Maar wat is jullie plan B? vraagt de vertrekregisseur

Gedwongen vertrek Asielzoekers uit veilige landen moeten Nederland verlaten. Daarop worden ze voorbereid in gesprekken, bijvoorbeeld met ‘regievoerder vertrek’ Esmee van den Hoek. ’Wat doen jullie als de uitkomst negatief is?’

Uitgeprocedeerde asielzoekers (uit de Vluchtgarage) kampeerden in april 2015 in Amsterdam, bij gebrek aan beter onderdak. Foto Maurice Boyer

Esmee van den Hoek, regievoerder vertrek, neemt plaats achter de tafel in de spreekkamer. Aan de andere kant van de tafel gaat een echtpaar uit Armenië zitten. Ze zijn zes jaar en acht maanden in Nederland. Ze hebben geen recht op een verblijfsvergunning, ze moeten vertrekken.

Esmee van den Hoek belt de tolkentelefoon en vraagt om een Armeense tolk. De man en vrouw kijken strak, tijdens het gesprek zullen ze geen enkele keer glimlachen.

Van den Hoek, via de tolk: „Hoe gaat het met jullie?”

„Gaat wel”, antwoordt de man vlak. „Het is moeilijk voor de kinderen, we bereiden ze zo goed mogelijk voor.”

„Goed dat jullie dat doen”, zegt Van den Hoek, „anders is het zo’n schok”.

De man: „Ze zien er tegenop. We zijn al vele keren verhuisd binnen Nederland. Elke keer moesten ze opnieuw beginnen.”

Van den Hoek, vriendelijk: „Ik hoop dat dit de laatste keer is.”

Vreemdelingen

Asielzoekers uit veilige landen moeten Nederland weer verlaten. Ze heten dan geen asielzoekers meer, maar vreemdelingen. Volgens de Nederlandse asielregels moeten vreemdelingen terug als ze in het land van herkomst niet vervolgd worden wegens ras of geloof, en niet worden blootgesteld aan foltering of onmenselijke behandeling. Die beslissing neemt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Sinds maart dit jaar doet de IND dat bij vreemdelingen uit veilige landen versneld. In de asielzoekersstroom zaten te veel mensen uit Albanië, Servië en Kosovo – de eerste negen weken van 2016 vormden zij een kwart van de asielzoekers die een eerste asielaanvraag deden. Vreemdelingen mogen sinds maart hun beroep tegen de afwijzing niet in Nederland afwachten en moeten direct vertrekken. Ze hebben ook geen recht meer op opvang.

De afgelopen jaren ging dat minder vlot. Elke asielaanvraag wordt behandeld, ook als iemand uit Marokko of Armenië komt. Krijgt de asielzoeker geen verblijfstatus, dan kan hij tegen die afwijzing in beroep. En in hoger beroep. En eventueel kan er ook een andere procedure worden opgestart.

Het gevolg is dat geïntegreerde asielzoekers moeten worden uitgezet. Het mantra is dat alléén asielzoekers die moeten vrezen voor hun leven worden opgevangen. Maar het is even slikken als kinderen die in Nederland zijn opgegroeid, van een patatje Joppie houden, op voetbal zitten en Annie M.G. Schmidt lezen, weg moeten omdat ze in het land van hun ouders niet vervolgd worden. Ouders zijn soms al zo lang hier dat hun Nederlands vloeiend is.

Definitief vertrek

Hoe langer iemand in Nederland is, hoe pijnlijker het vertrek, zegt Esmee van den Hoek. Het is haar taak ervoor te zorgen dat mensen toch weggaan. Van der Hoek zit aan het eind van de pijplijn. Zij werkt voor de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), de organisatie die het vertrek regelt na een (definitief) besluit van de IND.

Vanuit de gezinslocatie Amersfoort begeleidt ze gezinnen met minderjarige kinderen. Sinds 2011 is er voor gezinnen een aparte voorziening, zodat minderjarige kinderen niet op straat terechtkomen. Volwassenen kunnen naar ‘de vrijheidsbeperkende locatie’ in Ter Apel.

Esmee van den Hoek probeert vreemdelingen te bewegen vrijwillig te vertrekken. Dat doet ze door te praten als Brugman. Eerst moeten ze vertrek als optie gaan zien, zegt ze. Daarna moeten ze inzien dat het beter is dan eindeloze onzekerheid. Vrijwillig vertrek betekent ook hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Die organisatie helpt bij het krijgen van de juiste papieren, het kopen van een ticket. En de vreemdeling kan een geldbedrag meekrijgen.

Van den Hoek vertelt enthousiast over twee gezinnen uit Mongolië die samen een brillenzaakje zijn begonnen; met brillen waarvan je de sterkte zelf kunt verstellen. Een andere man begon een grafisch bedrijfje in Armenië. „Hij had hier een korte opleiding gedaan.”

Als mensen niet meewerken, hangt gedwongen vertrek boven het hoofd. Dat betekent vrijwel altijd gedoe en ellende. Mensen moeten soms met dwang door de Koninklijke Marechaussee op het vliegtuig worden gezet.

Esmee van den Hoek (26) is een kordate vrouw. Discussiëren met haar over verblijfsvergunningen, heeft geen enkele zin, houdt ze haar cliënten voor. Die beslissing is al genomen, en niet door haar.

Ze houdt van haar werk en probeert het zo goed mogelijk te doen. Dat betekent professionele afstand, maar wel met oog voor de persoon achter de vreemdeling, zegt ze. Op gevoel duwt ze bij de een wat harder, en is ze bij de ander mild en geeft meer tijd.

