Column

Target

Ik berichtte twee keer over de sportschool waar ik een voorjaars-afslankabonnement afsloot, na de laatste keer duurde het een maand voor ik er weer naar toe ging. Waar zag ik het meest tegen op? Tegen de zinloze oefeningen? Of toch tegen de confrontatie met de medewerkers?

Ze scanden mijn stukjes in de krant op het woord ‘sportschool’ hadden ze me bij het vorige bezoek verteld. Met tegenzin denk ik, want de jongen die me gisteren na het inchecken staande hield leek niet echt onder de indruk. Andersom had ik ook weinig respect, ik vond hem vooral een slechte lezer.

Hij zei dat hij had gelezen – dat klopte dan wel – dat ik vader was en vroeg zich af wat of mijn zoontje ervan zou vinden als hij later terug zou lezen dat ik geen doorzetter was? Een sportschool afzeiken was makkelijk. Veel makkelijker dan drie keer per week komen trainen, afspraken om de BMI te laten opmeten en de voortgang te bespreken na te komen en om het voedsel dat je had gegeten middels de app op de mobiele telefoon te registreren.

Hij, met het meest laatdunkende hoofd dat ik in lange tijd had gezien: „Als ik jouw zoontje was zou ik niet blij worden van hoe het nu gaat.”

Ik wilde zeggen dat ik een dochter had, eentje van nul die zich nog niet druk maakt over mijn BMI, maar ik kwam er niet tussen. Het ging over een roeimachine waarin ik moest kruipen om warm te worden, over wilskracht, over het vermijden van koolhydraten, over het bereiden van shakes met poeders en over het volgen van groepslessen voor het stukje extra motivatie waardoor ik alsnog mijn target zou halen. Ik wist helemaal niet dat ik een target had.

De target was: ‘een sportieve papa’ zijn.

„Iemand tegen wie jouw zoon op kijkt.”

Hij gaf me een klap op de schouder en vroeg of ik verder nog iets wilde weten.

Ik zei: „Ik heb trouwens een dochter, geen zoon.”

Hij wist zeker dat hij gelezen had dat ik een zoontje had, we gingen hierover verder niet in discussie.

Toen ik een kwartier later met mezelf in een roeimachine lag kwam hij nog even boven me hangen om te zeggen dat ik gelijk had en dat ik inderdaad een dochter heb. Hij voegde eraan toe dat mijn target hiermee niet veranderde.