Parlementsvoorzitter Brazilië geschorst wegens corruptie

Eduardo Cunha ging voorop in de strijd om de afzetting van president Dilma Rousseff te verwezenlijken.

De Braziliaanse parlementsvoorzitter Eduardo Cunha. Foto Evaristo/AFP

De voorzitter van het Braziliaanse parlement, Eduardo Cunha, is door het Braziliaanse Hooggerechtshof geschorst op verdenking van corruptie. Cunha ging voorop in de strijd om de afzetting van president Dilma Rousseff te verwezenlijken.

Cunha wordt behalve van corruptie ook beschuldigd van obstructie van onderzoek door de autoriteiten en van het intimideren van parlementsleden, zo meldt de BBC. Hij is een uitgesproken criticus van president Rousseff en was een van de initiatiefnemers van haar afzettingsprocedure die op korte termijn een climax nadert.

Cunha, die na Rousseff en partijgenoot en vice-president Temer derde in lijn is voor het presidentschap, wordt door de Braziliaanse justitie gezien als een spil in het schandaal rondom staatsolieconcern Petrobras. Hij zou functionarissen hebben omgekocht en geld hebben witgewassen. Ook zou hij 5 miljoen dollar hebben aangenomen in ruil voor contracten en vergunningen. Cunha ontkent alle aantijgingen.

Kaartenhuis

In Brazilië lijkt de machtsstructuur van het land door corruptie als een kaartenhuis in elkaar te vallen. Tegen Rousseff, van de Arbeiderspartij PT, loopt zoals gezegd een afzettingsprocedure, en de verwachting is dat ze binnenkort 180 dagen geschorst zal worden. De openbaar aanklager heeft een onderzoek ingesteld naar mogelijk belemmering van een corruptieonderzoek bij Petrobras.

Lees ook over de politieke crisis in Brazilië: Crisis Brazilië raakt ook regio en sportfan

Maar ook haar beoogde opvolgers Temer en nu ook Cunha, beiden van de Braziliaanse Democratische Beweging Partij (PMDB), zijn niet van onbesproken gedrag. Temer werd recentelijk in verlegenheid gebracht door geluidsopnames waarin hij het over het presidentschap heeft alsof hij al regeringsleider is. Bovendien wordt hij ook verdacht van corruptie en loopt er een onderzoek naar zijn eventuele afzettingsprocedure.

En daar houdt het qua corruptie in de politiek niet op. Van de 513 afgevaardigden in het parlement is 60 procent in staat van beschuldiging gesteld voor zaken als corruptie, maar ook verkiezingsfraude en zelfs moord. Het land zelf kampt daar bovenop nog eens met een zware economische crisis. De bevolking heeft al meerdere keren in grote protesten zijn onvrede laten blijken, en gevreesd wordt dat het corruptieonderzoek in de doofpot verdwijnt.