Rutte wandelt met duimen omhoog door vluchtelingenkamp

Premier Rutte praat met Syrische vluchtelingen in een kamp in Libanon. Foto Mohammed Zaatari/AP

Laat Mark Rutte in een menigte los en de premier van het Koninkrijk der Nederlanden transformeert in een joviale, zwaaiende en handenschuddende man onder het volk. En zo ging het dus dinsdagmiddag ook in het vluchtelingenkamp in het dorp Ghaziyeh in Zuid-Libanon waar hij samen met minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) een bliksembezoek van enkele uren bracht. „Hoi”, zegt Rutte tegen een klein jongetje voor een tent en steekt op de voor hem zo kenmerkende wijze beide duimen omhoog. „Toch goed om zelf het gesprek te voeren in een tentje in het kamp hier”, aldus de strak in het pak gestoken premier tegen de verslaggever van het NOS-Journaal.

Even later is hij te zien in één van die tenten waar hij, schoenen uit, in kleermakerszit een gesprek voert met enkele bewoners. Ze verkeerden in de veronderstelling dat Rutte uit Canada kwam. De premier is onder de indruk. Van de vrouw die al 3,5 jaar in het kamp zit, naar Canada had gekund, maar toch heeft besloten te blijven omdat zij wil dat haar zoontje straks in Syrië kan opgroeien.

Met eigen ogen het leed aanschouwen. Voor de minister voor Ontwikkelingssamenwerking is het haast routine. Dat geldt niet voor de premier. Voor iemand in zijn functie is een bezoek aan een vluchtelingenkamp een oefening in het laveren tussen het beeld van betrokkenheid tonen en ‘aapjes kijken’.

Dat laatste beeld overheerste al gauw op de sociale media. Daar werd Rutte afgeschilderd als iemand die een bezoek bracht aan een toeristische attractie. Dat werd vooral veroorzaakt door zijn opmerking die een verslaggever van de Volkskrant uit zijn mond optekende. „Ik vind het zo leuk om in hun huisjes te kijken”, zei de premier. Een opmerking die direct ook tot kop boven het stuk verheven werd. Het bleek voldoende om tot een kleine twitterstorm te leiden waar Ruttes toon gehekeld werd.

Nederland stelt de komende twee jaar 260 miljoen euro beschikbaar voor steun aan de buurlanden van Syrië waar zich vluchtelingen uit het land hebben gevestigd. Dit komt bovenop de 360 miljoen euro die Nederland al eerder aan de regio gaf.