Maanden achter het scherm

De Vlaamse filmmonteur Nico Leunen vertelt wat er komt kijken bij de montage van een speelfilm. „Soms begin je met 20 uur film, soms met 132 uur.”

Als iemand tegen filmmonteur Nico Leunen (1974) zegt dat een film waaraan hij heeft gewerkt goed gemonteerd is, gaat hij twijfelen. Leunen: „Ik denk dan meteen: valt het te veel op?” Het is de paradox van filmmontage, of editing: hoe beter het gedaan is, hoe minder het opvalt.

De Belgische Leunen monteerde onder meer het Oscargenomineerde The Broken Circle Breakdown (2012) en is ook bekend voor filmprojecten die hij ‘redde’ nadat andere monteurs de hoop hadden laten varen. Radio dreams (2016, Babak Jalali), dat eerder dit jaar op het IFFR werd bekroond met de Tiger Award, of Ryan Goslings omstreden regiedebuut Lost River (2014), waarvoor de Belg vijf maanden bij de Hollywoodster in de tuin woonde en werkte. Normaal gezien monteert Leunen in een Brussels kantoortje, dat hij deelt met een vijftal computerschermen, een opgezette vos en twee assistenten.

Filmmonteurs puzzelen na de opnameperiode, met of zonder hulp van de regisseur, uit het opgenomen materiaal een film in elkaar. Leunen: „Er is geen gemiddelde hoeveelheid opnames waarmee je start, dat varieert van 20 uur tot 132 uur. Als je uit zoveel materiaal een speelfilm moet maken, is van elke anderhalve minuut dus één seconde bruikbaar.” De Belg begint altijd met het maken van een „nulversie”, een film van een paar uur waarin opnames na elkaar worden geplaatst volgens het script. Daarna begint het echte werk: maanden met de regisseur overleggen wat wel en niet essentieel is voor het verhaal.

„De nulversie is handig, je ziet meteen waar de fouten zitten”, vertelt Leunen. Een filmmonteur merkt als buitenstaander welke zaken niet helder zijn voor kijkers. Leunen studeerde zelf ooit regie, maar al tijdens zijn opleiding schakelden medestudenten hem graag in als monteur. Zelf noemt hij zijn taak vragen stellen als: „Wat kun je voelen als kijker op dit moment in het verhaal?” The Broken Circle Breakdown, een film over een koppel dat een kind verliest, begon met een hoofdpersonage dat een overdosis neemt. Leunen: „Bij die die scène denk je: wie is die vrouw? Het maakt mij minder uit wat ze doet.”

Als Leunen zoiets opmerkt, belandt dat op een post-it. Hij wijst naar de muur vol roze en gele briefjes over de film waar hij momenteel aan werkt. Het briefje met scène 64, opgenomen voor het midden van de film, heeft hij tussen scène 13 en 14 geplakt. Leunen: „De emotionele bogen van personages moeten kloppen. Een personage hoeft niet altijd logisch te reageren, maar als iemand irrationeel handelt moet je begrijpen ‘oh, die is emotioneel in de war’.”

Dat wil niet zeggen dat films die hij monteert een chronologisch verhaal vertellen. Hij heeft er ook geen probleem mee verhaallijnen uit het scenario om te gooien. Goslings film heette How to catch a Monster voor de Belg hem onder handen kreeg: een verhaal over een gezin in Detroit dat worstelt met armoede, bevatte een subplot over een monster dat leeft in een nabijgelegen stuwmeer. „Dat monsterplot heb ik eruit geknipt. Een goede mix tussen documentaire en sprookjesachtige beelden was belangrijker voor wat de regisseur wilde vertellen.”

Ook een niveau lager, binnen scènes zelf, maken monteurs beslissingen: hoe lang je wie ziet tijdens een afscheid maakt het verschil tussen een tranentrekker en geslaagd drama. Leunen: „Ik herschrijf soms dialogen of monteer geluidsfragmenten van de ene scène onder een andere scène.” Moet een goed scenario dit soort kunstgrepen niet juist voorkomen? Leunen: „Scenaristen maken een boodschappenlijst: dit willen we maken, daarvoor moet je het volgende op de set hebben. Maar de monteur maakt er een gerecht van. Als ik vind dat het lekkerder is zonder citroen, gaat die citroen er alsnog uit.”

De Belg vertelt dat hij zo veel mogelijk wegblijft van de filmset: „Daar gebeuren dingen die je niet wilt weten. Dat ze er drie uur bezig waren om ergens een kraan met een camera te plaatsen. Weet je dat, dan werk je niet onbevangen meer.” Hoewel regisseurs het laatste woord hebben, maakt de film volgens Leunen zelf wel duidelijk wat ‘juiste’ keuzes zijn.

Leunen won prijzen, maar vindt montage-awards vreemd. „Want meestal ken je het materiaal niet waarmee een monteur begon.” Omdat montagewerk liefst onopgemerkt blijft, komt een niet al te groot ego goed van pas. Andere cruciale karaktereigenschappen volgens Leunen: geduld, empathie, een luisterend oor. Je brengt maanden door met een regisseur achter computerschermen. Dan scheelt het als je niet de meest opdringerige aanwezigheid bent.

Zoals hijzelf dus. Ryan Gosling werkte niet alleen vijf maanden met Leunen, maar bood hem aan die hele periode bij hem in te trekken. „Ik logeerde in een tot gastenverblijf omgebouwde garagebox en liep door de tuin naar de montageruimte. Toen ik laatst tien dagen naar Los Angeles ging, stelden Gosling en zijn vriendin me voor opnieuw te komen logeren.”