Column

De vrouw die zichzelf in brand stak

Politieke problemen in kookgroep B. „De besluitvorming verloopt niet democratisch”, zegt de Syrische leraar. „De chef is een bazige vrouw uit Damascus. Als ik mijn hulp aanbood, weigerde ze die. Als ik buiten stond te roken, was ze boos omdat ik niet meehielp.”

Hij en zijn vrouw hebben kookgroep B verlaten. „We zijn eruit gegooid”, verduidelijkt zijn vrouw. Op de lijst in de gang zijn hun namen doorgestreept. Nu zijn ze toegevoegd aan kookgroep C en halen ze hun kruiden uit stellingkast C en hun boter uit koelkast C.

Vier weken geleden zijn ze uit Friesland verhuisd naar de noodopvang in Crailo. Ik kwam ze ophalen op het station in Utrecht. „Goedemorgen mevrouw”, zei de leraar in vrolijk Nederlands. Zijn vrouw liet me de echo zien van het kind dat in haar groeide.

Friesland had hen goed gedaan. Ze waren met open armen ontvangen door een gepensioneerd echtpaar aan de zeedijk. Ze hadden vijf maanden op hun erf gewoond. Hij had gesnoeid en hout gehakt. Zij had vrijwilligerswerk in de wereldwinkel gedaan. Drie keer per week waren ze naar Dokkum gefietst voor Nederlandse les. Hun procedure zou snel beginnen. Ze hadden bericht van de IND: verhoor op 16 mei.

In hun kamer in Crailo staan twee bedden en een bureau. Aan de muur een schilderij van een scheve iglo. De Syriërs zijn down. „Volgende week worden we met twee anderen op een kamer gezet”, zegt hij. „Dat is het ergste: we verliezen onze privacy.”

Een dezer dagen verwachten ze een bericht van de IND dat de procedure nog eens negen maanden later zal beginnen. Het is niet zeker dat ze zo’n bericht krijgen, maar zij weten het zeker – dat soort somberheid. Zijn vrouw mist Damascus nu ze niet meer terug kan. Ze zijn gestopt met Nederlandse les. „Ik voel me een tweederangs burger”, zegt de Syrische leraar.

Wat een geklaag, zeg ik. „Ja”, zegt hij. „Ik lijk de bril-man wel.” Hij lacht. De bril-man figureerde in de eerste verhalen na hun aankomst in Nederland. De bril-man had altijd wat te klagen. In Damascus was alles beter dan hier.

„De tweede periode is begonnen”, zegt de Syrische leraar. „We zijn ervoor gewaarschuwd.” „Ineens is niets zeker meer”, zegt zijn vrouw.

Ik las dat een Somalische vrouw zichzelf in brand stak op het eiland Nauru in de Stille Oceaan. Ze was de tweede asielzoeker in een week tijd die dat deed. Ze hadden de halve wereld overgestoken om in Australië te komen, maar ze werden ondergebracht op een keuteltje van 21 vierkante kilometer.

„Je kunt je onze eenzaamheid niet voorstellen”, zegt de Syrische leraar.