Vlaamse opera brengt Mozarts ‘Idomeneo’ vol vaart en scherpte

De productie van David Bösch was al eerder te zien in Basel en je begrijpt waarom de Vlaamse Opera die overnam.

Acteurs Adam Smith (met zwaard) en Robert Sacca tijdens een bloederige enscenering door David Bösch van de opera 'Idomeneo' van Mozart. Foto Annemie Augustijns

Voor de Mozart-liefhebber in de Benelux is mei een topmaand. Bij de Vlaamse Opera gaat Mozarts Idomeneo, de Brusselse Munt brengt deze maand Mitridate, bij De Nationale Opera in Amsterdam gaat morgen een nieuwe Don Giovanni in première en het Budapest Festival Orchestra komt nog voor een Zauberflöte (18 mei).

Volgens ingewijden als René Jacobs is Idomeneo in de line-up van meer en minder bekende en geliefde Mozart opera’s de meest onderschatte. Het is in elk geval een opera die Mozarts brutale genie toont in de ideeënrijkdom, die in veel aria’s vooruitwijst naar latere werken.

De productie van David Bösch was al eerder te zien in Basel en je begrijpt waarom de Vlaamse Opera die overnam. Regisseur Bösch begint charmant en inventief, met naïeve animaties die de voorgeschiedenis schetsen van het verhaal over de Kretenzer koning Idomeneo die zijn zoon Idamante moet offeren om zijn volk te redden.

De lichtheid die in de eerste minuten wordt gesuggereerd, blijft niet. Bösch houdt vast aan zijn kinderlijke verbeeldingskracht – een papieren reuzeninktvis met nare oogjes is het mensvretende zeemonster – maar benadrukt ook de duistere kant van het verhaal. Zo loopt het koor tot het laatst (het happy end is gecoupeerd) in bloedbesmeurde witte pakken. De derde akte speelt zich af op een Golgotha-achtig kruizenveld, waarbij de Christusparallel (zoon offeren om het volk te redden) ook in bloedende stigmata verder wordt uitgewerkt.

Maar omdat de productie verder sterk in eenvoud is, ervaar je die verwijzingen niet als storend topzwaar. Wat beklijft zijn de animaties, de decors, de effectvolle zeestorm van simpele wapperdoeken en tegenlicht. En niet het wat moeizame eind, waarin de offerdood van Idamante is afgewend, maar Bösch het frisse koningspaar alsnog laat bezwijken onder de last van de aanstaande verantwoordelijkheid.

De muzikale leiding van Paul McCreesh is een van de grote troeven van deze productie. Hij dirigeert met vaart, scherpte, reliëf en adem, gunt zangers de ruimte en boetseert in talrijke prachtaria’s orkestraal elegant om de stemmen heen. Een fijnlijnig hoogtepunt is het kwartet Andrò ramingo e solo.

De Vlaamse Opera, minder bemiddeld dan de Munt in Brussel en de Nationale Opera in Amsterdam, stelde ook een uitstekende (dubbele) cast samen met veelal jonge zangers. Mezzo Maria Kataeva charmeert als puberachtige prins Idamante met warme souplesse. Prinses Ilia (Hasmik Torosyan) heeft net als Lothar Odinius (Idomeneo) even tijd nodig om warm te draaien. Maar Odinius overtuigt dan zeer als de koning die knakt in de spreidstand tussen politiek inzicht en persoonlijk gevoel.