Het stadsbestuur wilde juist een moderne stad

Stadsherstel Als het aan de gemeente had gelegen, was een groot deel van de huidige binnenstad na de oorlog tegen de vlakte gegaan. Protest leidde tot Stadsherstel – en behoud van het historische centrum. Al 60 jaar „dol op het restaureren van krotten”.

Zelfs midden in de stad komt het nog voor: totaal verwaarloosde woningen. Een voorbeeld daarvan zijn de panden die Stadsherstel in 2014 aankocht in de Foeliedwarsstraat op het eiland Rapenburg (nrs 40-52). Het gaat om dichtgetimmerde en deels onbewoonbaar verklaarde panden in wat vroeger een levendige straat in de voormalige Jodenbuurt was. Door Stadsherstel worden de gebouwen momenteel in oude luister hersteld en vervolgens weer als woningen verhuurd. Voor de erfgoedorganisatie is de geschiedenis van de straat ook een belangrijke reden voor behoud van de panden. Een groot deel van de straat ging in de jaren ’60 verloren om plaats te maken voor de aanleg van de Valkenburgerstraat. Foto's Stadsherstel / Aart Jan van Mossel

Een houten gebouwtje op pilaren in Amsterdamse Schoolstijl met Indische invloeden. Het is de grote wens van Stadsherstel-directeur Onno Meerstadt om dat rijksmonument weer achter het Centraal Station neer te zetten. Het Naco-huisje, een voormalig scheepsagentuur uit 1919, ontworpen door architect Guillaume la Croix, stond daar tot begin jaren ’90 op steiger 11.

„Vanwege de verbouwing van het Centraal Station staat het kleine gebouw al jaren opgeslagen in Zaandam en het verkeert in niet al te beste staat. We willen het restaureren en herbestemmen”, zegt Meerstadt. De aankoop waarmee het 60-jarige bestaan van Stadsherstel gevierd moet worden is bijna rond. Omdat de restauratie duur is en de mogelijkheden voor exploitatie van het kleine gebouwtje beperkt zijn start Stadsherstel binnenkort met crowdfunding.

 Foto Stadsherstel

Pakhuis De Zwijger. Nadat Amsterdam de haven naar de westkant van de stad verplaatste dreigde sloop. Uiteindelijk werd het gebouw door Stadsherstel behouden. Foto Stadsherstel

Toch maakt de erfgoedorganisatie al sinds de oprichting in 1956 op een slimme manier gebruik van het vermogen van particulieren om belangrijke gebouwen in Amsterdam – en tegenwoordig ook in de regio – te behouden. „Het was een opmerkelijke combinatie van kunstenaars en topmensen uit het bedrijfsleven die destijds de handen ineensloegen. Zij wisten door hun contacten ook aan het benodigde geld te komen. De directeur van de Amstelbrouwerij bijvoorbeeld belde dan gewoon even rond om collega’s te vragen ook mee te doen en dus geld in waardevolle gebouwen in de stad te investeren.”

Zakencentrum en autowegen

Volgens Meerstadt bleek dit een effectieve manier om te protesteren tegen de grote plannen die de gemeente vlak na de oorlog met de stad had. Het stadsbestuur zag een moderne stad voor zich waarin in het hart van Amsterdam een zakencentrum moest verrijzen en ruim baan gemaakt werd voor de auto. Dat betekende rigoureuze doorbraken in het stedelijke weefsel met moderne infrastructuur en moderne gebouwen. Het is tegenwoordig nauwelijks voorstelbaar, maar die vernieuwing moest een einde maken aan de belabberde staat waarin de oude stad zich destijds bevond. „Veel mensen woonden in slechte woningen, trappen en vloeren waren in de oorlog als brandhout opgestookt en veel panden waren dichtgetimmerd. Maar de oprichters van Stadsherstel zagen de waarde van die oude gebouwen gelukkig in. Zij keerden zich tegen sloop en de gemeentelijke vernieuwingsdrift.” Door panden te kopen, te restaureren en een nieuwe functie te geven, lieten zij zien hoe mooi die gebouwen waren en ook na de oorlog een nieuw leven konden krijgen. In de hoop dat andere eigenaren dat voorbeeld zouden volgen.

Samen met andere erfgoedorganisaties heeft Stadsherstel een belangrijke bijdrage geleverd aan behoud van de historische Amsterdamse binnenstad. Neem de omgeving van het Amstelveld, waar Stadsherstel zelf zetelt. Nu een zeer gewild stukje Amsterdam, maar in de jaren ’80 lag het er totaal vervallen bij. Prostitutie was aan de orde van de dag, panden waren gestut en veel mensen keerden Amsterdam de rug toe. Meerstadt: „Stadsherstel heeft veel panden rond het Amstelveld gerestaureerd en belangrijke gebouwen als De Duif en de Amstelkerk een nieuwe publieke functie gegeven. Op die manier is dit deel weer een aantrekkelijk stuk stad geworden.” Het is niet ondenkbaar dat de erfgoedorganisatie daarmee een belangrijke bijdrage had in de hernieuwde populariteit van de stad, die sinds de jaren ’90 steeds groter is geworden.

600 monumentale gebouwen

Stadsherstel werkt nog steeds volgens dezelfde formule en heeft inmiddels 600 monumentale gebouwen in de regio Amsterdam in bezit, van 17de-eeuwse panden in de grachtengordel tot in onbruik geraakte kerken, molens, scholen en forten van de Stelling van Amsterdam. En, binnenkort ook een naoorlogs gebouw: een school naar ontwerp van Gerrit Rietveld in Badhoevedorp. Meerstadt: „Wij kopen gebouwen aan waarvan wij vinden dat die belangrijk zijn voor de stad, vanwege de architectuur of vanwege het belang voor het historische stedelijke weefsel. Momenteel kijken wij ook steeds meer naar naoorlogs erfgoed; naar de nalatenschap van Van Eesteren in Slotermeer bijvoorbeeld, of de bijzondere woningblokken in de wijk Jeruzalem in Oost.” Stadsherstel richt zich dan ook niet alleen op rijksmonumenten, maar op bouwwerken die belangrijk zijn voor het historische stadsbeeld. „Vroeger bouwden we nog weleens gebouwen op exact dezelfde manier na, als de originele panden bijvoorbeeld waren afgebroken. Tegenwoordig vinden we dat er ook best, op gepaste wijze, iets nieuws tussen mag staan. Het is niet de bedoeling de huidige tijd te negeren. Bouwstijlen uit verschillende periodes dragen bij aan de gelaagdheid van de stad.”

0605ams_stadsherstelkerk

Krotten

Dat neemt niet weg dat Stadsherstel „dol is op het restaureren van krotten”. Maar zijn die nog wel te vinden nu Amsterdam er steeds beter voor staat? „Iedere keer denken we de laatste tegen te komen, maar vinden we toch weer een waardevol pand dat soms twintig jaar niet gebruikt is, zoals onlangs in de Spinhuissteeg. We zijn nu bezig in de Foeliedwarsstraat, midden in de stad, wat vroeger een klein levendig straatje in de Jodenbuurt was. In de volledig verkrotte panden die we daar hebben gekocht, kunnen straks weer mensen op een prettige manier wonen.”