Eén wijkagent voor drugswijk Overschie

Al twee schietpartijen vonden dit jaar plaats in Overschie-Oost. Het steunpunt van de politie is nog niet open. Portret van een wijk in verval.

Foto Rien Zilvold

Voor Nico van Essen (62) is het besluit om eigenaar te worden van café Nooitgedacht de nekslag gebleken. Hij zat er koud twee maanden, de zomer van 2008, vlak voor sluitingstijd, toen drie opgeschoten jongens hem over de bar trokken om het geld uit de kluis te stelen, zo’n duizend euro. Witte maskers op, broodmes in de hand, en nooit gepakt.

Ze ritsten zijn linkerarm vanaf zijn hand tot aan zijn elleboog open, raakten de slagader. Van Essen werd geopereerd, maar de pijn is gebleven. „Ik word er ’s nachts wakker van.” Sinds hij antidepressiva slikt, gaat het beter. „Ik voel minder pijn en het dempt de nervositeit.”

Nooitgedacht zit aan de Abtsweg in Overschie, al jaren een probleemwijk. Een maand geleden beschoten twee mannen in de straat erachter elkaar met kalasjnikovs. Auto’s werden doorzeefd, een kogel ging door de ruit van een babykamer. Anderhalve maand geleden werd een 24-jarige man op straat doodgeschoten.

Wie de schutters zijn? „Geen idee”, klinkt het in de buurt. De een denkt dat het de hangjongeren zijn die in de tijd van Van Essen al op de stoep voor Nooitgedacht rondhingen. Een ander denkt aan zware criminelen uit het drugscircuit.

„Het is duidelijk dat die hangjongeren ook dealen”, zegt Van Essen. „Ze snoven drugs op de toiletten en verkochten het aan elkaar via de toiletten. Dan ging de een naar de wc, die stopte een zakje met spul in een gaatje in de muur. De volgende pakte het er dan uit. Zo gaat dat.”

De deuren van de wc hadden geen slot. „Soms trokken we die gewoon open. Dan zagen we wat ze aan het doen waren.”

Ruige buurt

Ook op straat zag Van Essen – die inmiddels uit Rotterdam vertrokken is – voortdurend drugshandel. „Stopte er een auto, ging het raampje omlaag en ritselden ze wat. Dan reed de auto weer weg.”

Overschie was altijd al een ruige buurt, zegt raadslid Dries Mosch van Leefbaar Rotterdam. Hij groeide er op. „Het is een wijk waarvan iedereen weet dat de mensen voor zichzelf opkomen. Maar wat daar nu gebeurt, kan echt niet.”

Het aantal meldingen van drugshandel dat de politie registreert is beperkt, iets meer dan één per maand tussen 2010 en 2016. „Dat komt doordat er weinig politie rondloopt”, zegt Mosch. „Er is maar één wijkagent in Overschie-Oost.”

Het politiebureau aan de burgmeester Baumannlaan zat in Overschie-West. Dat is een paar jaar geleden gesloten. Na de schietpartijen in de Cronensteinstraat en de Ameidestraat gaat het weer open, voor enkele uren per week. Het wordt een steunpunt. Wanneer? „Dat weten we nog niet”, zegt politiewoordvoerder Wim Hoonhout twee maanden na de vuurwapenincidenten. „Het pand moet nog in orde gemaakt worden.”

Hollandse huisjes

Na de oorlog zijn er veel flats gebouwd in Oost, zegt John van den Berg, eigenaar en oprichter van museum Overschie aan de Dorpsstraat. Dat ligt in het westelijke deel, dat vol 17e en 18e-eeuwse Hollandse huisjes staat en grenst aan een wijk met villa’s en tuinen uit de jaren dertig. Aan de andere kant van het museum staan de duurste villa’s, langs de waterkant van de Schie. „Je had hier wel vijftig bedrijven. De Van Nellefabriek, de melkfabriek van De Combinatie en de verffabrieken van Molijn aan de Schie. Daar werkten mensen uit het hele land. Voor hen zijn die flats neergezet.”

De industrie verdween en de werknemers die de flats bewoonden ook. „Er woonden gezinnen met wel tien kinderen”, zegt van den Berg. „Je kunt het je nauwelijks voorstellen.”

In de hoogtijdagen woonden er 48.000 mensen in Overschie, nu nog maar 16.000. Van den Berg: „Omdat die grote gezinnen er niet meer zijn en de mensen met betere inkomens vertrokken.”

De flats verpauperden en de gemeente begon ze te verhuren als sociale woningbouw, zegt eigenaar Rinus van groente- en fruithandel Van Gelder. Hij zit al meer dan dertig jaar aan de Abtsweg, ooit een levendige winkelstraat. „Dat is hij al lang niet meer, de meeste winkels zijn weg.”

Dat Van Gelder er nog zit, komt doordat hij de enige groenteboer in Overschie is, zegt hij. „Ze móeten hier wel heen.’

Zijn dochter wilde ondanks het verval best in de straten achter de Abtsweg wonen, zegt de groenteboer. „Maar ze kreeg geen huis, omdat ze niet voldoet aan de criteria voor sociale woningbouw.”

