Column

Juf, ik heb adhd

Een op de zeven leerlingen op de middelbare school mag zich beroepen op een of andere handicap om een aangepast examen te maken. Zo’n leerling krijgt meer tijd. Of de vragen worden voorgelezen. Dyslexie is de vaakst opgevoerde reden. Maar ook adhd, concentratieproblemen en psychische stoornissen worden aangedragen bij de Onderwijsinspectie.

Het Algemeen Dagblad had het uitgezocht. En ineens zat ik weer achter mijn bureau op de hogeschool journalistiek waar ik een paar jaar geleden les gaf. Het was het begin van het schooljaar en mijn zeven mentorstudenten kwamen langs. Er moest hard worden gewerkt in het eerste blok. „Laat ze dat voelen”, zei een collega. „Hoge productie en duidelijke deadlines.”

Ik vroeg de eerste student hoe hij dit blok ging halen. „Ik ben eigenlijk autistisch”, zei hij. En hij duwde een doktersverklaring onder mijn neus. Ik dacht nog: wat doe je op een school voor journalistiek met zo’n aandoening? De tweede bleek adhd te hebben: „Mijn moeder vindt dat ik hard moet worden aangepakt”, zei hij eerlijk.

Al snel ontdekte ik een logica in de gesprekken. Als in een onderhandeling legden de studenten eerst hun voorwaarden op tafel. Zo waren ze het kennelijk gewend geraakt. De derde kwam met faalangst, de vierde met een depressie. Ik zocht ter plaatse de gegevens van de studentenpsycholoog op. Die bleek overbezet te zijn.

Later hoorde ik van een bevriende psycholoog die aan een universiteit werkte, dat die daar elk jaar hetzelfde ritueel beleefde. Een hele reeks studenten, ziek, zwak of misselijk, kwam alvast een verklaring afleggen voor mogelijk toekomstige ondermaatse prestaties.

Een aflaat wilde ik mijn studenten niet geven. „Ik kan je alleen beoordelen op je resultaten”, zei ik. „Net als je latere werkgever.” Dat bleek ook de richtlijn op school te zijn. Maar in het AD zie ik dat de scholen – vooral vmbo’s – hun leerlingen steeds vaker wél een vrijbriefje geven. Vijf jaar geleden waren het er een op de tien (twee, drie in elke klas), nu zijn het er een op de zeven (drie, vier leerlingen in elke klas).

Er zullen wel weer wenkbrauwen worden gefronst over het gepamper en de watten waarin de studenten worden gelegd. Ik kan ze alleen maar beklagen. Straks komen ze van school op de guurst denkbare arbeidsmarkt. In een maatschappij die bol staat van de eigen kracht, de zelfredzaamheid, de tegenprestaties en waar alle watten wel zo’n beetje zijn wegbezuinigd. En daar sta je dan met je neuroses en je psychologenverklaringen.

Voor mijn mentorstudenten ben ik niet bang. Zij hebben hun doktersverklaringen overboord gegooid. Inmiddels zijn ze allemaal geslaagd.