‘Onaanvaardbare’ risico’s in wet op geheime diensten

Privacy van burgers wordt onnodig geschaad in het wetsvoorstel, stelt een rapport in opdracht van Plasterk.

Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken. Foto Bas Czerwinski / ANP

De nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bevat “onaanvaardbare” privacyrisico’s. Het wetsvoorstel van minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) geeft geheime diensten bevoegdheden die een forse inbreuk maken op de privacy van burgers, terwijl de noodzaak voor die inbreuk vaak niet duidelijk is. Dat staat in een adviesrapport dat Plasterk zelf heeft laten opstellen door onderzoeksinstituut TNO. De minister stuurde het rapport woensdag naar de Tweede Kamer.

De nieuwe wet is nodig omdat de huidige Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV) weinig rekening houdt met moderne technologieën. Zo is daarin alleen nog geregeld hoe geheime diensten op grote schaal communicatie mogen onderscheppen via de ether, maar niet via de kabel, waar e-mailverkeer, sociale media en chatberichten gebruik van maken.

Het rapport bekritiseert de mogelijkheid voor geheime diensten om in te breken in computers van burgers die zelf geen veiligheidsrisico zijn. Dat wil de AIVD doen omdat de doelwitten zelf hun computers vaak goed beveiligen. Via een andere computer wil de AIVD kunnen inbreken in de computer van het doelwit – bijvoorbeeld via iemand die gebruik maakt van dezelfde server. Volgens het rapport “rechtvaardigt” de goede computerbeveiliging van mensen die het doelwit zijn “nooit de privacyrisico’s van het hacken van computers van onverdachte burgers in hun omgeving”.

Bulkgegevens

Geheime diensten mogen voortaan bulkgegevens over burgers delen met buitenlandse diensten, zonder dat eerst bekeken is hoe betrouwbaar die gegevens zijn en hoe relevant die informatie is om de nationale veiligheid te beschermen. Dat is gevaarlijk, stelt het rapport, omdat het onzeker is of buitenlandse diensten die informatie voldoende checken op betrouwbaarheid. In het ergste geval kunnen onschuldige burgers “op no fly-lijsten terecht komen, langdurig opgehouden worden op vliegvelden, of zelfs op basis van metadata-analyses doelwit worden van drone-aanvallen”.

De opstellers van het rapport, onder leiding van de Tilburgse hoogleraar Bert-Jaap Koops (regulering van technologie), hebben verder kritiek op de oprichting van een DNA-databank bij de geheime diensten. Daar zijn “geen klemmende redenen voor”.

Privacyorganisaties hebben al langer kritiek op het wetsvoorstel. Zij vrezen dat de AIVD straks op grote schaal gegevens van burgers gaat onderscheppen en bewaren. Zij noemen dat een ´sleepnettactiek´. Volgens Plasterk is daarvan geen sprake. Hij zei vorig jaar tegen NRC dat geheime diensten niet ongericht álle soorten communicatie mogen doorzoeken. “Het registreren van telefoonverkeer tussen Syrië en Nederland, zeg gedurende een maand, dat zou ik een proportioneel middel vinden in de zoektocht naar Syriëgangers. Een maand lang alle telefoongesprekken vanuit gemeente X afluisteren niet.”

Het wetsvoorstel ligt nu ter advisering bij de Raad van State. Daarna kan Plasterk het nog aanpassen, waarna hij het naar de Tweede Kamer stuurt.