Uitgerukte sprinkhaanpoot

De achtergevels van de flats aan de Cronensteinstraat – parallel aan de Abtsweg en veelal in particulier bezit – zien er verwaarloosd uit. Verf bladdert van de kozijnen, een beugel van een zonnescherm hangt als een uitgerukte sprinkhaanpoot uit het scharnier. Voor sommige ramen is een plank gespijkerd.

Het probleem van Overschie is dat de politie bijna nooit iemand kan betrappen, zegt raadslid Mosch. Het zit er vol kleine straatdealertjes, zegt hij. „Als ze politie zien, waarschuwen ze elkaar.”

Vroeger, toen Mosch nog een snackbar had in Overschie-West naast café Daktari aan de Van Noortwijckstraat, was dat anders. Eind jaren 80 overnachtte hij een week in zijn snackbar omdat er een paar keer ingebroken was. Daar wachtte hij tot de inbrekers weer langskwamen. „Ze waren met zijn drieën”, zegt Mosch. „We trokken ze zo naar binnen”, zegt de eigenaar van Daktari, Kees de Munnik. Hij was eigenaar van het pand van de snackbar en hield er samen met Mosch de wacht. „Eén Marokkaanse inbreker was zo bang voor ons dat hij begon te kermen. Je moet ze laten zien dat je nog gekker bent dan zij. Dan laten ze het wel uit hun hoofd om je aan te vallen.” Ze dreigden de criminelen ‘te begraven op de Maasvlakte’, zegt De Munnik. „Er is daarna nooit meer ingebroken”, zegt Mosch.

Nu zou dat niet meer gekund hebben, zegt Mosch. „Dan bellen ze een paar vriendjes en staan er in no time twintig man voor de deur.”

Van Essen is kapot gegaan in zijn café aan de Abtsweg. „Je kan niks doen. Ze komen binnen in een groep van tien, zie ze maar eens weg te krijgen.” Ook zijn opvolger, die niet met naam in de krant wil, vertrok na twee jaar overlast van de hangjongeren. Hij spijkerde de ramen dicht omdat ze steeds werden ingegooid uit wraak dat de jongeren er niet meer in mochten.

Iwan Steernberg had de zaak tot 2008. Problemen met hangjongeren had hij niet. „Wie niets bestelde, gooide ik eruit. Kaarten mocht ook niet. Zeker met zijn tienen op een glas Fanta de hele dag bij mij zitten.’

De breedgeschouderde Steernberg is de meeste mannen de baas. Toch is alleen fysiek overwicht onvoldoende om tuig te weren. „Je moet weten hoe je ze moet aanspreken. Je niet laten intimideren. En we hadden een vuurwapen. Dat lag thuis veilig opgeborgen. Als het nodig was, konden we het halen.”

Of de recente schietpartijen iets te maken hebben met de verpaupering van Oost is de vraag. Er wonen straatdealers, maar doen zij zaken met de schutters?

Volgens voorzitter Fred Baartman (Leefbaar Rotterdam) van de gebiedscommissie weet niemand wie de grote partijen drugs onder de straatdealers verdeelt. „Als ze dat zouden weten, zouden ze meteen voor de deur staan. Je ziet soms wat geritsel vanuit een auto. Tien seconden, dan zijn ze weer weg. En elke keer op een andere plek. Achter Park Zestienhoven, het vliegveld.”

Oksel van de snelweg

Oorzaak van de drugshandel in Overschie is volgens bewoners de ligging van de wijk, in de oksel van de snelweg. De ideale plek voor snelle deals tussen dealers die overal vandaan kunnen komen en ook zo weer verdwenen kunnen zijn

Groenteboer Van Gelder zag de schutters van de Cronensteinstraat na de nachtelijke schietpartij weg scheuren, in de richting van het viaduct. „Een zwarte auto. Ik zag wie er in zaten. Die waren niet van hier, anders had ik ze wel herkend.”

Het afgelopen jaar zijn er nieuwe huizen gebouwd. Ze staan aan het begin van de Abtsweg. Eengezinswoningen in de stijl van de jaren dertig. Rode bakstenen, witte kozijnen, puntdak. De bedoeling is dat de oude flats van de woningbouwcorporaties plat gaan, ook die achter café Nooitgedacht. „De enige oplossing”, zegt Van Gelder. „Sinds een van de oude flats gesloopt is, is het al een stuk rustiger.”

Maar enkele garageboxen achter het café zijn blijven staan. Die zijn geen eigendom van Woonstad. Volgens een docent van de Daltonschool aan de Abtsweg zijn er ooit wapens en drugsvoorraden gevonden. Vandaar dat de kinderen in de klas niet opkeken toen anderhalve maand geleden de Chafid in één van de zijstraten van de Ameidestraat werd doodgeschoten. „Ze zijn wel wat gewend.”

Twee jongens voetballen op het veldje voor de school. De zon schijnt, de mat ziet er afgetrapt uit. De ene is 11, hij wil naar het VWO. Zijn naam zegt hij niet. Hij woont in Delfshaven en is van Marokkaanse komaf, maar speelt in Overschie. Hij logeert er bij zijn oma. „Dan hoef ik niet in Delfshaven op straat te hangen.”

De ander is 14 jaar, heeft Turkse wortels, zit op de mavo. Van criminaliteit is hij niet onder de indruk. Praten erover doet hij niet, voor het geval iemand hem hoort. Hij wil bij de politie, later, zegt hij.