Het verhaal van de Tweede Wereldoorlog leeft en blijft leven

Een van de bijzondere en mooie elementen van de jaarlijkse nationale dodenherdenking op de Dam is de voordracht van een zelfgeschreven gedicht door een jongere tussen de 14 en 19 jaar. Vanavond zal dat worden gedaan door de 16-jarige Sterre Wolthers uit Haren. Zij won twee maanden geleden de jaarlijks door het Nationaal Comité 4 en 5 mei georganiseerde dichtwedstrijd. Over haar gedicht zei de gymnasiumscholier: „Dit gedicht gaat over mijn familie, over de dingen die toen, in de oorlog, zijn gebeurd. Die gebeurtenissen kunnen je leven nog steeds bepalen. Die oorlog, die laat je niet los.”

Dat zegt dus iemand met een geboortejaar van ver na de Tweede Wereldoorlog. Haar woorden illustreren perfect hoe levend die oorlog nog altijd is en hoe goed het is dat 71 jaar na de bevrijding op 4 mei op diverse plekken in het land de gevallenen worden herdacht. Herdenkingen die elk jaar weer op meer belangstelling mogen rekenen. Des te meer reden is er om hier uiterst zorgvuldig mee om te gaan.

Het is daarom wel zo geruststellend dat afgezien van enig gesputter op de sociale media de ‘herrie-om-de-herdenking’ is uitgebleven. Het debat over de opzet van dodenherdenking – het werd haast even traditioneel als de herdenking zelf – lijkt voor het tweede opeen volgende jaar geluwd. Inmiddels luidt de communis opinio dat 4 mei is bedoeld voor het herdenken van de Nederlandse oorlogsslachtoffers en dat het hierbij gaat om een nationale gebeurtenis. De in het recente verleden ondernomen pogingen om er een bredere manifestatie van te maken – hoe goed bedoeld ook - hebben geen gevolg gekregen.

Wat dit betreft heeft de vorig jaar maart gepresenteerde toekomstvisie van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, die na een uitvoerige consultatieronde tot stand kwam, een heilzame werking gehad. Heel duidelijk is hierin afgebakend wat wel en wat niet wordt herdacht en door wie. De voormalige bezetter heeft hierin terecht geen plaats, zolang er slachtoffers zijn die daar aanstoot aan kunnen nemen.

De voormalige bezetter heeft in de herdenking geen plaats

Dat die gevoeligheden bestaan, hebben de discussies van de voorbije jaren bewezen.

Het verhaal over de oorlog moet verteld blijven worden. Juist nu de groep die deze zwarte episode zelf heeft meegemaakt steeds kleiner wordt. Nieuwe generaties zullen de verhalen doorgeven. Niet alleen als eerbetoon, maar ook als les. Want hoe clichématig het ook klinkt: vrijheid is geen vanzelfsprekendheid.

Zoals het Nationaal Comité vorig jaar vaststelde,valt de geschiedenis van veel nieuwe Nederlanders niet samen met de geschiedenis van Nederland. Als voorouders niet meer als referentiepunt kunnen dienen, vraagt dat een andere benadering.

Dit hoeft vooralsnog niet voor 4 mei te gelden. Dodenherdenking is dodenherdenking. Voor verzoening in aanwezigheid van iedereen is op andere dagen en bij andere gelegenheden alle ruimte. Bijvoorbeeld morgen. Een dag die het verdient om, zoals door het Nationaal Comité gesuggereerd, uit te groeien tot een Dag van de Vrijheid. Om te overdenken wat die vrijheid waard is.

Maar 4 mei is voor de slachtoffers en hun nabestaanden. Twee minuten stilte. Twee minuten van respect.