Volendam wil geen selfieparadijs zijn

toerisme Al om zeven uur ‘s ochtends zitten er toeristen in de tuinstoel van Volendammer Theo Kok. „Als ik ze wegjaag maken ze nog snel een selfie.”

Bijna anderhalf miljoen toeristen bezochten afgelopen jaar Volendam, dat 22.000 inwoners heeft. Foto’s Gino Kleisen

Iñaki Muguerza (45) klapt stevig in zijn handen als een groepje Italiaanse pensionado’s luidruchtig over het bruggetje achter zijn woning loopt. Geërgerd gooit hij zijn handen in de lucht. Dagelijks passeren drommen toeristen zijn woning. Slenterend vaak.

En ze plukken nog bloemen uit zijn tuin ook. Muguerza: „Niet schreeuwen, niet schreeuwen. Wij wonen hier gewoon, het is hier geen Disneyworld.”

Nee, dit is Volendam. Meer precies: het Doolhof. In dit pittoreske buurtje, achter de dijk, in het oude gedeelte van het dorp, zijn de straatjes nauw en hebben de huisjes houten daken. Hier spreekt men Volendams.

En: hier bulkt het van de toeristen.

„Ja”, zegt wethouder Hans Schutt, „het is heel druk in Volendam.” Afgelopen jaar bezochten bijna anderhalf miljoen toeristen het Noordhollandse vissersdorp dat ongeveer 22.000 inwoners telt. In de komende vijf jaar zal dat aantal oplopen tot ongeveer twee miljoen, denkt Schütt.

Zulke aantallen zorgen voor problemen en overlast. Gehoord op het Volendamse stadskantoor: als het in Amsterdam regent, druppelt het in Volendam. Met andere woorden: veel toeristen die Amsterdam aandoen, komen ook naar Volendam.

Dit is selfie paradise. Vrouw lapt ramen – flits! – op de foto. Man drinkt koffie voor huis: klik klak, die is vastgelegd. De ogenschijnlijk meest eenvoudige taferelen, blijken voor deze toeristen de moeite waard om te fotograferen. En dat zorgt voor irritaties bij de lokale bevolking.

Schütt: „We zitten inmiddels al met de touroperators om tafel. Die moeten in de bus al aan de toeristen vertellen dat ze zich gedragen. Volendam is geen openlucht museum, maar een leefomgeving. We moeten uitkijken dat die niet in het gedrang raakt.”

1, 2, 5, nee: 21 grote touringcarbussen staan op de parkeerplaats aan het einde van de Dijk geparkeerd. Het worden er steeds meer, zegt Cees van Wester – zeven dagen per week present, want hij ontfermt zich over de toiletten op het parkeerterrein. Van Wester, in een blauwe parka met opdruk van voetbalclub Volendam, rekent voor: in India en China wonen bij elkaar opgeteld bijna drie miljard mensen, „Als die allemaal hier heen komen..”

De toiletman heeft een sticker ontworpen voor de Chinese toeristen; door de afbeelding van het mannetje die op de wc-pot staat, staat een groot rood kruis. Van Wester: „Op de bril moet je zitten, niet staan. Maar daar zijn ze allemaal zo'n gat in de grond gewend.”

„Toeristen?” Theo Kok (72), woonachtig aan de Dijk, zijn gezicht vertrekt: „Verschrrrrikkelijk. Die Chinezen zijn echt onbeschoft.” Volendam is hot, volgens Kok. De toeristen lopen allemaal vanaf het parkeerterrein langs zijn woning richting het oude centrum. Meestal prima mensen, soms onfatsoenlijk volk.

Bekijk ook: onze fotoserie Toerisme in Volendam

Onlangs liet hij een privé-bordje op zijn toegangshekje monteren. En ook de twee coniferen in pot moeten voorkomen dat bezoekers zijn terrein op lopen.

’s Middags, ’s avonds, en zelfs zeven uur ’s ochtends: op alle tijden signaleert Kok toeristen in zijn tuin. Liggend. Staand. Zittend in zijn tuinstoel, treft hij ze aan. Dikwijls gluren ze naar binnen. Kok: „Als ik gebaar dat ze weg moet gaan, maken ze eerst nog even snel een selfie.”

Ling Wang (28, tolk) afkomstig uit het Chinese Shanghai, snapt de irritatie bij de locals wel: „Je hebt Chinezen die voor een weekje naar Europa komen. Ze bezoeken in zeven dagen zeven steden. Ja, dan ben je alleen maar foto’s aan het maken. Die zijn alleen met zichzelf bezig. Ik gedraag me zoals thuis: rustig en netjes.”

Te druk of niet, al die toeristen doen in Volendam wel de kassa rinkelen. Hoeveel de gemeente jaarlijks verdient aan het toerisme weet wethouder Hans Schütt niet: „Daar durf ik geen harde getallen over te geven.” In de toekomst hoopt de wethouder dat toeristen „wat langer” en „meer verspreid” naar de regio komen. Met een speciale dienstregeling voor bussen wil hij „gevaarlijke situaties” rond het centrale plein voorkomen. „En zo kunnen we het toerisme ook wat meer doseren.”

De bewoners van het Doolhof hebben er een hard hoofd in. Er spelen andere belangen, zeggen zij. Zo gebruiken touroperators hun buurtje als sluiproute om toeristen naar hun „eigen winkeltje” te loodsen.

Theodorus Kok wil niet verhuizen. Hij strekt zijn armen uit richting het water: „Ik ben hier geboren en ga hier niet meer weg.”