Met wie mogen ze wel spelen?

sportsponsoring Bonden die zélf sponsors zoeken onder de nieuwe onlinegokbedrijven? Nee. NOC*NSF eist loyaliteit aan zijn hoofdsponsor.

Het hoofdkantoor van NOC*NSF, traditiegetrouw het verdeelstation van miljoenen sponsorgeld. FOTO DIJKSTRA

Bij sportkoepel NOC*NSF heerst ongewone wedstrijdspanning. Komende maandag is het jaarlijkse spel om het sponsorgeld met de 80 aangesloten sportorganisaties. Maar dit jaar gaat het om veel meer.

Vanaf 2017 wordt de onlinegokmarkt gelegaliseerd. Voor NOC*NSF is het cruciaal dat zijn hoofdsponsor, De Nederlandse Loterij, het dan financieel goed presteert. Want de fusieclub, onlangs ontstaan uit de gefuseerde Staatsloterij en de Lotto, moet de sport redden. De tijd dat de Lotto standaard 50 miljoen euro overmaakte aan NOC*NSF is al jaren voorbij; de bijdrage liep terug van 53,1 miljoen euro in 2011 naar 35,9 miljoen in 2015. NOC*NSF schrijft al vier jaar op rij rode cijfers. Dat leidt tot stress bij de sportbonden, waarvan de meeste al in de financiële problemen zitten.

Neem de Koninklijke Nederlandse Wielerunie (KNWU). Na de verminderde bijdrage van NOC*NSF stopt begin 2017 ook hoofdsponsor Rabobank. De bank haakte af in een tijd dat dopingschandalen de publiciteit beheersten. Prettige wedstrijd.

KNWU-voorman Marcel Wintels wachtte daarom niet langer op de in zijn ogen talmende sportkoepel en ging de afgelopen tijd zelf op zoek naar een nieuwe inkomstenbron. Die heeft hij gevonden in het grote Britse onlinegokbedrijf Unibet. Unibet meldde in januari dat het, afhankelijk van de toekomstige kansspelbelasting, in vier jaar tijd tot wel 7 miljoen in de wielerbond wil steken. Van NOC*NSF ontving de KNWU afgelopen jaar 1 miljoen euro.

Dat de KNWU nu met Unibet aankomt, vindt NOC*NSF onacceptabel. Want Unibet is een directe concurrent van hoofdsponsor De Nederlandse Loterij, die zijn pijlen straks óók op de onlinegokmarkt richt. Een markt die volgens de Kansspelautoriteit nu al goed is voor 300 miljoen euro en 440.000 Nederlandse spelers.

De in januari met veel bombarie gepresenteerde deal met Unibet illustreert het spanningsveld binnen NOC*NSF: Wintels en zijn KNWU zoeken naarstig naar snel geld, NOC*NSF zoekt naar „duurzame inkomsten” voor álle sportbonden. Maar de sportkoepel kijkt daarbij opvallend genoeg exclusief naar De Nederlandse Loterij.

Het fusiebedrijf komt namelijk, volgens de sportkoepel, gewoon weer met groot geld over de brug, míts de sportbonden gezamenlijk blijven optrekken. Want „massa = kassa”, stelt de Werkgroep Externe Financiering van NOC*NSF in een vertrouwelijk document waarover NRC beschikt.

Alle bonden moeten, juist nu, achter De Nederlandse Loterij gaan staan om deze „een kick-start te geven, zodat deze loterij een goede marktpositie kan opbouwen”. Alleen zo kan NOC*NSF de Nederlandse Loterij „branche-exclusiviteit” bieden. De sportbonden zijn essentieel, met hun voor de gokbedrijven interessante websites en ledenbestanden.

Heulen met de vijand, zoals de KNWU doet met Unibet, hoort daar niet bij. Het plan van de werkgroep staat bol van dreigende taal en sancties. Bonden die niet meewerken, krijgen geen bijdrage uit het sponsorbudget voor 2017. Reeds uitgekeerde bedragen uit die pot zullen zelfs „worden teruggevorderd.” Voorzitter van de werkgroep is lobbyist en oudstaatssecretaris voor het CDA Jack de Vries, tevens voorzitter van de Nederlandse Onderwatersport Bond.

De dreigementen moeten andere bonden van eigenzinnigheid weerhouden. „Onverstandig en onnodig,” zegt Wintels desgevraagd tegen NRC. „Een achterhoedegevecht”, reageert Ruud Vreeman, voorzitter van de Nederlandse IJshockeybond. Het tweetal vindt dat de sportorganisaties er juist bij moeten zijn nu de markt opengaat, als de onlineaanbieders op zoek zijn naar sponsormogelijkheden.

Maar Wintels en Vreeman zijn in de minderheid. De meerderheid van de bonden vertrouwt op de woorden van algemeen directeur Gerard Dielessen van NOC*NSF: „Als wij, gezamenlijk, het nieuwe bedrijf helpen een goede marktpositie te verwerven, profiteren we daar allemaal van.” Zijn NOC*NSF heeft jaren gelobbyd voor een fusie van de Lotto en de Staatsloterij. „Ik gelóóf in het nieuwe bedrijf.”

Zijn aanname is dat de bijdrage van De Nederlandse Loterij net zoals die van De Lotto vroeger „weer richting de 50 miljoen euro kruipt”. Iets waar critici als Wintels aan twijfelen.

Mededinging

De vraag is bovendien of het mag, één partij zo bevoordelen. „Het heeft de geur van overtreding van het mededingingsrecht en misbruik van machtspositie”, stelt kansspeladvocaat Justin Franssen na bestudering van het document. Hij vocht eerder met succes bij het Europese Hof en de Raad van State de monopolievergunning van De Lotto aan.

„Je kunt met enige zekerheid vermoeden dat advocaten van andere toetreders hier een punt van gaan maken”, zegt hoogleraar Mededingingsrecht Tom Ottervanger.

Ook Ben van Rompuy, hoogleraar Europees mededingingsbeleid aan de Vrije Universiteit van Brussel en hoofd van de sportonderzoektak van het T.M.C. Asser Instituut in Den Haag, heeft grote bedenkingen bij het plan. „Deze voorgelegde richtlijnen gaan te ver. Ze staan op gespannen voet met de regels van het mededingingsrecht.”

NOC*NSF was grootaandeelhouder van De Lotto. Van fusieclub de Nederlandse Loterij bezit het 1 procent van de aandelen, 99 procent van de aandelen is in handen van de staat. De Nederlandse Loterij zet straks niet alleen de loterijactiviteiten van De Lotto en Staatsloterij voort, het gaat ook allerlei onlinekansspelen aanbieden zoals roulette, digitale gokkasten en liveweddenschappen.

Franssen vindt het in dat licht „kwestieus” dat uitgerekend staatsdeelneming de Nederlandse Loterij via NOC*NSF „nieuwe toetreders de voet dwarszet” en „daarmee additionele financiering en sponsoring voor de sport frustreert”. Bij NOC*NSF maakt men zich geen zorgen. „Of het mag, zullen we zien. Daar gaan wij niet over”, zegt Dielessen.