Hoe de Giro naar Apeldoorn kwam

Ronde van Italië Het Gelderse bid won het van andere Europese steden. Oud-renner Cees Priem deed de lobby. „Dit komt puur omdat je de mensen kent.”

Sportcentrum Omnisport in Apeldoorn is er klaar voor. Foto ANP / Jerry Lampen

Geen wielrenner die zich meer op de houten wielerbaan van het Omnisportcentrum in Apeldoorn begeeft. Splinters van dertig centimeter zouden bij een valpartij zomaar vitale organen kunnen raken. De baan werd in april vorig jaar dan ook gesloten door wielerbond KNWU, voor de tweede keer. Na de Spelen van Rio moet alles zijn gladgestreken – een strop voor de gemeente Apeldoorn van tonnen.

Toch start een van de grootste wielerevenementen ter wereld vrijdag op die baan – vanaf een startpodium op het middenterrein. Ze waren bij Libéma Profcycling BV, een organisatiebureau dat de wielerbaan in Apeldoorn sinds 2008 exploiteert, wel toe aan een succesje. „Het liep niet bepaald van een leien dakje”, zegt Cees Priem, oud-renner en nu werkzaam voor Libéma. „Het leek me goed om hier weer eens een groot evenement naartoe te halen. De Giro lag voor de hand. Ik ken Mauro Vegni, de directeur van RCS [de Italiaanse organisator, red.] al veertig jaar. We deden al zaken toen ik nog ploegleider was van de TVM-ploeg.”

Toen de Giro in 2010 in Amsterdam startte, ging daar ook het lobbywerk van Priem aan vooraf. Destijds kwam zijn goede relatie met Vegni al van pas: die was parcoursbouwer bij RCS en na een paar gesprekken had Priem het voor elkaar dat de derde etappe zou finishen op zijn geboortegrond: Zeeland.

Oude verbonden

Zes jaar later heeft hij La Grande Partenza naar ‘zijn’ Omnisport gehaald. Dat was vlug geregeld op basis van oude verbonden, maar het was Priem er aanvankelijk niet om te doen de hele provincie te betrekken bij de Giro, en drie dagen lang. Maar het contract met de Italianen om niet één maar drie etappes in Nederland te organiseren was rond voor hij het doorhad. Kopenhagen en Wenen hadden ook een goed bid ingediend, maar RCS wilde naar Nederland. Priem: „Dat komt puur omdat je de mensen kent.”

Hij gaat verder: „En dan? Waar ga je dan heen? Ik had nog geen idee. Gelderland, dacht ik, daar doen we met Libéma immers zaken. En ik kende Jan Markink [de gedeputeerde van de provincie Gelderland, red.] goed. We trekken al jaren met elkaar op bij sportevenementen.”

Het contract met de Italianen om niet één maar drie etappes in Nederland te organiseren was rond voor Priem het doorhad

giro

Sportliefhebber Markink toonde gelijk interesse. „Als zich zo’n kans voordoet, moet je niet aarzelen. Dit is een mooie mogelijkheid om de mensen in de regio zelf ook aan het bewegen te krijgen.”

Steden als Den Haag, Den Bosch, Leuven, Gent en Antwerpen trokken bij Priem aan zijn jasje, maar zijn alliantie met Markink was al gesloten: de Giro zou Gelderland hoe dan ook drie dagen lang roze kleuren.

Arnhem stelde zich kandidaat, en als Arnhem een etappe zou krijgen, dan wilde Nijmegen er ook één, zegt Cees Priem. Colleges van Apeldoorn, Arnhem en Nijmegen waren ondanks de bijdrage van 350.000 euro voor, Markink moest alleen stevig lobbyen bij de Staten. Van Gelderland werd immers de grootste bijdrage verwacht: 5 miljoen euro, plus nog eens een miljoen aan personeelskosten, op een totale begroting van 12,8 miljoen. „De SP in de Staten zag dat geld liever besteed aan de breedtesport. Gelukkig is de SP-wethouder van Arnhem, Gerrie Elfrink, een goede vriend van mij. Die helpt.”

Politiek ondernemerschap

Markink heeft het Rijk beloofd dat de investering terugkomt naar Gelderland. „Er komen dit weekend 480.000 mensen naar de provincie om naar de Giro te kijken. Dat gaat volgens de Hogeschool Arnhem en Nijmegen 11,5 miljoen euro opleveren. Geld dat niet direct terugkomt bij het Rijk en bij de belastingbetaler, maar bij de ondernemers. Dat is een risico. Noem het politiek ondernemerschap.”

Markink hoopt natuurlijk dat de schilderachtige plaatjes van Gelderland, die door wereldwijd 80 miljoen mensen gezien zullen worden, voor een jarenlange inkomstenbron gaan zorgen.

Giro d'Italia 2016