Een muziekstuk als 16.000 bakstenen

Zondag is het Dag van de Rotterdamse Jazz. Speciaal daarvoor is een muziekstuk gecomponeerd, dat tegelijk een ode is aan de wederopbouw van de stad.

Arend Niks componeerde muziek gebaseerd op het RotterdamseWall Relief No 1 van beeldend kunstenaar Henry Moore, tegenover het Centraal Station. Foto Andreas Terlaak

De Erasmusbrug. De Rotterdamse haven. De Markthal. Ze komen allemaal terug in de Rotterdam Suite, een nieuw gecomponeerd, achtdelig muziekstuk dat op de Dag van de Rotterdamse Jazz, zondag in de Doelen, wordt uitgevoerd.

Het New Rotterdam Jazz Orchestra, met als gasttrompettist Eric Vloeimans, wil met deze Rotterdam Suite de stad eren, die dit jaar 75 jaar wederopbouw viert. Jazzmusici als Martin Fondse, Jan van Duikeren, Louk Boudesteijn, Rob van de Wouw en Mark Schilders componeerden elk één deel van de suite, geïnspireerd op een uitgelezen Rotterdamse locatie.

De Rotterdamse jazzdrummer en componist Arend Niks koos als inspiratiebron het kunstwerk Wall Relief No 1, van beeldend kunstenaar Henry Moore. Het opvallende muurreliëf aan het Weena, tegenover het station, bestaat uit 16.000 bakstenen – een destijds vreemd materiaal voor Moore die gewoonlijk in steen of brons zijn beelden creëerde. De muur werd gemaakt tijdens de wederopbouw (1955) in opdracht van het toen nieuw te bouwen Bouwcentrum. (Het nieuwe kantoorgebouw is er later omheen gebouwd.)

Het reliëf heeft veel recht metselwerk: harde lijnen, blokjes. Ertussen komen organische, rondere vormen uit de muur. Het lijken lijven, of delen ervan. „Als klein jongetje heb ik me suf lopen piekeren over waarom er nou zo’n rare muur in de stad stond. We fietsten er meestal keihard langs richting West”, vertelt jazzmusicus Arend Niks. „Het reliëf staat er eigenlijk niet als een kunstwerk. Maar wie beter kijkt ziet niet zomaar een versierinkje. Als de zon erop staat heeft het een andere kracht met al die schaduwen.”

In Wall Relief No 1 lijkt het kunstwerk zich door een gewone muur heen te drukken. „Dat vind ik dynamisch heel goed”, zegt Niks. Hij zag er muziek in voor het New Rotterdam Jazz Orchestra. „De combinatie van strakke lijnen en die merkwaardige organische vormen in het midden maken het een uitdaging om deze muur naar een muziekstuk te vertalen.”

Eerst maakte Arend Niks foto’s van de muur, en tekende de patronen na. De horizontale en verticale lijnen ziet de drummer als de groove en de energie. „Een vooruit!-gevoel.” De ronde, bijna menselijke contouren vertegenwoordigen emotie, bezinning en hoop. „De details gaan ook los in je hoofd zitten.”

Zijn Wall Relief bestaat dan ook uit twee delen. Niks’ eigen compositie is een uitgeschreven interpretatie van Moores werk. Een compositie van 40 bladzijden over „de romantiek van mens en structuur”. Het spannendste deel echter is de grafische partituur erbij van de muur zelf. Het orkest, verdeeld in drie instrumentgroepen, gaat van links naar rechts de diverse elementen en symbolen in de structuur van de muur volgen.

Niks wijst op een foto van de muur: „Als je de blokjes in de muur volgt, is er een soort melodie en een indeling van tijd. Hier bijvoorbeeld, volgen de twee trompetten allebei zo’n lange lijn. Die wordt dikker of dunner. Dat zou ik als muzikant als volume zien. Daar zitten wat rare figuurtjes boven. Dat kan tuut-tuut-tuut zijn. Zij moeten oplossen wat ze tegenkomen.”

Het middendeel wordt een uitdaging voor het orkest: impro. De vormen van lijntjes en rondjes zijn aan het orkest om te visualiseren in noot en klank: fantasieprikkelend voor het orkest. Het einde is het sterkste statement, voelt hij. Met veel elementen uit de muur bij elkaar. „Maar de ideale uitvoering bestaat niet.”