Vrijhandelsverdrag TTIP is overmoedig zwaktebod

Wereldhandel Handelspact TTIP tussen de VS en de EU, lijkt op sterven na dood. TTIP-Leaks was daar al bijna niet meer voor nodig.

Containerschip in Canada.Foto istock

Overleeft TTIP de huidige storm van kritiek? Het ziet er steeds meer uit van niet. Het uitlekken van de onderhandelingsdocumenten afgelopen zondag is een nieuwe slag voor het ‘trans-Atlantische handels- en investeringspartnerschap’ waarover de Verenigde Staten en de Europese Unie praten. Maar het pact leek al lang een doodlopende steeg in te zijn gewandeld.

In wezen is het nieuwe vrijhandelsverdrag tussen Europa en de VS een overmoedig zwaktebod. De overmoed komt voort uit de veronderstelling dat de bevolking ook enthousiast blijft over vrijhandel als de gevolgen daarvan te dichtbij komen. Het zwaktebod zit hem in het regionale karakter van TTIP.

Vóór 1914 was de wereldeconomie vergaand geglobaliseerd. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakte daar een einde aan: toen het er op aankwam bleken de arbeidersbeweging en het bedrijfsleven niet zo internationalistisch als zij zelf hadden gedacht. Het zou tot in de jaren negentig duren tot de wereldeconomie weer even vrij was als in 1914. Maar het multilaterale proces om dat, na 1945, te bereiken ging steeds moeizamer. De onderhandelingsrondes duurden langer en langer. De laatste, de ‘Doha-ronde’ begon in 2001, maar is zelfs nooit beklonken.

Gaandeweg heeft het multilaterisme plaatsgemaakt voor regionale overeenkomsten. NAFTA, het vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten, Mexico en Canada, was in 1994 het eerste grote vergaande vrijhandelsverdrag dat ‘regionaal’ ging. Nu is er onder meer TPP, het Trans-Pacific Partnership tussen de VS en andere landen aan de Stille Oceaan (zonder China). En TTIP, het ‘partnerschap’ met Europa.

Waarom stuit TTIP nu op zoveel weerstand? De eerste verklaring is dat de belofte van stijgende welvaart door vrijhandel niet altijd meer wordt ingelost. Vrijhandel is in principe goed, maar wie er door wordt geraakt moet de tijd krijgen zich aan te passen. Er zijn nu te veel schokken tegelijkertijd geweest: de toepassing van de technologische vooruitgang versnelt, en de werknemer kan dat maar nauwelijks bijbenen. Met name de toetreding van China tot de wereldmarkt is een schok voor de westerse economie die misschien wel te snel is gegaan en te groot is geweest.

De belofte van stijgende welvaart wordt niet altijd meer ingelost

Handel was in jaren 90 weer zo vrij als in 1914

Een wereldmarkt brengt ‘wereldprijzen’ met zich mee: niet alleen voor een iPhone, die overal ter wereld zo’n beetje hetzelfde kost. Maar ook voor een werknemer, die overal ter wereld het zelfde gaat kosten. De westerse werknemer kan op een vrije wereldmarkt alleen een hoog loon rechtvaardigen door zeer productief te zijn, of hoogstaande arbeid te verrichten. Aan de onderkant voelt hij nu zijn Chinese concurrent knagen. En van bovenaf vreest hij de automatisering en robotisering.

Dat maakt onzeker, vooral over de houdbaarheid van het sociale vangnet dat voor hem is gespannen en per definitie nationaal geregeld is. En daar, in de eigen sfeer, doet vrijhandel nog iets anders. De handel tussen de Verenigde Staten en Europa is al vergaand geliberaliseerd. Wie nóg verder wil, komt vroeg of laat bij zaken terecht die de cultuur en soevereiniteit aantasten. Voedselveiligheid, arbeidsvoorwaarden, milieueisen: alle in TTIP onderhandelde kwesties komen nu wel heel dichtbij. Het voorstel om conflicten tussen bedrijven en overheden niet voor de nationale rechter te laten uitvechten maar voor speciale tribunalen of arbitragehoven (het zogenoemde ‘investor-state dispute settlement’, ISDS) zorgt niet voor niets voor zo’n ophef.

Daar komt nog bij dat de gevoelde uitholling van de middenklasse, de in veel landen gestegen inkomensongelijkheid én een vertrouwensverlies in met name de financiële sector sinds de crisis van 2008 veel burgers er van hebben overtuigd dat het oude pact tussen ondernemers en de samenleving eenzijdig verbroken is. Het principe dat de ondernemer door zijn eigen egoïsme ook zijn omgeving met zich mee verheft, lijkt steeds minder op te gaan. Het kapitalisme zelf dreigt daardoor, zowel in Europa als de VS, een deel van zijn legitimiteit te verliezen. TTIP wordt niet voor niets gezien als een machtmiddel van ‘de multinationals’ dat een nóg grotere verschraling teweeg kan brengen.

Economisch, sociaal, cultureel: kan er nóg meer tegenzitten voor dit handelspact? Nauwelijks. De politicus die TTIP nog probeert te verkopen aan zijn kiezers, moet steeds sterker in zijn schoenen staan. De kans stijgt dat zelfs TPP, het broertje uit de Pacific, door het Amerikaanse Congres niet geratificeerd zal worden.

Twee jaar geleden opperde het weekblad The Economist de term ‘peak trade’. Heeft de wereldhandel zijn hoogste punt al achter zich? Ketens worden weer regionaler, robots en 3D-printers maken productie vlakbij de afzetmarkt beter mogelijk en efficiënter. Misschien zijn de tijden van alsmaar uitdijende wereldhandel wel voorbij en beleven we in die zin nu een 1914-moment. Of die afnemende lotsverbondenheid van de wereld een veiliger plek maakt, is een tweede.