat, kun je nare ervaringen beter verwerken. Dat zagen we al bij eerdere groepen vluchtelingen. Met die groepen ging het psychisch steeds slechter, dat kunnen we nu beter doen.”

En als dat niet gebeurt?

„Dan worden deze vluchtelingen toegevoegd aan de groep burgers met een gezondheidsachterstand: de laagopgeleiden. Deze mensen hebben gemiddeld zeven levensjaren minder en negentien minder gezonde levensjaren. Laten we dat voorkomen.”

Volgens uw rapport staat de gezondheid van vluchtelingen bij het merendeel van de gemeenten nog niet op de agenda. Hoe moeten ze dit dan doen?

„Gemeenten zijn vooral bezig geweest met de huisvesting van vluchtelingen, het vraagstuk van de gezondheid en zorgverlening zijn ze nog onvoldoende aan toe gekomen. In de meeste gemeenten werken partijen nog langs elkaar heen; er is onvoldoende regie. In Nijmegen gaat het wél goed. GGD, huisartsen, scholen, wijkteams en jeugdgezondheidszorg werken daar heel nauw samen.”

Hebben onze artsen en hulpverleners de expertise om deze nieuwe groep statushouders op te vangen?

„Natuurlijk, we vangen al decennialang vluchtelingen op.”

Maar artsen en docenten weten vaak niet hoe ze moeten omgaan met vluchtelingen, staat in het rapport.

„Klopt. Leerkrachten bellen ons op met de vraag: moeten we kinderen naar hun oorlogsverleden vragen? Dan zeg ik: nee, dat lijkt me niet gewenst. Creëer een positief klimaat, stel ze op hun gemak, en laat ze langzaamaan iets vertellen over het land waar ze vandaan komen. Iets positiefs. Zodat ze uiteindelijk op een natuurlijke manier vertellen over wat ze hebben meegemaakt.”