De garnaal hoeft niet meer naar Marokko

Investering Door de introductie van een pelmachine hoeven de garnalen van Telson niet meer naar Marokko. Een investeerder ziet dit zitten.

Foto Kees van de Veen

Zoeter en zouter. Zo smaakt een verse Noordzeegarnaal. In Nederland is men die smaak echter vergeten, sinds het thuispellen in 1990 werd verboden.

Nog geen dertig jaar geleden zaten duizenden pellers en pelsters in hun keukens met de hand garnalen van hun jasje te ontdoen. Na een landelijk verbod, omwille van de hygiëne, week de pellerij uit naar Polen. En sinds een jaar of twintig worden vrijwel alle Noordzeegarnalen, met de hand, in fabrieken in Marokko gepeld.

Om niet te bederven tijdens de reis (zo’n zesduizend kilometer) worden de garnalen behandeld met conserveermiddel. Dat houdt ze wekenlang goed. Maar het maakt ze minder zout en minder zoet. Garnalen smaken nu vlakker en zuurder.

Om de smaak is het de mannen van garnalenhandel Telson niet eens te doen. Het zijn geen foodies of snobs: ze hebben geen bezwaren tegen conserveermiddelen of cocktailsaus. Sterker: de toenemende publiekelijke afkeer van E-nummers vinden ze „ergerlijk”. Ze denken dat de consument al lang aan het zuur van het conserveermiddel is gewend, en dat inmiddels in een blinde test zou verkiezen.

Toch willen ze de garnalenpellerij terug naar Nederland halen. Omdat het kan, zeggen ze, sinds de firma Kant machines heeft ontworpen die de garnalen uit hun pantsertje kunnen persen. „We willen voorop lopen”, zegt Telson-directeur Hendrik Nienhuis (80) in de haven van Lauwersoog. „Dat is leuk.”

Nienhuis – leren jekker met een kammetje erin – komt uit het oude vissersdorp Zoutkamp, aan de voormalige Lauwerszee. Hij werkte zijn hele leven in de garnalen. Het langst bij de grootste garnalenhandelaar, Heiploeg (300 miljoen euro garnalenomzet). Toen Nienhuis met pensioen moest, begon hij met zijn zoon en twee andere oud-collega’s in het Groningse Leens garnalenhandel Telson. Niet voor het snelle geld, zegt hij. De marges worden kleiner en de concurrentie neemt toe. Zijn bedrijf is maar klein, vergeleken met Heiploeg. Het had vorig jaar een omzet van 15 miljoen en tien werknemers. Maar het wil wel groeien, door die pelmachines.

Guillotine

LAUWERSOOG-GARNALEN-VISSERIJ

Investeringsmaatschappij Bencis gelooft daarin, getuige het belang van 50 procent dat het onlangs in Telson nam (voor een onbekend bedrag).

Met het geld kocht Telson een gloednieuwe fabriek in de haven van Lauwersoog, met uitzicht over de Waddenzee (Schiermonnikoog op de kim). Hier pellen binnenkort tien machines garnalen, aan het eind van het jaar moeten het er twintig zijn en op den duur dertig. Dan zou Telson 30 procent pellen van alle 30 miljoen kilo Noordzeegarnalen die jaarlijks in Nederland, Duitsland, Denemarken en Engeland aan land komen.

De concurrerende pellers blijven voorlopig in Marokko. Want het contract van Telson met de zakenpartner Kant, die claimt als enige in Europa geschikte pelmachines te bouwen, is exclusief. En beide bedrijven houden de techniek strikt geheim.

Nienhuis wil alleen verklappen dat de garnaal door de machine „onder druk wordt gezet”. En: „Hij moet er wel goed voor liggen. Net als bij een guillotine.”

In de oude fabriek in Leens staan nu al vijf machines van Kant te pellen voor Telson. Ze dampen en stampen, lepelen de geharnaste garnalen stuk voor stuk op, verdelen ze over banden en bakjes en spugen uiteindelijk roze wurmpjes uit – en een boel drab (goed voor de bisque).

Garnalen waar nog jasjes aan kleven worden met luchtstoten van de band geblazen. De prut zit tot op de muren. De pers moet doorlopen.

Hoewel de machines goed zouden werken, zal ook Telson nog garnalen in Marokko blijven doppen, zoals dat in het garnalenvak heet. De machines zijn immers ontworpen voor de kromme garnaal. Maar er is er regelmatig eentje recht. En bevroren garnalen – bij overschot in de herfst, het hoogseizoen, wordt er vaker ingevroren – kan de pelmachine ook niet aan.

Dat Telson vooral in gekoelde garnalen doet, is voor Bencis nog interessanter dan de machines, denkt Nienhuis. Want Bencis kocht eerder een Belgische en een Duitse diepvriesgarnalenhandel, Morubel en Ristic. Veel meer weet Nienhuis niet van de investeerder. Hij hoopt dat die niet met „typische ideeën” komt.

Kleine vingers

Investeringsmaatschappij Bencis verwijst voor commentaar naar Edo Abels, directeur bij Morubel, Ristic en nu ook bij Telson. Abels zegt daar niet te zullen huishouden. „Wat goed is, blijft staan.” Volgens Abels zijn de bedrijven „naadloos complementair”. De gekoelde garnalen van Telson „verbreden het totaalpakket”. En Morubel biedt Telson goede toegang tot de Belgische markt, met zijn garnalenkroketten het belangrijkste afzetgebied van Nederlandse pellers.

Bovendien spelen de pelmachines „een rol in onze duurzame ambitie”. Die – toevallig? – ook goed zou aansluiten bij de wensen van de klant. Die zou bereid zijn meer te betalen voor garnalen die minder reizen.

Machinaal pellen blijft voorlopig 10 procent duurder dan handmatig laten pellen in Marokko. Maar daar wordt het steeds moeilijker om goedkope arbeidskrachten te vinden, vertelt Nienhuis. „We trokken naar Marokko omdat de vrouwen er kleine vingers hebben. Maar als de economie omhoog gaat, gaat de wens om te pellen naar beneden”. Uiteindelijk houdt het volgens Nienhuis op.