Graag meer innoveren en afstemmen in geboortezorg

Elk geval van vermijdbare babysterfte is er een te veel. Zorgverleners moeten afspraken nakomen, betogen Joris van der Post en Mariël Croon.

Foto Robert Vos / ANP

Alles klopt, behalve het hartje, schrijven de journalisten Zvezdana Vukojevic en Jop de Vrieze over hun baby Mikki, die stierf voor de geboorte (23 april, NRC). Twee weken eerder werden zij, achteraf ten onrechte, gerustgesteld toen zij vertelden dat de baby minder bewoog.

Lees ook het persoonlijke verhaal van Zvezdana en Jop: Het is een prachtig kind. Waarom is hij overleden?

Volgens de landelijke richtlijn ‘Verminderde kindsbewegingen in de zwangerschap’ is blijvend minder leven voelen reden voor een hartfilmpje van de baby en een echo. Dit lijkt nagelaten. Toen de ouders zich andermaal meldden, bleek het te laat. De baby was ernstig achtergebleven in groei – deze diagnose was gemist.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren, vroegen de ouders zich af. Zij startten een zoektocht naar de oorzaak. Mogelijk zou dit verdriet andere ouders bespaard kunnen worden. Hoe is het gesteld met de Nederlandse geboortezorg? Geven onze babysterftecijfers vóór de bevalling nog steeds aanleiding tot ongerustheid? Deze cijfers zouden dicht bij de Scandinavische cijfers moeten kunnen komen. Dat is gelukt. De babysterfte is sinds 2000 het sterkst gedaald in Nederland, zo blijkt uit een artikel in het gezaghebbende tijdschrift The Lancet in 2015. We behoren met deze cijfers wereldwijd tot de top.

Dit is te danken aan het toegenomen bewustzijn van de problematiek – we zijn wakker geschud. Het is ook te danken aan de perinatale audit die is ingesteld, waarbij elk sterfgeval wordt geëvalueerd. En aan de betere samenwerking tussen verloskundigen en gynaecologen.

Dat alles is geen reden om achterover te leunen. Elk geval van mogelijk vermijdbare sterfte, zoals in het geval van Mikki, is er een te veel. Wanneer je kind sterft na een verkeerde inschatting, dan is dat onverteerbaar, zeker wanneer je zelf aan de bel hebt getrokken. Als zorgprofessionals moeten we dan ook ons handelen en ons verloskundige systeem blijven evalueren.

Via afgeleide methoden, zoals de groei van de baby, de hartslag, en zo nodig echo’s en hartfilmpjes, schatten we in hoe de baby het in de baarmoeder maakt. Daar zijn we niet onfeilbaar in. We blijven zoeken naar betere methoden om in de ‘black box’ te kijken die de baarmoeder in feite is. Het is verleidelijk om daarvoor technologie in te zetten. Maar voor we dat doen, moet duidelijk zijn dat dit ook inderdaad de zorg verbetert en de sterfte doet dalen. Want onderbehandeling is schadelijk, zoals blijkt uit het verhaal van baby Mikki. Maar overbehandeling schaadt evenzeer.

Om dit uit te zoeken is er een studie gestart, de IRIS-studie, om te zien of groei-echo’s bij elke zwangere vrouw betere uitkomsten geven. Als de instantie ZonMW, met als hoofdopdrachtgever het ministerie van Volksgezondheid, zo’n wetenschappelijk onderzoek goedkeurt en subsidieert, dan hoort iedereen in de geboortezorg hieraan mee te werken. Het is voor de patiënt net zo onbegrijpelijk wanneer zorgverleners een richtlijn in de wind slaan, zoals bij Mikki lijkt te zijn gebeurd, als wanneer zij zo’n nationaal onderzoek onderuithalen, zoals in het artikel weergegeven. Waar kan de patiënt nog op varen?

Zoveel zorgverleners, zoveel meningen, en achter elk daarvan schuilt een belang. Innovaties moeten daarom gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek of eventueel op breed gedragen consensus. Daarbij houden de eerste en tweede lijn (de verloskundige en de gynaecoloog) elkaar in evenwicht, door te waken voor onder- én overbehandeling. Beide hebben een belangrijke functie in de geboortezorg.

Binnen gemeenschappelijk vastgestelde thema’s, zoals vroeggeboorte en groeivertraging, worden binnenkort onderzoeken uitgevoerd waar iedereen aan mee móet en gaat werken. Dit is voorgenomen beleid van beroepsverenigingen, patiëntenverenigingen, ZIN Kraamzorg en zorgverzekeraars.

Het is op dit moment niet nuttig en niet nodig om het hele Nederlandse systeem van geboortezorg op de schop te gooien. Wel moeten we als zorgverleners waakzaam blijven, afspraken nakomen en uitkomsten van onderzoek daadwerkelijk in de praktijk brengen. De geboortezorg moet een samenwerking zijn tussen alle betrokken partijen, inclusief de aanstaande ouders. Het journalistenechtpaar verdient dan ook bewondering en heeft het gelijk aan hun zijde de oorzaak van overlijden van hun zoon bloot te leggen.