‘Internetpesters komen overal mee weg’

Dat zei misdaadverslaggever en tv-maker Peter R. de Vries vorige week.

De aanleiding

De joodse vrouw die vier keer vergeefs aangifte deed van antisemitische dreigementen op Facebook; het meisje dat zichzelf ongewild terugziet in een seksvideo; ze worden online gestalkt, bedreigd en gediscrimineerd. En niemand helpt ze. Behalve Peter R. de Vries. De misdaadverslaggever begon vorige week aan het tweede seizoen van zijn programma Internetpesters Aangepakt (RTL 5). „Slachtoffers worden niet beschermd”, zei hij vorige week bij de presentatie van zijn programma. „Daders komen overal mee weg.”

Waar is het op gebaseerd?

In de uitzending zegt De Vries dat aangifte doen van internetpesten „geen enkele zin” heeft. Politieaangiftes komen volgens hem „onderop de stapel”. „Het ontbreekt de politie vaak aan mankracht en kennis. Ze begrijpen de basisbegrippen van internet niet.”

Een week na de eerste uitzending zegt De Vries telefonisch: „Als je mijn uitspraak heel letterlijk checkt, zullen er best zaken zijn die de politie goed heeft opgepakt. Dat neemt niet weg dat er duizenden slachtoffers zijn waarvoor politie en providers geen moer doen.” Volgens hem weigeren providers hulp bij het zoeken naar de daders. „Ze verschuilen zich achter de privacywet.”

De Vries baseert zich onder meer op het aantal mensen dat zijn hulp zoekt. „Dit seizoen kregen we al zevenhonderd aanmeldingen. Velen van hen deden aangifte maar dat leidde vaak nergens toe.” Verder houdt hij regelmatig lezingen over cybercrime. „Veel bezoekers zijn slachtoffer, weinigen gaan naar de politie en helemaal niemand doet een tweede keer aangifte.”

En, klopt het?

In het eerste seizoen van Internetpesters Aangepakt stelde een politiewoordvoerder al dat zij onvoldoende mankracht heeft om genoeg aandacht te besteden aan cyberpesten. Het is lastig om agenten op de hoogte te houden van alle digitale ontwikkelingen, zegt een woordvoerder nu desgevraagd. Tot en met 2018 gaat de politie daarom jaarlijks honderd specialisten aantrekken. Ook moet online aangifte mogelijk worden. Maar, erkent de woordvoerder, de politie moet altijd keuzes maken bij behandeling van aangiften.

Uit informatie over het onderwerp komt wel naar voren dat cyberpesten veel meer voorkomt dan uit officiële cijfers blijkt. Lang niet alle slachtoffers doen aangifte: ze weten niet waar ze terecht kunnen en in welke gevallen. Ook schamen slachtoffers van wraakporno zich vaak.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek was 3,2 procent van de Nederlanders in 2015 slachtoffer. Dat staat in de vorige maand gepubliceerde Veiligheidsmonitor 2015. Het aantal delicten was 6,3 per 100 inwoners. De aantallen zijn volgens het CBS de afgelopen jaren stabiel.

De politie kan pas in actie komen na een aangifte. Van alle soorten delicten wordt van internetpesten het minst aangifte gedaan, stelt het CBS. Aangifte gebeurde in 6 procent van de gevallen. Het gaat dan om belediging, laster, stalking en bedreiging, maar ook discriminatie, identiteitsdiefstal of plaatsen van onrechtmatige films of foto’s. Hoeveel aangiften leiden tot een veroordeling is onduidelijk. De politie kan geen cijfers overleggen.

De Vries wil dat providers sneller informatie over daders afstaan aan slachtoffers. De providers zeggen echter dat zij dat pas doen als de politie dat vraagt. „We hebben te maken met de Wet bescherming persoonsgegevens”, zegt een woordvoerder van XS4ALL. „Daarom maken we niet zomaar aan een tv-maker bekend welke adresgegevens bij een internetadres horen.” Volgens De Vries mogen providers dat wel, na een arrest van de Hoge Raad uit 2005, als iemand „evident slachtoffer” is. Providers willen echter niet zelf beoordelen of iemand ‘echt’ werd gepest.

Conclusie

De politie bevestigt dat er onvoldoende mankracht is om cyberpesten te bestrijden. Maar niemand kan vertellen hoeveel verdachten al dan niet worden vervolgd. Wij beoordelen de stelling daarom als niet te checken.

Jan Benjamin