Goed Nederlands

Een stevige man komt de spreekkamer binnen, samen met zijn hoogblonde vrouw in rode bodywarmer. Ook zij komen uit Armenië. Ze zijn bijna acht jaar in Nederland. Een tolk is niet nodig, ze spreken beiden goed Nederlands.

Van den Hoek: „Hoe gaat het?”

De vrouw: „Spannend. Over twee weken is de uitspraak.”

Van den Hoek: „En als de uitspraak negatief is? Hebben jullie daarover nagedacht?”

De vrouw: „De advocaat zegt: we wachten eerst de beslissing af.”

Van den Hoek: „Dat begrijp ik, maar ik vind dat er wel een plan B moet zijn.”

De vrouw: „We kunnen nu nog niets beslissen.”

Van den Hoek: „Je krijgt steeds weer hoop, weer al die spanning. Wil je dat nog een keer?”

De vrouw: „Nee.”

De man: „Wat adviseer jij dan?”

Van den Hoek: „Ik adviseer om vast met het IOM te praten en te kijken wat ze kunnen doen.”

Het is haar taak ervoor te zorgen dat mensen toch weggaan

De man: „Het IOM stuurt terug.”

„Het IOM kan helpen.”

De vrouw: „Kan het IOM onze veiligheid garanderen?”

Van den Hoek: „Honderd procent veiligheid kan niemand garanderen. Ik kan ook straks onder de tram komen.”

De man: „Ik word direct opgepakt in Armenië.”

Van den Hoek: „De IND heeft anders geconcludeerd, dat kan ik niet veranderen. Je kunt het beter zelf regelen.”

De man: „Ik regel al 42 jaar alles zelf.”

„In Armenië?”

De man: „In Armenië, in Nederland, in Rusland.”

„Rusland? Hebben jullie daar gewoond? Zou je daar weer kunnen wonen?”

De man: „We denken er nog niet aan.”

„Het zou goed zijn als je er wel aan denkt.”

De man: „Ik moet sowieso naar Armenië voor een paspoort.”

„Dat kan je ook aanvragen bij de ambassade in Den Haag.”

De vrouw: „We hebben nog tijd.”

Van den Hoek: „Ik heb net mijn advies gegeven. Je weet wat ik van jullie verwacht. En niet alleen ik, ook de Nederlandse overheid. Bedenk wat een nieuwe procedure aan spanning oplevert.”

De man: „Spanning of een verblijfsvergunning.”

„Denk erover na, praat erover met je advocaat. Succes met de zitting.”

Dit gezin is nog niet om, zegt Van den Hoek later. Eenmaal uitgeprocedeerd kost vertrek vaak veel tijd. Ze mag die tijd nemen. Niet alleen omdat het prettiger is als mensen meewerken, het is vaak noodzakelijk.

Zie maar eens reispapieren te regelen als iemand niet zijn echte naam heeft gegeven. Er zijn ook landen die geen mensen terugnemen die niet willen terugkeren. Soms zeggen mensen dat ze uit een ander land komen. Ethiopiërs proberen momenteel nog wel eens asiel aan te vragen als een veel kansrijkere Eritreeër. Met een simpele taaltest is dat niet op te lossen. In een land als Eritrea worden verschillende talen gesproken.

Ook de omgeving van een vreemdeling kan het vertrek vertragen, zegt Van den Hoek. Zoals bij de Armeense vrouw die zo zal langskomen. Zij woont bijna zeven jaar in Nederland en heeft met haar twee kinderen in de basisschoolleeftijd een stevig netwerk opgebouwd. Naarmate vertrek onvermijdelijker werd, begon de omgeving (vrienden, basisschool, sportvereniging) harder te protesteren.

Dat komt vaker voor. Van den Hoek probeert dan de omgeving óók te overtuigen. Vandaag heeft ze de vrouw uitgenodigd, met een van haar vriendinnen.

De Armeense vrouw, lange vlecht op haar rug, wil niet terug naar Armenië vanwege haar ex-man. Haar twee kinderen zijn geboren in Moskou. Nu Nederland geen optie meer is, overweegt ze Rusland, vertelde ze de vorige keer.

De afspraak was dat ze haar paspoort, dat ze in bewaring had gegeven aan vrienden, boven water zou proberen te krijgen. Winst, vindt Van de Hoek want ze had steeds verteld dat er geen identiteitspapieren waren.

Én? vraagt Van den Hoek. Het is nog niet gelukt, vertelt de vrouw. „De vrienden kunnen de papieren niet meer vinden.”

De vriendin: „Ik laat ook wel eens wat rondslingeren.”

Van den Hoek: „Maar geen belangrijke documenten.”

Het is wel gelukt een brief te schrijven aan haar pleegouders, die in Azerbajdzjan wonen. Ze heeft hen in geen jaren gezien, maar mogelijk kunnen ze haar helpen bij terugkeer. Van den Hoek vraagt of ze de brief mag inscannen om te laten vertalen. Dat mag.

Als ze na een half uurtje vertrekken, kijkt Van den Hoek tevreden. „Ik had een half jaar geleden niet gedacht dat het zo zou lopen. Ze heeft alle denkbare procedures doorlopen, haar advocaat adviseerde steeds weer iets nieuws. Vertrekken was absoluut onbespreekbaar. En nu is ze bezig dat te regelen.”