Overlast in Ede

Enkele ramen van peuterspeelzaal De Blokkendoos in Ede zijn gesneuveld. Dat is de schuld van de gemeente, zegt Amin (15). Als je iets afpakt van iemand, dan weet je dat hij iets zal terugdoen. Net als de politie. Die daagt je altijd uit, vertelt hij. De volgende keer dat hij agenten ziet, gooit hij een steen naar hun hoofd.

Amin staat met wat vrienden voor het lege winkelcentrum Lindenhorst. Komende maandag begint de sloop. De uitbaters van het theehuis van de Marokkaanse Vereniging Ede waren zaterdag de laatste ondernemers die het pand verlieten. De jongens raakten hun vaste hangplek kwijt.

Nu is het al dagen onrustig in de wijk Veldhuizen: brand in het winkelcentrum, uitgebrande auto’s, gesneuvelde ramen in de buurt. De politie werd met stenen bekogeld. Dat is volgens burgemeester Cees van der Knaap (CDA) het werk van zo’n vijftig jongens tussen 12 en 22 jaar van vooral Marokkaanse afkomst. Hij stelde woensdag een samenscholingsverbod in.

Omwonenden hopen dat de maatregel de rust zal terugbrengen. Sommige mensen parkeren hun auto deze dagen maar niet voor de deur, zegt een man die zijn terriër uitlaat. „Die jongens zijn op zoek naar actie. Van de week stonden ze de politie echt op te wachten. Volgens mij willen ze alleen maar een beetje aandacht.”

Mimoun Aktitou, voorzitter van de Marokkaanse Vereniging Ede, denkt dat het samenscholingsverbod een averechts effect heeft. Meer agenten in de wijk maakt de jongeren juist bozer, verwacht hij. Hij pleit voor de dialoog tussen bestuurders en de gemeenschap. Eind mei heeft hij een gesprek met de gemeente.

Dat is niet de eerste keer, want Veldhuizen heeft een onrustig verleden. Ook in 2008 en 2009 veroorzaakten jongeren problemen. Stadsvernieuwing – de sloop van enkele flats en de bouw van nieuwe woningen – en actief jongerenwerk hebben de wijk van zo’n 18.000 inwoners de laatste jaren verbeterd, zegt een woordvoerder van de gemeente.

Dat beaamt een Marokkaanse man op straat, die vertelt dat hij jaren geleden wel eens hielp als een soort buurtvader. De kinderen zijn nu volwassen, zijn naam wil hij liever niet in de krant. Hij schudt het hoofd over het gedrag van de jongeren. Het café, zoals hij het theehuis noemt, zorgde voor zicht op de groep. „Misschien moet er iets nieuws komen.”

Dat vindt ook de Marokkaanse Vereniging Ede. Maar de uitbaters van het theehuis wisten dat ze moesten vertrekken, zegt de woordvoerder van de gemeente. „Ze zeggen: er is nu niks meer voor ons, en wel voor anderen. Dat is niet zo. Ede heeft geen doelgroepenbeleid meer. Dat betekent dat iedere minderheid zijn eigen gelegenheid kan regelen. Dat geldt voor de Turkse of de Somalische gemeenschap ook.”

Amin, van Marokkaanse afkomst, kwam pas een jaartje in het theehuis. Hij mocht er van zijn vader heen toen hij 14 was geworden. „We hingen daar altijd”, vertelt hij. „De oudere mannen om te roken en kaarten. Wij keken er voetbal. Dus wij chillen daar gewoon, komen ze opeens de boel sluiten. Toen dacht ik ook: we gaan de boel hier slopen.”

Wat oudere vrienden – in trainingsbroek, met telefoon of een sigaretje in de hand – vallen hem bij. Al snel praten ze flink over de politie. „Ze zijn racistisch. Ze lopen kleine jongens van tien te bedreigen”, zegt Justin (15), van Molukse afkomst. „Dat ze mee moeten naar het bureau. Nou, doe maar, boeit me niks.”

Het winkelcentrum kunnen ze deze week niet meer in. Dat is afgezet met hekken. Ook zijn extra beveiligingscamera’s opgehangen. Agenten in auto’s bezoeken oudere omwonenden, hun collega’s op mountainbikes rijden in de straten rond het winkelcentrum. Zodra het schemert, komen particuliere beveiligers het pand in de gaten houden.

En nu? „Nu kloten we lekker op straat. We kunnen niks anders doen”, zegt Amin. „Met mensen ouwehoeren, wegrennen voor de politie.” De Dodenherdenking? „Dat interesseert me niet. Ik ben Marokkaan, en er zijn geen Marokkanen vermoord. Maar ik vind het logisch dat Nederlanders wel herdenken. Oorlog is heel erg.”

Als de jongens weglopen, op weg naar hun trapveldje, komt een Marokkaanse vrouw aangesneld. „Waar zijn de ouders”, roept Jamila (54) geëmotioneerd. „Mijn zoon van zeventien mag echt niet met deze groep hangen. Een paar dagen geleden stonden ze voor mijn deur. Ik zei: jullie vader is een rotzak. Ga naar huis, naar je moeder. Je hebt thuis televisie, internet. Ga iets anders doen dan hier met stenen gooien.”