Late Gotische graffiti gevonden op de Krim

Ingekraste tekstjes in het Gotisch die gevonden werden op de Krim ondersteunen dat die taal er nog lang heeft bestaan.

Detail van de steen met Gotische teksten, onder meer twee regels uit een psalm. Foto Ontdekkingen en Hypothesen

Russische onderzoekers hebben op brokstukken van een vroegmiddeleeuwse kerk op de Krim een paar nieuwe Gotische tekstjes gevonden. Het gaat om twee regels uit psalm 77 en twee keer de tekst „Heer help uw dienaar” met daaronder namen van gelovigen.

De brokstukken zijn al in 1938 opgegraven, schrijven de onderzoekers in het Russischtalige tijdschrift Ontdekkingen en Hypothesen. Maar de in steen gekraste tekstjes zijn pas nu herkend als Gotisch en ontcijferd.

Een heel bijzondere vondst, vindt Arend Quak, verbonden aan de universiteiten van Leiden en Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in oude Germaanse talen. „Het gebeurt niet iedere dag dat er Gotische teksten worden gevonden”, zegt Quak. „Deze vondst bevestigt bovendien dat de Goten op de Krim het Gotisch langer hebben gebruikt dan elders.”

De tekstjes moeten volgens de Russische onderzoekers ergens tussen 850 en 950 zijn aangebracht. Dat is laat voor Gotische teksten. Het Gotisch had een ruim verspreidingsgebied, het werd in de vroege Middeleeuwen gesproken door Gotische bevolkingsgroepen in de Balkan, maar ook in Italië en zelfs in Spanje.

In de achtste eeuw verdween het, de taal werd verdrongen door andere talen, die in die gebieden veel dominanter aanwezig waren. Alleen op de Krim werd het langer gebruikt. In de zestiende eeuw zijn daar nog tachtig woorden en een liedje opgetekend uit monden van mensen die het Gotisch toen nog een klein beetje spraken.

Voor taalkundigen is het Gotisch vooral interessant omdat het de oudste Germaanse taal is waarin een lange tekst is overgeleverd: een vertaling van een groot deel van het Nieuwe Testament, gemaakt in de vierde eeuw, in wat nu Bulgarije is. Daarnaast zijn er nog een stuk of tien pagina’s aan andere Gotische tekstfragmenten. De nieuwe vondst vormt daar een kleine aanvulling op.

Het Gotisch is een oude Oostgermaanse taal, en dus een broertje of neefje van de oude Westgermaanse taal (of talen) waaruit het Nederlands en het Duits zijn voortgekomen. Wie er een beetje moeite voor doet kan de meeste Gotische woorden nog wel herkennen. Zo ook op deze oude kerkbrokstukken uit de Krim. Psalm 77 wordt erop geciteerd: „Welke God is zo groot als onze God? U bent de God die wonderen doet.”

In het Gotisch staat er: „Hvas guth mikils swe guth unsar?” (letterlijk: welke God groot zoals God onze?). En: „Thu is guth waurkjands sildaleika” (Jij bent God doende wonderen).

Bijna al die woorden lijken op Nederlandse en Duitse woorden: „hvas” lijkt op ‘wat’, „guth” is ‘god’, „unsar” is ‘ons’, „thu” doet denken aan het Duitse „Du”, „waurkjands” lijkt op ‘werkende’, „selda-„ kennen we in het Nederlands nog als de eerste lettergreep van „zeldzaam” en de uitgang „-leika” kennen we nu als de uitgang „-lijk”.

De schrijver heeft aan de twee psalmregels nog iets toegevoegd wat niet uit de psalm komt: „usstanndands us dauthaim” (opstaande uit doden) en „jah in midj...” (en in mid...). Het ligt volgens Arend Quak voor de hand dat het incomplete woord „midj...” aangevuld moet worden tot „midjamma” of „midjaim” (midden). Waarschijnlijk wordt hier bedoeld dat God in de gedaante van Jezus ‘uit de doden is opgestaan’ en ‘in ons midden is gekomen’.

Twee keer staat er op het brokstuk „Frauja hilp skalkis einis” (Heer help dienaar jouw). „Frauja” lijkt een merkwaardig woord voor ‘heer’, omdat het klinkt als ‘vrouw’ of ‘vrouwe’. Dat komt omdat het woord „vrouw” afstamt van een vrouwelijke vorm van dat woord voor ‘heer’.

Onder zijn verzoek tot bijstand heeft de schrijver zijn eigen naam geschreven, of de naam van degene in wiens opdracht hij schreef: „Ioanja Weinag”. „Weinag” moet volgens de onderzoekers aangevuld worden tot „weinagardjins”, dat wijnbouwer betekent. In dat woord herkennen we nog moeiteloos het woord ‘wijngaard’.

Iaonja De Wijnbouwer vroeg God dus om hulp. En voegde eraan toe: „jah frawaurhtis” (en zondig). De zondaar Iaonja De Wijnbouwer.