Naar de dameskapper in Gaza

Een kapsalon in Gaza op wat ongetwijfeld de warmste dag van het jaar is. En waarop de elektriciteitstoevoer zo wisselvallig is dat de dames in deze snelkookpan de keuze hebben tussen licht of ventilatie.

Dat is de setting van Dégradé, een metaforisch bedoelde, maar onrustig en semirealistisch gedraaide speelfilm van de Palestijnse broers Arab en Tarzan Nasser. Eigenlijk heeft alles het hart op de goede plek: de schoonheidssalon als symbool voor het geïsoleerde leven van vrouwen in Gaza, de omsluierde alledaagse gesprekken bij de kapper, gladde oksels of bruids-make-up als symbool voor het feit dat alles in deze levens politiek is.

En tegelijkertijd is alles in deze film een slordig clichézooitje. Het ensemble vrouwen – Russische eigenares, steractrice Hiam Abbass als bitchy divorcée, een junkie, een fundamentalist, een hoogzwangere vrouw – zijn eendimensionale bliksemafleiders voor de inhoudelijke willekeur van deze zo goed als plotloze film. De spanning wordt opgevoerd als het vriendje van hulpkapster Wedad met een gestolen leeuw aan komt zetten terwijl buiten de oorlog van 2014 losbarst. De titel verwijst zowel naar de Franse naam voor ‘laagjeskapsel’ (helaas wordt niets in deze film gelaagd) als de tweede wet van de thermodynamica, die beschrijft hoe een systeem in chaos uiteen kan vallen. Zo bezien is de wanorde waarin de film ontaardt, deel van het morele niemandsland dat de film wil beschrijven. Maar emotioneel of anderszins geeft het weinig houvast.