Bijeffect van afvalcrisis in Beiroet: burgerzin

Reportage Libanon Eerste Libanese verkiezingen in zes jaar maken de gevestigde partijen nerveus. Boze burgers willen de verlamming doorbreken.

Als een rivier kronkelde het afval in maart nog door Jdeideh, bij Beiroet. De gesloten vuilstort is nu weer open. Foto Bilal Hussein/AP

Het stonk de voorbije weken in Beiroet, zoals alleen negen maanden oud huisvuil kan stinken wanneer het eindelijk wordt opgehaald. Als het van de 24 mensen afhangt die zaterdag op een podium in de wijk Hamra stonden, moet de stank niet alleen uit de straten verdwijnen – het gevolg van de afvalcrisis die afgelopen zomer begon – maar ook uit de sektarische en notoir corrupte Libanese politiek.

De 24 zijn artiesten, architecten, filmmakers, journalisten, reclamemensen, artsen, ingenieurs. De bekendste is filmmaker Nadine Labaki, bekend van de bekroonde film Caramel. Samen vormen ze de nieuwe lijst Beirut Madinati (‘Beiroet, mijn stad’), die zondag meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen.

„Wij zijn allemaal al vijftien, twintig jaar actief in het publieke domein. Wij vechten voor het erfgoed, voor het milieu, voor openbaar vervoer. Wij zijn het beu om de politici te smeken om naar ons te luisteren. We gaan het gewoon zelf doen”, vertelt architect Mona Hallak.

De verkiezingen van zondag – andere delen van het land gaan verspreid over de drie zondagen daarop naar de stembus – zijn de eerste in Libanon in zes jaar. Eigenlijk moest in 2014 een nieuw parlement worden gekozen, maar omdat de kibbelende parlementariërs er al twee jaar niet in slagen een nieuwe president te kiezen, hebben die hun eigen mandaat verlengd en zitten ze er nog steeds.

„De lokale verkiezingen krijgen normaal weinig aandacht en de opkomst is laag”, zegt Habib Battah van de website Beirutreport.com.

„Zeker in Beiroet, waar de lijst van Hariri toch altijd wint, werd anders nauwelijks campagne gevoerd.”

Deze keer is het anders. Battah: „Ze maken zich duidelijk zorgen. De afgelopen dagen zijn plots overal affiches verschenen voor de Hariri-lijst. Hariri zelf is twee keer naar Beiroet gekomen voor bijeenkomsten die gepaard gingen met meer geweervuur dan ik ooit gehoord heb.”

Saad Hariri is de leider van de Toekomstpartij, de voornaamste sunnitische partij in Libanon. Hij erfde die positie van zijn vader Rafiq Hariri, de miljardair die in 2005 bij een aanslag om het leven kwam. Hariri vertoont zich om veiligheidsreden zelden in Libanon: hij woont in Saoedi-Arabië, waar de familie fortuin maakte.

Dat zo iemand zich bedreigd voelt door Beirut Madinati en een tweede lijst, Burgers binnen een Staat, die ook buiten Beiroet meedoet, is nog nooit vertoond, zegt Battah.

„Steenrijke feodale krijgsheren nemen plotseling een grassroots-beweging serieus van mensen die letterlijk vanuit hun eigen appartement werken.”

De stank moet niet alleen weg uit de straten maar ook uit de politiek

Libanon is een vreemde eend. Het is een democratie, maar dan eentje die geheel wordt gedomineerd door de tegenstellingen tussen christenen, shi’ieten, sunnieten en druzen. Daardoor stemmen veel mensen trouw voor leiders die de eigen sekte vertegenwoordigen, ook al zijn dat vaak voormalige krijgsheren uit de burgeroorlog (1975-1990) die zich sindsdien schaamteloos hebben verrijkt.

Libanezen krijgen daar bitter weinig voor terug: krakkemikkige infrastructuur, een chronisch gebrek aan elektriciteit, geen openbaar vervoer, traag en peperduur internet.

Als Beirut Madinati denkt dat het dit systeem kan veranderen, waar eerdere pogingen altijd mislukt zijn, heeft dat alles te maken met de stank in de straten. De afvalcrisis, die begon met de sluiting van de stortplaats Naameh, waar 90 procent van alle afval werd gedumpt, leidde vorige zomer bijna tot een revolutie. Onder de slogan #YouStink werd het centrum van de stad bezet door activisten die de koppen van politici eisten. De revolutie stierf een langzame dood, maar de woede over de afvalcrisis is gebleven, zegt Hallak – ook al is die opgelost door de stortplaats tijdelijk weer te openen.

„Door de afvalcrisis zien mensen in dat politici echt alleen op geld uit zijn en absoluut niet begaan zijn met de mensen”, zegt Hallak. „We kunnen de corruptie letterlijk ruiken nu.”

Of dit zich zondag vertaalt in electoraal succes is allesbehalve zeker. Op sociale media melden mensen dat ze zijn gebeld om hun stem te verkopen voor 100 dollar. Veel mensen denken dat een stem voor de eigen leider de beste garanties biedt in onzekere tijden in een woelige regio.

„Het systeem van cliëntelisme is machtig en diepgeworteld” zegt Battah.

„Dat kan gaan van cash tot het betalen van een ziekenhuisrekening of een baan op een ministerie. Daartegen ingaan is een heel grote uitdaging.”

Hier en daar klinkt ook kritiek. Op Facebook waarschuwt fotograaf Patrick Baz: „[De hipsterwijken] Ghemmayze en Mar Mikhail zijn niet representatief voor Beiroet, en Facebook-likes zijn geen stembiljetten.”

Hallak kent de kritiek: Beirut Madinati moet niet alleen gelijkgestemden overtuigen maar vooral mensen in arme sunnitische wijken als Tarik al-Jadeede, de machtsbasis van Hariri. „Ik vertel mensen daar: jullie steunen Hariri nu al decennia, en wat heeft jullie dat opgeleverd?”

Of Beirut Madinati zondag doorbreekt of niet, Battah ziet nu al een positief effect. „Je ziet dat de traditionele politici hun taalgebruik veranderen. Ze praten over het milieu, over burgerschap. Het idee dat politici ook rekenschap moeten geven dringt een beetje door.”