Umar wil oorlog met de ‘klikturken’

Door twee nieuwe aanklachten komt er voorlopig nog geen einde aan het ‘landarrest’ van Ebru Umar. Volgens de columnist lijdt het geen twijfel waar die vandaan komen: klikturken in Nederland.

Umar vorige week. Foto: AP

Voor het gerechtshof in het Turkse badplaatsje Kusadasi staan twee politieagenten gemoedelijk te kletsen met de familie van Ebru Umar. De Nederlandse columnist zit al sinds 23 april vast, naar eigen zeggen vanwege kritische tweets over de Turkse president Erdogan. „De zaak loopt volledig uit de hand”, grappen de agenten. Ze snappen niet zo goed waar alle ophef over is en zien Umar liever naar Nederland vertrekken.

Maar voorlopig is dat niet aan de orde. Umar mag Turkije nog niet verlaten. Vorige week diende ze een bezwaarschrift in tegen het uitreisverbod. Normaal gesproken hoort daar na drie werkdagen uitsluitsel over te komen. Maar donderdagochtend kwam er geen nieuws uit het kantoor van Mehmut Karabulut, de officier van justitie in Kusadasi. Karabulut wil ook niet reageren. „Dit valt buiten mijn autoriteit”, meent hij. Wie deze autoriteit wél heeft, wil hij ook niet kwijt. En dus blijft het wachten.

Nieuwe aanklachten

Dan komen er twee e-mails binnen die haar zaak geen goed doen. Het zijn nieuwe aanklachten. De eerste betreft een cartoon die de Rotterdamse tekenaar Linda Zoon van Umar maakte. Hierop zit Umar achter haar laptop, een ijsje voor haar neus. Haar enkel is vastgeketend aan een betonnen bol waarop de Turkse vlag te zien is.

Volgens de email gaat het om een belediging van de Turkse vlag, hetgeen verboden is in Turkije. „Hilarisch!”, roept Umar. „Het is gewoon een steengoede cartoon. Bovendien heb ik hem niet eens gemaakt. Ik moest echt mijn lachen inhouden toen ik in dat kantoortje zat.”

Twitter avatar umarebru Ebru Umar Timeline. Ik zit nog even in Turkije hoor. En dank je wel voor de cartoon @lindazoon jammer dat je niet naar T komt. https://t.co/mZNJJczGzX

De tweede aanklacht lijkt verontrustender. De klager verwijst naar Umar’s televisieoptreden van 25 april op Telegraaf Vandaag. Hierin heeft Umar vanuit Kusadasi felle kritiek geuit op president Erdogan.

Volgens Umar lijdt het geen twijfel waar de e-mails vandaan komen. „Dit is het werk van klikturken in Nederland. Zij vinden het kennelijk belangrijk om de Turken hier aan het werk te houden. Alsof de Turkse justitie het niet druk genoeg heeft.”

Openbaar maken

Onmiddellijk belt ze haar werkgevers, de website GeenStijl en de krant Metro. „Ik heb ze de e-mailadressen van de klagers gegeven. Zij zijn ermee aan de slag gegaan, en hebben me verteld dat één van de klachten afkomstig is van een Turk uit Rotterdam. Dus dat gaat gezellig worden.”

Umar pleit er voor om de namen van de klagers bekend te maken. „Het is oorlog met de klikturken!”, zegt ze. „Ik wil dat er een debat komt over de integratie van de Nederturken. Met welk fatsoen klaag je als Nederlands burger andere Nederlandse burgers in een ander land aan? Zo gaan we in Nederland niet met elkaar om.”

Even later zet ze de e-mailadressen van de klagers die achter de nieuwe aanklachten zitten op Twitter.

De telefoon blijft rinkelen. Bezorgde vrienden en ongeduldige journalisten. Dan ook een telefoontje van minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders. „Ze volgen de zaak op de voet”, vertelt Umar. „Koenders zegt dat ze de druk op Turkije te zullen opvoeren, en dat ook hij het probleem van klikkende Turken in Nederland zeer serieus neemt.”

Terwijl Umar haar oorlog met de klikturken voorbereidt, kijken twee oude mannen buiten de rechtbank verbaasd naar de vrouw met de oranje pet. „Wie is dat?”, vraagt de één. „Oh, dat is die journalist, Leyla ofzo. Ze scheldt op God, op religie en op mensen. Kennelijk wordt je daar tegenwoordig beroemd mee.”