Het woord ‘organisatie’, daar krijgen mensen een burn-out van

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

Als ik érgens kantoortijgers in zie vastlopen, dan is het wel in het woord ‘organisatie’. Wat een jeukwoord is dát zeg. Alsof er ooit iets georganiseerd is op kantoor, alsof je kantoor kán organiseren.

Ik zeg het daarom maar meteen en de ouderen onder jullie weten het allang: werk is niet te organiseren, werk overkomt je. Werk is namelijk als het leven zelf en hoor je ooit iemand over ‘de organisatie van het leven’? Werk is chaos en iedereen die dat ontkent is of manager, of een sadist.

We doen natuurlijk wel allemaal alsof. Met vergaderingen, functioneringsgesprekken, structuurnota’s, jaarverslagen, targets en organigrammen. En dat moeten we ook vooral blijven doen hoor, om de pure paniek af en toe mee te beteugelen. Als we maar weten dat het nep is al die organisatie, een spel. De kantoorjungle laat zich niet beteugelen. Het is een rivier, een woest kolkende zee, zo je wilt – de mooiste prestaties komen bij toeval tot stand.

Ja, met miljarden. En een Deltaplan. Dan kan je de boel organiseren, indammen, afsluiten en droogleggen. Maar dat is ons tot nu toe twee keer in de geschiedenis gelukt en daar komen nog steeds busladingen toeristen op af. Maar op kantoor? Ik vind het altijd zo grappig dat we denken dat mensen die thuis hun bonnetjes in schoenendozen bewaren, te veel drinken, hun post niet durven openmaken en graag veel chips eten, op kantoor ineens wél kunnen organiseren en weten wat het beste is voor het bedrijf. Mensen die thuis niet zo georganiseerd zijn, zijn overigens wel de leukste collega’s.

Organisatie op kantoor lukt drie minuten per dag, hooguit. De ramen zijn gewassen, iedereen heeft koffie gehad, je hoort het zachte ruisen van vingers op toetsenborden. Maar dan gaat de koffieautomaat stuk, begint er iemand over uitdagingen, vertrekt er een hele afdeling op heisessie, gaat de garagedeur kapot of komt er een nieuwe start-up die het allemaal veel beter doet – en lazert alles weer in elkaar.

Het woord organisatie schept de valse verwachting dat het te organiseren vált. Dat de beste de baan krijgt, dat als je maar hard genoeg werkt, je succes zal hebben, dat je baas een held is. Van het woord organisatie, daar komen al die burn-outs van als het mislukt; al die vastgelopen ambities. Organisatie geeft zenuwachtige managers het gevoel dat ze de leiding niet uit handen kunnen geven, dat organisatie nódig is. Terwijl de beste managers, zo hoor ik vaak, managers zijn die van nature overbodig zijn.

Daarom moeten we stoppen onze bedrijven ‘organisaties’ te noemen. Want als je het niet meer zo noemt, is ook niemand meer gefrustreerd als het geen organisatie ís, hóeft ook niemand het meer te organiseren en kan iedereen gewoon lekker aan het werk. Ook een voordeel: je hoeft ook nooit meer een reorganisatie.

Lieve mensen. Thuis is het fijn als de rekeningen betaald zijn, de wc schoon is en je kinderen en huisdieren tekenvrij – dát is organisatie. De rest is toeval. Kantoor is geen organisatie, maar een organisme, voortdobberend op de getijden, de seizoenen en het lot. Of je er gelukkig wordt, is vooral een kwestie van mazzel.