In Rotterdam was altijd jazz, de stad bruiste

Rotterdam in de roaring twenties was mooi en chique, met sierlijke danszalen. Daar is nu een boek over verschenen.

De in Rotterdam geboren zangeres Rita Reys, ‘First Lady of Jazz’ Foto uit het boek Jazz in Rotterdam

Een studie naar het jazzverleden van een stad, loont dat de moeite? Hans Zirkzee stak er acht jaar in en creëerde, ook dankzij het jazzarchief van Hans Langeweg, een nieuwe visie op het culturele leven van Rotterdam. Daarin speelt de jazzmuziek een veel grotere rol dan werd aangenomen. Zondag geeft hij er een lezing over op de Dag van de Rotterdamse Jazz in de De Doelen.

Het vorig jaar verschenen boek Jazz in Rotterdam. De geschiedenis van een grotestadscultuur begint met hoe de jazz eind 19de eeuw in de havenstad arriveerde. De eerste concerten met de uit Amerika overgewaaide nieuwe dansmuziek waren die van zwart geschminkte blanken die negermuziek parodieerden. The Fisk Jubilee Singers uit Nashville zongen spirituals uit de slaventijd. Negerartiesten, zonder schaamte zo benoemd, traden op in de Tivoli Schouwburg en het Casino Variété. Dankzij hen maakte Rotterdam kennis met de fundamenten van de jazz: improvisatie, syncopen en polytonaliteit. De reacties waren niet altijd enthousiast. Zo vond cabaretier Koos Speenhoff jazz maar ergerlijk. „Verwarrend en ontaardend.”

Wat was Rotterdam in de roaring twenties mooi, met chique winkelstraten, cafés, restaurants en sierlijke danszalen. Zirkzee schrijft er uitgebreid over. Ook belicht hij de komst van een elektrisch lichtnet, de telefoon, de draadloze telegrafie, het eerste elektrische spoorlijntje van Europa, van Rotterdam-Hofplein naar Scheveningen.

Het uitgaansleven bruiste. De stad telde theaters en dancings, zoals het legendarische Pschorr en het Grand Theater en vele dansscholen.

Een van de spraakmakendste optredens was dat van wereldster Josephine Baker, in het Grand Theatre in 1928. Haar primitieve jazzdans kreeg lovende, maar racistische recensies (‘triomf van het oerwoud’), wat de belangstelling voor de muziek alleen maar deed toenemen.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, veranderde alles. In 1942 werd jazzmuziek in de ban gedaan Na de oorlog was 75 procent van de podia van de stad verwoest en kwam het culturele leven maar langzaam op gang. Pas vanaf 1963 begon de jazz weer te leven. De bebop was de nieuwe sensatie.

Hoewel de bebop het jazzpubliek verdeelde, zorgden lokale jazzclubs voor een opleving. Zirkzee beschrijft ze uitvoerig en portretteert de prominentste jazzmusici die er optraden. In diezelfde tijd begonnen ook rock-’n’-roll, de nieuwe jeugdcultuur en de televisie met de jazz te concurreren. In 1966 startte de pas geopende Doelen daarom met het driedaagse festival Newport, de voorloper van het North Sea Jazz Festival. Zirkzee bechrijft de verwoede pogingen in de jaren zeventig om jazz in Rotterdam weer een vooraanstaande plaats te geven.

Jazz in Rotterdam is overvloedig gedocumenteerd met interessante documenten, pamfletten, posters en historische foto's. Jammer is dat hedendaagse initiatieven, zoals de komst van North Sea Jazz, jazzopleiding Codarts, de programmering in Lantaren/Venster en Bird of een stichting als Jazz International Rotterdam minder aandacht krijgen.

Hans Zirkzee: Jazz in Rotterdam. De geschiedenis van een grotestadscultuur. Dato, 498 blz. € 49,50