Naar de groenste stad

Toegegeven, het is niet de snelste manier om er te komen. Met de metro doe je er vier haltes over, met de bus ben je bijna drie kwartier onderweg. Ik zit achterin bus 37 en kijk naar een oude man die al een paar minuten in zichzelf verzonken is. Door zijn geoefende, magere handen glijdt een ketting met bidkralen. Hij tuurt uit het raam, prevelt, is onverstoorbaar.

Halverwege de rit staat het IJssellandziekenhuis. Daar wacht de chauffeur geduldig op een vrouw die naar de bus strompelt en zichzelf naar binnen hijst. Voor de draaideuren van het ziekenhuis staat een groep mensen. Ze houden elkaar stevig vast.

Als iedereen zit, rijden we verder. De Capellenaren wonen in ‘de groenste stad van Nederland’, een titel die ze vorig jaar in de wacht sleepten. Vandaag lijken alle Capelse kinderen buiten te spelen. Ze rennen joelend achter ballen aan, spelen verstoppertje achter elektriciteitshuisjes, zitten op hun hurken met een stuk stoepkrijt. Hun jassen om hun middel geknoopt of op vergeten stapels op de grond, want de zon schijnt en de schoolvakantie is begonnen.

Er stapt een knappe vrouw in met een buggy waar een dreumes in zit. Het jochie steekt zijn handjes uit naar de man met de bidkralen. De man kijkt op, glimlacht. Het jochie kraait van plezier.

Het is laat op de middag als de bus stopt bij de eindhalte. Capelsebrug is een belangrijk knooppunt, een overstapstation waar streekbussen vandaan vertrekken, drie metrolijnen rijden en een grote parkeerplaats aan vast zit. Het is een komen en gaan van mensen; dames op moeilijke schoenen, met uitgezakte knotjes, mannen met zware tassen en hun blik op oneindig na een lange dag werken. Ik word bijna omver gelopen door een meisje dat naar de bewaakte fietsenstalling snelt. Ze mompelt een verontschuldiging.

Naast de fietsenstalling zit een snackbar, de Capelsebrug. Een klein gebouwtje waar twee houten bankjes voor staan. De eigenaresse laadt juist de scooter van de bezorger in met plastic tasjes vol snacks. De jongen zet zijn helm op terwijl hij naar haar instructies luistert. Dan steekt hij zijn duim omhoog. Hij heeft de snelste route in zijn hoofd. Ik kijk hem na als hij wegscheurt, Capelle in.